Vandaag is het 50 jaar geleden dat tanks van Noord-Vietnam Saigon (vandaag Ho Chi Minh City) binnenreden. Daarmee viel de hoofdstad van Zuid-Vietnam, luttele uren nadat de laatste Amerikanen in allerijl waren gevlucht. De Vietnamoorlog was voorbij, na 20 jaar strijd die begon als koloniaal conflict. De gevolgen laten zich tot vandaag gelden.
Van koloniaal conflict tot iconische aftocht in helikopter: 50 jaar geleden viel Saigon en was Vietnamoorlog voorbij
Op 31 januari 1968 viert Vietnam Tết, het Vietnamese Nieuwjaar. Althans, dat is het geval aan de zuidelijke kant van de 17e breedtegraad, die het land opdeelt in een communistisch Noord-Vietnam en Zuid-Vietnam (gesteund door de VS). Ongeveer 70 procent van de soldaten aan Zuid-Vietnamese zijde zijn op verlof gestuurd om de feestdag te vieren.
Die feeststemming is zo goed als afwezig aan de andere, noordelijke kant van de breedtegraad, waar een grootschalig offensief wordt voorbereid. Op de bewuste nieuwjaarsnacht worden 80.000 Noord-Vietnamese soldaten en Vietcongstrijders ingezet tijdens verschillende gecoördineerde aanvallen op 5 grote steden en tientallen dorpen. Het doel van de aanval: Vietnam opnieuw herenigen onder een communistisch bestuur.
De spilfiguur van de communistische verzetsbeweging en het brein achter de hele operatie is Hồ Chí Minh. Hij geloofde dat het communisme een manier was om koloniale onderdrukking te stoppen. Vietnam was lange tijd een kolonie van Frankrijk geweest, maar na de Tweede Wereldoorlog wilden de Vietnamezen onafhankelijk worden.
Wat begon als een onafhankelijkheidsoorlog in het licht van de dekolonisatie, groeide doorheen de jaren uit tot een breder internationaal conflict, zeker nadat Frankrijk een verpletterende nederlaag had geleden in Dien Bien Phu in 1954.
Korte tijd later werd het territorium van Vietnam langs de 17e breedtegraad in 2 delen opgedeeld: een noordelijk communistisch deel en een zuidelijk anticommunistisch deel. Dit was onder meer het gevolg van het grote wantrouwen tussen de VS, China en de Sovjet-Unie.
Door die splitsing komt Hồ Chí Minh aan het hoofd te staan van een communistisch Noord-Vietnam, maar daar stopt zijn ambitie niet. Hij wil vroeg of laat ook Zuid-Vietnam onder zijn controle krijgen en het land herenigen. Dat beseft de VS en om dat te verhinderen, moeit het land zich steeds meer in de situatie op het terrein. Met het Tonkinincident in 1964 mengt de VS zich ook formeel in de strijd.
Dat brengt Hồ Chí Minh niet af van zijn voornemen tot hereniging. Op de bewuste nieuwjaarsnacht in 1968 probeert hij met het zogenoemde Tet-offensief het volledige Vietnamese grondgebied te verenigen onder het communisme.
Amerikaanse droom doorprikt
In dat opzet is Hồ Chí Minh die nacht niet geslaagd. De Vietcong-strijders slagen er wel in om de Amerikaanse ambassade in Saigon (oude naam van Ho Chi Minh-stad en de hoofdstad van Zuid-Vietnam) binnen te dringen, maar ze moeten het gebouw al na 7 uur opnieuw uit handen geven. Wel blijft de Vietcong actief in de straten van Saigon en vinden er aanvallen plaats op verschillende strategische locaties, zoals het hoofdkwartier van het Zuid-Vietnamese leger, het presidentieel paleis en de luchtmachtbasis.
Hoewel het militaire succes van de Noord-Vietnamese operatie dus beperkt blijft, wordt 31 januari 1968 wel gezien als hét keerpunt van de Vietnamoorlog. Het Tet-offensief leidt tot verbazing en een diepe interne crisis in de Verenigde Staten. Niemand had verwacht dat de Vietcong in staat was om zo'n omvangrijke aanval uit te voeren, en al zeker de Amerikaanse legerleiding niet.
Wat is er in hemelsnaam aan de hand? Ik dacht dat we de oorlog aan het winnen waren!
Nieuwsanker Walter Cronkite verwoordt de gevoelens van veel Amerikanen tijdens een live-uitzending
Het Amerikaanse volk voelt zich voorgelogen door de regering, die sinds 1966 had beweerd dat de Amerikanen aan de winnende hand waren. Het Tet-offensief toont net het tegenovergestelde aan: de oorlog is verre van voorbij. Dit leidt tot een aanzienlijke toename van de protesten tegen de Vietnamoorlog in de VS.
