In Oklahoma City in de Verenigde Staten is de bomaanslag die exact 30 jaar geleden plaatsvond herdacht. Bij een extreemrechtse terreurdaad zijn toen 168 mensen, onder wie 19 kinderen, omgekomen. Het was tot de aanslagen van 11 september 2001 de dodelijkste aanslag ooit op Amerikaans grondgebied. Het drama is herdacht in aanwezigheid van Bill Clinton, die toen president was.
30 jaar geleden kwamen 168 mensen, onder wie 19 kinderen, om bij extreemrechtse bomaanslag in Oklahoma City
Op de ochtend van 19 april 1995 laat de extreemrechtse terrorist Timothy McVeigh een enorme bom ontploffen voor het Alfred P Murrah Federal-gebouw. Een groot deel van de gevel van het overheidsgebouw wordt weggeblazen door de ontploffing. 168 mensen, onder wie 19 kinderen, komen om en zeker 450 mensen raken gewond.
Anderhalf uur later wordt McVeigh op de snelweg tegengehouden door een agent omdat hij met een auto zonder kenteken rijdt en omdat hij een wapen bij zich heeft. Pas enkele dagen later wordt officieel bekendgemaakt dat hij de hoofdverdachte is van de aanslag in Oklahoma. Tot dan denken de meeste Amerikanen dat de aanslag is gepleegd door een buitenlandse terrorist.
Geradicaliseerde ex-soldaat
McVeigh is een ex-soldaat. Hij dient onder meer tijdens de Golfoorlog in Irak en wil na Irak toetreden tot de Special Forces, maar wordt op basis van psychologische tests afgekeurd. Hij neemt daarop ontslag uit het leger.
Zijn ideeën over de overheid en over wapenbezit radicaliseren daarna, zo blijkt onder meer uit zijn lezersbrieven aan kranten. McVeigh zegt ook zijn lidmaatschap van de National Rifle Association (NRA) op, de wapenlobby in de VS. Hij vindt hun standpunten over wapenbezit "te soft".
In 1993, exact 2 jaar voor de aanslag in Oklahoma, loopt een optreden van de FBI tegen een sekte in Waco uit de hand. 76 mensen komen daarbij om. McVeigh heeft de gebeurtenis in Waco later zelf omschreven als een van de belangrijkste motieven voor zijn aanslag in Oklahoma.
Daarnaast wordt hij geïnspireerd door het extremistische gedachtegoed van William Pierce. Pierce schreef zijn extreemrechtse bijbel 'The Turner Diaries' in 1978 onder het pseudoniem Andrew MacDonald. In dat boek roept hij op de federale regering omver te werpen en sommige minderheidsgroepen uit te roeien.
McVeigh werkt niet alleen. Hij krijgt hulp van zijn vriend Terry Nichols die hem met explosieven leert werken en op de hoogte is van zijn plannen om een aanslag te plegen. Nichols zit daarvoor overigens nog steeds in de cel.
De 33-jarige McVeigh wordt uiteindelijk ter dood veroordeeld en krijgt op 11 juni 2001 een dodelijke injectie toegediend. Precies 3 maanden later, op 11 september 2001, worden de Verenigde Staten opgeschrikt door een terreuraanslag van een nog veel grotere omvang door terreurorganisatie Al Qaeda.
Herdenking
In Oklahoma City is gisteren de aanslag herdacht in aanwezigheid van Bill Clinton die toen president was. "Het drama was een grote schok, maar haalde ook het beste uit de Amerikanen, die van overal te hulp schoten", zegt Clinton op de herdenking, 30 jaar na de aanslag.
Clinton verwijst verder naar de huidige diepe verdeeldheid in de Verenigde Staten en zegt dat het land veel kan leren van de 'Oklahoma Standard'. Die term zag het licht in de nasleep van de aanval en wijst op de gedienstige en verenigde reactie van de stad.
"Als we er allemaal naar zouden leven, zouden we een stuk beter af zijn", aldus Clinton. "We zouden een eerlijkere economie hebben en een stabielere samenleving. We zouden elkaar begrijpen en we zouden ons niet zwak voelen als we toegaven dat we het ergens mis hadden."


