Naar hoofdinhoud

Van tompoes tot pain à la grecque: hier komen de namen van onze gebakjes vandaan

Het aanbod bij de bakker is uitgebreid. En dat geldt ook voor de woordenschat die je gebruikt om het gebak te bestellen dat je lekker vindt. Waarom noemen we een tompoes een tompoes? Waar komt de term eclair vandaan? En hoe zit het met pain à la grecque? Dialectoloog Chris De Wulf (UA) geeft de verrassende antwoorden. 

Lenne Schoenmakers
Gepubliceerd:

Elke woensdag gaat Peter Van de Veire in ‘Goeiemorgen morgen!’ (Radio2) samen met dialectoloog Chris De Wulf (UA) op zoek naar de eigenheid van onze taal. Meer weten? Vorige keer vertelde hij waarom een paasbloem niet overal in Vlaanderen dezelfde plant is.

In Vlaanderen hebben we heel wat bekende gebakjes, maar we staan zelden stil bij de herkomst van de naam. De benaming van ons lekkers evolueerde in de loop der jaren en zit vol verwijzingen naar ons verleden of andere talen. 

LUISTER

Liever luisteren dan lezen? Beluister de uitleg van Chris De Wulf

Radio 2goeiemorgen morgen!
3min

De mattentaart bijvoorbeeld. Matten doet je in eerste instantie denken aan tapijten, maar daar heeft het niks mee te maken. ’Matten’ is een oud woord voor de klonters in gestremde melk, één van de ingrediënten voor de mattentaarten. De oorsprong van de mattentaart ligt in Geraardsbergen. 

Een tompoes heeft een heel ander verhaal. Het gebakje heeft een link met het bekende sprookje 'Klein Duimpje'. In het Frans heet Klein Duimpje Tom Pouce. Die naam werd ook wel eens gegeven aan allerlei kleine mensen en dingen. Zo ook aan een gebak dat een mini-versie is van de bekende bladerdeegtaart met bakkerscrème en glazuur: de millefeuille-taart. In de loop der jaren werd het tompoes op zijn Nederlands. 

Een boekske of een glaceeke is ook een populair benaming voor hetzelfde gebakje. Bij een glaceeke verwijst de naam naar de glazuurlaag. Een boekske is een verwijzing naar het bladerdeeg. Als je het gebakje langs de zijkant bekijkt, lijkt het op een boekje met een kaft en blaadjes.

De eclair hebben we ook overgenomen uit het Frans. Het bekende langwerpige gebakje, gevuld met bakkerscrème en een glanzend laagje chocolade erbovenop. Het Franse éclair betekent bliksemschicht. Er wordt beweerd dat het gebakje de naam kreeg omdat je het snel kan opeten, bliksemsnel. Al is die uitleg twijfelachtig. De kans is groter dat de naam verwijst naar het lichteffect van de glanzende chocoladelaag.

In Vlaanderen noemen we een éclair ook een sjoe of sjoeke. Dat verwijst dan weer naar het soezendeeg waaruit de eclair bestaat. In het Frans heet dat deeg pâte à choux. Dat wordt in het Vlaams sjoe of sjoeke.

Pain à la grecque is dan weer een Brusselse uitvinding. Het zoete gebak komt niet uit Griekenland, wat veel mensen denken. Pain à la grecque is een zoete koek van melk, bruine suiker en kaneel. In Brussel werd die koek vroeger Wolfgrachtbrood of, op z'n Brussels, bruud van de grecht genoemd. Lokale monniken deelden het in de 16e eeuw uit aan de armen in de buurt van de Wolvengracht. Franstaligen konden dat woord niet uitspreken, maakten er pain à la grecque van. 

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"