Hoe is het om nu op te groeien in Syrië? VRT NWS trok naar Jobar, een verwoeste voorstad van hoofdstad Damascus die jarenlang in de frontlinie lag. Nu Assad verdreven is en de wapens zwijgen, proberen gezinnen er hun leven opnieuw op te bouwen tussen het puin. Op school klinkt weer gelach, maar trauma's sluimeren onder de oppervlakte. "Mijn kleindochter vraagt wat gebeurde tijdens de oorlog. Ik zeg haar dat het de duivel was."
"Hier zijn dingen gebeurd die je niemand kan uitleggen": terug naar Jobar in Syrië, waar kinderen opgroeien tussen puin van wat ooit front was
Sally herinnert zich een boom. Niet het soort boom dat je vaak ziet in Damascus. Geen stoffige plataan of dadelpalm, maar een rode granaatappelboom, met dikke takken en vruchtjes als bloeddruppels. "Dat is het eerste wat ik zag", zegt ze zacht.
In 2018 keerde ze als kleuter met haar ouders terug naar Jobar. Toen haar moeder in 2011 halsoverkop moest vluchten – met als enige bezittingen enkele dekens en zakken vol kleren en herinneringen – zat Sally nog in haar buik.
Toen het gezin terugkwam, lag het huis in puin. Bommen van dictator Bashar al-Assad, gesteund door Rusland, hadden Jobar herleid tot gruis. Elk gebouw vertoont vandaag – jaren na de gevechten – nog sporen van vernieling. "Alleen die boom stond nog overeind", zegt Sally. Haar ogen fonkelen als ze dat beeld weer voor zich ziet.
Gifgas
Jobar, een buitenwijk van de Syrische hoofdstad Damascus, was jarenlang een strategisch front in de burgeroorlog. In 2011 begonnen protesten tegen het regime van Assad. Niet veel later sloegen de spanningen om in gewapend conflict. Jobar werd een bolwerk van de oppositie en beleefde alles: belegering, bombardementen en zelfs chemische aanvallen.
In augustus 2013 kreeg het gebied wereldwijde aandacht toen een aanval met zenuwgas sarin honderden burgers doodde. De beelden van stikkende kinderen gingen de wereld rond. Rebellen hielden hier stand tot diep in 2017 – op slechts enkele kilometers van het presidentieel paleis – waarna Assad met hulp van Rusland de wijk heroverde. Wie Jobar controleerde, bedreigde rechtstreeks de machtszetel van het regime.
Wie kon, vluchtte. Wie bleef, leefde maandenlang in kelders. Vandaag, 7 jaar na het einde van de gevechten, en vooral nu de dictator van zijn gouden troon werd gestoten door Hayat Tahrir al-Sham (HTS), beginnen families terug te keren. Niet omdat alles beter is geworden, maar omdat elders wonen onbetaalbaar is.
In de klas waar Sally nu elke dag zit, hangen geen posters meer van Assad. "Die werden in de dagen na 8 december vorig jaar allemaal van de muren gehaald", vertelt Mouna El Sermani, de directrice van de school. Hoewel het schoolgebouw nog vol littekens zit, steekt het af tegenover de omringende appartementsblokken die allemaal, zonder uitzondering, aan flarden geschoten zijn.
Mouna begon hier zelf opnieuw, hoewel haar man gewond raakte en haar broer en schoonbroer stierven tijdens de oorlog. "Hier lag een tunnel onder de vloer", weet ze. "Die werd gebruikt tijdens de belegering van de stad. In 2013, tijdens de chemische aanvallen in de regio, zagen we bloed, lichamen, chaos. Ik wil dat nooit meer meemaken. Hoe leg je dat uit aan kinderen?"
Haar kleindochter vraagt vaak wat er precies gebeurd is. "Ik zeg dat het de duivel was, want hoe kun je dat anders uitleggen? Er zijn hier dingen gebeurd die je niemand kunt uitleggen."
Ruïnes herstellen
In de school lopen vandaag een kleine 1.000 kinderen rond. Jongens en meisjes tussen 6 en 15, opgegroeid tussen puin. "Ze lachen opnieuw", zegt Mouna. "Ze spelen, ze leren. We zeggen: laat het verleden rusten. Maar in hun ogen zie je dat het nog niet voorbij is."
"De huurprijzen in Damascus zijn onmenselijk hoog", verklaart de directrice de keuze van menig familie om hier terug te komen wonen. "Wie hier nog een ruïne heeft, herstelt wat muren en komt terug."