Ook de druk op het Witte Huis neemt toe. Een paar maanden na het Noord-Vietnamese offensief kondigt de toenmalige VS-president Lyndon B. Johnson aan dat de bombardementen op Noord-Vietnam ingeperkt zullen worden. Het is duidelijk dat de Amerikanen het geweer van schouder willen veranderen en dat Operatie Rolling Thunder, waarbij Noord-Vietnam sinds 1965 onophoudelijk werd gebombardeerd, niet het gewenste effect had gehad.
Tegelijk verklaart Johnson zich bereid tot rechtstreekse onderhandelingen met de regering van Noord-Vietnam, wat uiteindelijk zal leiden tot het einde van de oorlog. Hij beslist ook om zich niet langer verkiesbaar te stellen bij de nieuwe presidentsverkiezingen. Zijn aanpak van de oorlog had hem immers bloedrode populariteitscijfers opgeleverd.
De Republikein Richard M. Nixon wint uiteindelijk de presidentsverkiezingen, mede door zijn belofte van een eervolle vrede en de "vietnamisering" van de oorlog, waarbij de VS de verantwoordelijkheid overdraagt aan Zuid-Vietnam om zelf de wapens op te nemen tegen de Noord-Vietnamese soldaten. In 1973 worden de Parijse Vredesakkoorden ondertekend en wordt een wapenstilstand afgekondigd, maar het was nog 2 jaar wachten op het echte einde van de oorlog.
Gruwel tot in de woonkamer
Wanneer op 30 april 1975 Noord-Vietnamese tanks Saigon binnenrijden, is de oorlog echt voorbij. De regering van Zuid-Vietnam valt en Vietnam wordt herenigd onder een communistisch bewind. De Amerikaanse ambassade in Saigon wordt haastig geëvacueerd, wat iconische beelden oplevert van ingezetenen die een helikopter op het dak proberen te bereiken (zie foto bovenaan dit artikel). Kolonel Harry Summers is 1 van de laatste Amerikanen die Saigon per helikopter ontvlucht.
Daarmee komt een einde aan 1 van de meest controversiële oorlogen in de Amerikaanse geschiedenis, die tot in de huiskamer gevolgd werd. Voor het eerst konden Amerikanen immers de gruwel aan de andere kant van de wereld via hun televisie volgen. De kritische reportages van journalisten aan het front zetten steeds vaker vraagtekens bij het Amerikaanse ingrijpen en dragen bij aan de groeiende publieke onvrede.
Misschien wel het meest aangrijpende verhaal dat zich op die manier een weg baant tot bij de Amerikaanse nieuwsconsument, is het bloedbad in My Lai. Meer dan 400 ongewapende burgers werden afgeslacht door de Amerikaanse troepen van luitenant William Calley. Het bloedbad wordt aanvankelijk verdoezeld door het leger. Pas in 1969 komt het schandaal aan het licht dankzij klokkenluiders en onderzoeksjournalisten. Geen enkele soldaat werd hier ooit voor veroordeeld (enkel luitenant Calley werd tot een paar jaar huisarrest veroordeeld).
Ook een andere iconische foto brengt de gruwel in Vietnam tot in de huiskamer: het beeld van Phan Thị Kim Phúc, een jong meisje dat haar dorp Trảng Bàng naakt en huilend ontvlucht na een napalmaanval van het Amerikaanse leger. Fotograaf Nick Ut bracht het meisje na het maken van de foto meteen naar een ziekenhuis, wat haar leven redde. De foto won later de Pulitzerprijs en werd een krachtig symbool van de gruwelen van de Vietnamoorlog.
Napalm wordt voor het eerst op grote schaal ingezet door de Verenigde Staten in de Vietnamoorlog vanaf 1965, als onderdeel van Operatie Rolling Thunder, waarbij Noord-Vietnam intensief werd gebombardeerd. Napalm is ontworpen als een brandwapen. Het kleeft aan oppervlakken, waaronder de huid, en veroorzaakt intense en langdurige branden. In de praktijk veroorzaakt het ook bij heel veel burgers, zoals bij Phan Thị Kim Phúc, ernstige brandwonden.
Agent Orange eist nog steeds doden
Ook de chemische stof Agent Orange wordt door het Amerikaanse leger veelvuldig ingezet. Het is een ontbladeringsmiddel, dat vanuit gevechtsvliegtuigen op dicht beboste gebieden wordt geloosd. Bij contact met bomen en bladeren ontbrandt de stof en wordt die extreem heet. Het wordt gebruikt om jungle en vegetatie te vernietigen, zodat vijanden zich moeilijker konden verstoppen.
