30 tot 70 procent van de 65-plussers in Belgische woonzorgcentra vallen minstens één keer per jaar. Om sneller te kunnen ingrijpen bij een val, laten woonzorgcentra steeds vaker systemen met artificiële intelligentie meekijken in de kamer. Want een val kan voor ouderen grote gevolgen hebben, tot en met een ziekenhuisopname. Maar hoe zit dat dan met de privacy?
In meer dan 1.000 kamers in woonzorgcentra kijkt artificiële intelligentie mee of bewoner niet valt
6,7 procent van de 65-plussers die vallen, komen daardoor in het ziekenhuis terecht. Vallen blijft dus een probleem voor ouderen. De Week van de Valpreventie, een campagne van het Expertisecentrum Val- en fractuurpreventie Vlaanderen, vraagt daar deze week aandacht voor.
AI helpt verpleegkundigen
Woonzorgcentrum Damiaan in Tremelo gebruikt een AI-systeem van het Belgische bedrijf Kaspard om sneller te kunnen ingrijpen bij een val. “Onze verpleegkundigen zijn blij met deze hulp,” zegt de directeur Yves Minnoye. “Tijdens de nacht kunnen ze niet bij iedereen tegelijk zijn. Nu weten ze meteen wanneer ze hun andere taken moeten laten vallen en een bewoner moeten gaan helpen.”
Maar hoe werkt zo'n AI systeem dan precies? Bij zo'n systeem hangen er sensoren in de kamer, bijvoorbeeld in een lamp of in de hoek van het plafond. Met de hulp van die sensoren kan artificiële intelligentie opmerken wanneer iemand valt of te lang uit de kamer wegblijft. In het laatste geval is de bewoner misschien gevallen in de badkamer of in de gang.
Zodra het AI-systeem vermoedt dat een bewoner gevallen is, krijgen de verpleegkundigen een melding op hun smartphone. Het systeem komt vooral van pas tijdens nachtdiensten. Dan is er vaak maar één verpleegkundige verantwoordelijk voor tientallen bewoners.
En het woonzorgcentrum in Tremelo is niet alleen. Intussen hangen er in iets meer dan 1.000 kamers in Belgische woonzorgcentra systemen met artificiële intelligentie die alarm slaan bij een val.
En wat met de privacy?
De AI-systemen op de Belgische markt werken elk op hun eigen manier, maar allemaal zijn ze goedgekeurd volgens de Europese privacywetgeving.
Bij Nobi, het bedrijf dat zijn sensoren in lampen heeft zitten, werkt het zo: “Bij ons gebeurt alle beeldverwerking volledig lokaal, in de lamp zelf. Als er géén val wordt vastgesteld, worden de beelden onmiddellijk verwijderd”, zegt CEO Roeland Pelgrims van Nobi.
"Enkel wanneer er wél een val is, ontvangt het zorgteam een melding in de vorm van een anonieme animatie met een stokfiguur, waarbij niemand herkenbaar is. Als een zorginstelling ervoor kiest om tijdelijk beelden te bewaren – bijvoorbeeld om de oorzaak van een val te analyseren – worden die beelden automatisch verwijderd na 14 dagen. Wij bewaren trouwens beelden alleen als bewoners en familie daarmee akkoord gaan.”
Ook bij het systeem van Kaspard zijn de beelden geanonimiseerd. “Soms bekijken we de beelden van een val om te leren wat er is misgegaan”, zegt de directeur Yves Minnoye van WZC Damiaan, waar ze Kaspard gebruiken.
“Dan richten we bijvoorbeeld een kamer anders in om ongelukken te vermijden. Het systeem maakt ons echt slimmer en helpt dus niet enkel om vallen te melden, maar ook om ze te voorkomen.”
Mia Peeters (92) woont in woonzorgcentrum Gerkenberg in Bree en is blij met de NOBI-lamp in haar kamer. “Ik vind het helemaal niet raar dat die lamp een oogje in het zeil houdt", zegt ze. "Ik voel me net veiliger. In november vorig jaar ben ik gevallen, en meteen stonden er 3 verpleegkundigen bij me om te helpen. Dat gaf me echt een gerust gevoel."