Tijdens de speeltijd trappen de jongens een bal heen en weer. De felle lentezon weerkaatst op de witte stenen van de speelplaats, waar pas geschilderde vlaggen op de muren staan: groen, wit, zwart – met 3 rode sterren, de kleuren van de revolutie.
Een leerkracht, Roula Darwish, geeft les aan de oudste leerlingen. Ze ziet er streng doch zacht uit. "Ze hebben discipline nodig", zegt ze. "En hoop."
De school was dicht tussen 2011 en 2018. In die lange jaren groeide het stof op de banken. Vandaag zijn weer 22 leerkrachten in dienst. Sommigen zijn oudgedienden, anderen kwamen erbij na de machtswisseling in Damascus. Sindsdien is langzaam iets aan het veranderen.
Fatima Abdulrahman van het ministerie van Onderwijs zegt dat alle boeken met regimepropaganda stilaan worden vervangen. "Het patriottismeboek is afgeschaft. Vroeger hing in elke klas een poster van Bashar. Nu richten we ons op het land, niet op één leider. Onder HTS kunnen we opnieuw ademen. Of dat effectief ook Syrië op lange termijn ten goede komt, is nog afwachten."
Ze pakt een exemplaar en bladert erdoor. "Kijk, hier staat Bashar al-Assad afgebeeld, en hier zijn vrouw." Ze draait de pagina om. "En hier weer portretten van de dictator, naast lesmateriaal over internationaal recht. Cynischer kan het niet."
Toch blijven veel mensen voorzichtig. De herinnering aan controle en repressie zit diep. "Tijdens het regime mochten we niets zeggen. Geen woord over salarissen, geen mening over politiek. Alles was verboden."
In de hele stad had Assad een netwerk van trouwe volgelingen. "Ouders en mensen uit alle lagen van de samenleving klikten samen. Leerkrachten werden in de gaten gehouden en kinderen subtiel ondervraagd", herinnert Mouna, de directrice, zich. "Bij elk dissident geluid verschenen de stromannen van het regime. Dan lag je lot in gods handen."
De machtswissel brengt ook nieuwe onzekerheid. HTS, ooit een jihadistische rebellengroep, kondigde na de inname van Damascus een "overgangsbestuur" aan. Op straat zijn hun vlaggen zeldzaam – in plaats daarvan hesen ze de oude Syrische revolutievlag.
Moeizame heropbouw
Om 13 uur is de wind gaan liggen in de straten van Jobar. In de omliggende straten hebben verschillende ondernemers hun winkeltjes en groentekraampjes weer geopend. Langzaam keert er leven terug rond de school. De schoolgaande jeugd vormt een zichtbare belofte voor de toekomst, een sprankje hoop voor de rest van de inwoners.
In andere wijken is dat beeld minder optimistisch. Daar liggen de scholen zo zwaar beschadigd dat er enkel verlatenheid heerst. In de bijtende zon werkt Abu Salim (50) onvermoeibaar met pikhouwelen, schoppen en ander graaftuig. Hij steekt een sigaret aan en vertelt.
"Het is de eerste keer dat we terug op de ruïnes staan van wat ooit ons familiehuis was", zucht hij. "De stoffelijke resten van m’n broer en mijn oom liggen nog onder het puin." Hij raapt wat lijkt op de blauwgekleurde badkamertegels, grijpt dan naar een bord. "Kijk hier, dit was de fruitschaal van mijn oma. En daar, dat was een van de schuilkelders waar we weken in schuilden voor de Russische bombardementen."
Vandaag is hij hier met zijn zonen en hun neven. "We willen het huis heropbouwen", zegt hij. "Een werk van lange adem, maar alles is beter dan overleven in Damascus. Daar zijn de prijzen onbetaalbaar geworden. We hebben geen toekomst elders." Het is de vraag hoe lang het zal duren vooraleer het huis weer gebouwd is.
"2 maanden schat ik, enkel om het puin te ruimen. Daarna moet alles vanaf 0 heropgebouwd worden. Vanaf 18 uur, wanneer de zon ondergaat, doen agressieve straathonden hun intrede. Dan maak je beter dat je weg bent. Maar we komen er wel."
Terwijl de avondzon over het verwoeste Jobar valt, kijkt Sally's moeder naar haar dochter die verder mijmert over haar granaatappelboom. "Ze leert hier weer lezen en schrijven", zegt ze. "Dat is voor nu genoeg." Buiten vechten buren nog steeds met puin, maar in het klaslokaal klinkt het gelach van kinderen die - voor het eerst in jaren - weer kind kunnen zijn.