50 jaar na het einde van de oorlog veroorzaakt de giftige stof Agent Orange nog steeds leed bij de Vietnamese bevolking. Nog steeds worden Vietnamese (klein)kinderen verminkt geboren omdat hun ouders of grootouders leefden in gebieden die met het gif werden bestookt. De chemische middelen zouden ook het DNA van de bevolking hebben aangetast en sommige delen van het land zijn nog steeds onbruikbaar door de chemische wapens die in de grond zitten.
Een Belgisch bedrijf probeert een halve eeuw later nog steeds Agent Orange op te ruimen. "Er werd ongeveer 3 miljoen hectare besproeid met de chemische producten, dat is ongeveer de oppervlakte van België", vertelt Jan Heamers, CEO van Haemers Technologies. "Dat zit vandaag nog steeds in de bodem, waardoor kinderen met misvormingen geboren worden. De oorlog is nog niet over, die maakt nog steeds nieuwe slachtoffers."
Economische heropleving
De oorlog heeft een enorme menselijke tol geëist. Ongeveer 3 miljoen Vietnamese burgers verloren het leven, naast de 58.000 gesneuvelde Amerikaanse soldaten. Miljoenen mensen zijn ook gewond of vermist geraakt.
Na de val van Saigon komt Vietnam onder communistisch bestuur te staan, en dat is tot op vandaag het geval. Vietnam wordt geleid door de Communistische Partij van Vietnam (CPV), en het is een eenpartijstaat. Dat wil zeggen: er zijn geen vrije verkiezingen zoals in democratische landen, en de Communistische Partij heeft het monopolie op politieke macht.
Op economisch vlak heeft het land wel een liberalisering doorgevoerd. Na de hereniging in 1976 staat Vietnam voor enorme economische uitdagingen. Het land heeft een grote staatsschuld aan China en de Sovjet-Unie en kampt met handelsbelemmeringen, mede opgelegd door de Verenigde Staten.
In augustus 1979 krijgen staatsbedrijven toestemming om overtollige productie te verkopen en boeren mogen rijst die boven hun quota uitkwam met winst verkopen, wat leidt tot een snelle toename van de voedselproductie. Na het zesde partijcongres in 1986 wordt beperkte privéonderneming in het zuiden toegestaan.
Tijd heelt (alle) wonden
Tegenwoordig is Vietnam een van de snelst groeiende economieën ter wereld. Het land is uitgegroeid tot de op één na grootste koffieproducent en rijstexporteur ter wereld. Daarnaast is Vietnam een belangrijke agrarische exporteur, de op twee na grootste olieproducent in Azië en een belangrijke fabrikant van textiel, kleding en onderdelen voor computers en mobiele telefoons. Ook steeds meer toeristen vinden hun weg naar het land in Zuid-Azië.
De oorlog heeft wel enkele open wonden nagelaten. Vietnamezen die aan de kant van de Verenigde Staten hebben gevochten, waren de afgelopen 50 jaar het slachtoffer van discriminatie door het communistische regime. Meer dan 400.000 officieren en overheidsmedewerkers hebben jaren moeten doorbrengen in heropvoedingskampen, en hebben tot vandaag geen recht op overheidsberoepen en bepaalde voordelen.
Veel Vietnamezen kozen voor een toekomst in het buitenland. Ongeveer 800.000 burgers verlieten het land per boot, maar een kwart overleefde de chaotische overtocht niet. De boten waren vaak zwaar overbeladen, en er was een constant gebrek aan voedsel en water. In Saigon waren de taferelen chaotisch, met moeders die in paniek hun baby's naar vreemden op schepen gooiden in een poging hen te redden.
Veel Zuid-Vietnamese 'bootvluchtelingen', die er na de val van het democratische regime in geslaagd zijn om het land te ontvluchten, hebben in het buitenland hun leven kunnen heropbouwen. Hun succes is het bewijs dat hun geloof in democratie en vrije onderneming niet volledig misplaatst was. Ze proberen nu hun cultuur in het buitenland in leven te houden, iets wat onder het huidige communistische regime moeilijk is.
Ook bij de Amerikanen zelf heeft de oorlog diepe wonden geslagen. Op veel Amerikaanse scholen – zelfs ook universiteiten – komen lesgevers zelfs niet toe aan de Vietnamoorlog. Soms krijgt de gruwel amper 1 alinea in een handboek geschiedenis. De oorlog verdeelde (en verdeelt nog steeds) het land tot op het bot.