Toch hebben sommige ouderen wel degelijk vragen bij hun privacy. In het UZ Brussel gebruiken ze een gelijkaardige technologie van Kepler Vision Technologies, een Nederlands bedrijf. “Soms voelen patiënten zich niet comfortabel bij het idee dat al hun bewegingen geregistreerd worden. Als dat zo is, hangen we een doos over het systeem, zodat er niets in hun kamer geregistreerd kan worden”, zegt Michel Vervoort, innovatie-expert van het UZ Brussel.
Meer personeel in plaats van technologie
Toch springen niet meteen alle woonzorgcentra op de kar. In WZC OLV in Antwerpen gebruiken ze de technologie niet. "Het verhogen van de personeelsnorm is voor ons belangrijker", zegt directeur Caroline Geraud. "Technologie kan het personeel aanvullen, maar de basis is dat er genoeg handen zijn."
"Bovendien werken we met een fixatie-arm beleid. Dat wil zeggen dat we mensen nooit in hun vrijheid beperken. We houden hen door extra kinesitherapie mobiel en voorkomen zo zware fracturen bij vallen. Systemen om te controleren of een bewoner uit bed valt, zullen wij dus niet installeren. Mensen hebben immers alle vrijheid om rond te lopen, ook tijdens de nacht."
"Daarnaast kan AI bij familie de illusie wekken dat valrisico volledig uitgesloten wordt. Jammer genoeg kan dit risico, zelfs met AI, nooit volledig weg zijn", besluit de directeur.
Focus op valpreventie
Volgens professor Koen Milisen, expert in ouderenzorg aan de KU Leuven en voorzitter van het Expertisecentrum Val- en fractuurpreventie Vlaanderen, richt AI zich nog te weinig op valpreventie.
Bedrijven proberen daar wel op in te spelen door vallen te analyseren en hun systemen met extra functies uit te breiden. De NOBI-lamp gaat bijvoorbeeld 's nachts branden zodra ouderen uit bed komen, om struikelen te voorkomen.
"Maar het belangrijkste is dat we blijven voorkomen dat ouderen vallen, door hun fysieke conditie te verbeteren", zegt professor Milisen. "Dat kan door te werken aan balans, spierkracht, het verminderen van het gebruik van slaap- en kalmeermiddelen, en door slecht zicht te verbeteren."
Hij zegt ook dat er nog te weinig wetenschappelijk bewijs is om de technologie echt grootschalig toe te passen. "Artificiële intelligentie kan zeker een meerwaarde zijn, maar er is eerst nog meer onderzoek nodig. Nu geven de systemen soms nog foutmeldingen, terwijl er niemand gevallen is. In woonzorgcentra met weinig personeel en veel werkdruk kan dat ervoor zorgen dat zorgkundigen het alarm uiteindelijk negeren."
“Grootschalige toepassing is moeilijk”
Vlaanderen telt zo'n 80.000 kamers in woonzorgcentra. Uit een rondvraag van VRT NWS blijkt dat in ruim 1.000 kamers intussen een AI-systeem is geïnstalleerd. Dat is amper 1,25 procent van alle kamers. “Het gebruik van AI-valpreventie groeit langzaam, maar echt grootschalig is het nog niet,” zegt Philippe Kaplan, CEO van Kaspard. Volgens hem ligt dat aan een aantal dingen.
“Woonzorgcentra hebben door personeelstekort vaak geen tijd om nieuwe technologie te installeren of personeel op te leiden. En er is ook weinig geld beschikbaar. In Frankrijk verkopen we veel meer sensoren, omdat zorginstellingen daar financiële steun krijgen van regionale gezondheidsdiensten. In België is die steun er niet.”
Toch vindt hij het logisch dat de overheid zou investeren in valpreventie. “Ouderen die vallen, belanden vaak in het ziekenhuis. En die kosten betaalt de overheid uiteindelijk zelf.”
Steun voor de AI-technologieën blijft dus voorlopig uit, maar er wordt wel op andere manieren in valpreventie in de woonzorgcentra geïnvesteerd.
“Op vraag van de Vlaamse overheid begeleidt het Expertisecentrum Val- en fractuurpreventie Vlaanderen momenteel meer dan 80 woonzorgcentra bij valpreventie”, zegt professor Milisen. “Woonzorgcentra kunnen zich hiervoor inschrijven en krijgen dan twee jaar gratis begeleiding.”


