De oorlog in Soedan gaat zijn derde jaar in, maar voorlopig lijkt er geen einde te komen aan het geweld in het Afrikaanse land. De oorlog kostte al aan tienduizenden mensen het leven, miljoenen anderen zijn op de vlucht. De humanitaire noden in het land zijn gigantisch, maar toch is internationale hulp zo goed als volledig afwezig. "De huidige financiering bedraagt slechts 10 procent van wat eigenlijk nodig is, waardoor niet aan basisbehoeften voldaan kan worden", staat in een rapport van de Verenigde Naties.
Soedan in diepe humanitaire crisis: miljoenen ontheemden en hongersnood na twee jaar oorlog
Helemaal in het westen van Soedan ligt het Zamzam-vluchtelingenkamp, één van de grootste vluchtelingenkampen van het land. Op dit moment worden er naar schatting 500.000 ontheemde Soedanezen opgevangen, al zou dat aantal volgens sommige bronnen kunnen oplopen tot 1 miljoen.
De omstandigheden in Zamzam zijn buitengewoon schrijnend. In augustus vorig jaar werd er officieel de hongersnood uitgeroepen. Elke dag overlijden er tientallen mensen door een tekort aan voedsel en drinkwater, en de onophoudelijke gevechten maken het voor hulporganisaties erg moeilijk om het kamp te bereiken.
Daarnaast is het kamp al herhaaldelijk het doelwit geweest van aanvallen door de paramilitaire gewapende groepering Rapid Support Forces (RSF). Vorige week kon de groepering het kamp "succesvol bevrijden uit de klauwen van het Soedanese leger", zo schrijft RSF in een verklaring. Die militaire operatie kostte wel aan zeker 200 burgers het leven, voornamelijk vrouwen en kinderen.
Tekort aan hulp
2 jaar na de start van de oorlog duurt de gruwel in Soedan dus voort. Hallucinante cijfers van de Verenigde Naties tonen de omvang van de humanitaire crisis in het land: tienduizenden mensen zijn gedood, bijna 13 miljoen mensen zijn hun huizen ontvlucht en de helft van de bevolking van het land wordt geconfronteerd met acute honger.
Het conflict in Soedan: een overzicht
In Soedan doet een machtsstrijd binnen het leger het land nu al bijna 2 jaar op zijn grondvesten daveren. Honderden burgers zijn al om het leven gekomen.
Centraal in het conflict staat de rivaliteit tussen 2 generaals: die van het reguliere leger, Abdel Fattah al-Burhan, en die van de paramilitaire groep RSF (Rapid Support Forces) Mohamed Hamdan Dagalo, ook bekend als Hemedti.
Na de val van dictator Omar al-Bashir in 2019, zou een burgerregering aan de macht komen in Soedan. De RSF en het regeringsleger SAF waren het echter niet eens over het tempo en de verdeling van de macht.
De 2 generaals kwamen daarbij lijnrecht tegenover elkaar te staan, en beide groeperingen begonnen zich te bewapenen en troepen te verplaatsen, wat leidde tot wederzijdse beschuldigingen en het uitbreken van gevechten in april 2023.
Het gewapende conflict heeft het land in de grootste humanitaire crisis ter wereld gestort. Meer dan 12 miljoen mensen hebben hun huis moeten verlaten, en een ernstige hongersnood teistert de helft van de Soedanese bevolking. Volgens de Verenigde Staten plegen de rebellen van RSF een genocide.
De afgelopen 2 jaar hebben zowel de RSF als de SAF systematisch dichtbevolkte gebieden gebombardeerd. De RSF en geallieerde milities hebben herhaaldelijk seksueel geweld, ontvoeringen, massamoorden en plunderingen gepleegd, burgerwijken met de grond gelijkgemaakt en medische faciliteiten bezet. Beide partijen hebben steden belegerd, kritieke infrastructuur vernietigd en humanitaire hulp geblokkeerd.
"De strijdende partijen slagen er niet alleen niet in om burgers te beschermen - ze verergeren actief hun lijden", zegt Claire San Filippo, noodcoördinator bij Artsen Zonder Grenzen, in een verklaring. "Waar je ook kijkt in Soedan, je zult overal noden aantreffen - overweldigend, dringend en onvervuld."
Ondertussen slaagt de rest van de wereld er niet in om de broodnodige humanitaire hulp te leveren aan Soedan. "Miljoenen mensen krijgen bijna geen humanitaire hulp, medische faciliteiten en personeel worden nog steeds aangevallen en het wereldwijde humanitaire systeem slaagt er niet in om ook maar een fractie te leveren van wat nodig is."
Met de middelen die voorhanden zijn, kan er slechts voorzien worden in 10 procent van de noden van de Soedanese bevolking. In een laatste rapport lanceren de Verenigde Naties een oproep om 6 miljard euro in te zamelen om een humanitaire catastrofe te voorkomen.
Oorlog duurt voort
Langzaam maar zeker lijkt het Soedanese leger er wel in te slagen om terreinwinst te boeken op de RSF-militie. Vorige week veroverde het leger de hoofdstad op de RSF-rebellen. Sinds de start van de oorlog, in april 2023, was de hoofdstad in handen van de RSF. Het was een belangrijke militaire overwinning voor het regeringsleger.
Al is de oorlog daarmee nog lang niet gedaan. De rebellen van RSF hebben nog grote delen van het westen en het zuiden van Soedan in handen, onder meer de provincie Darfoer. Het regeringsleger heeft dan weer de controle in het noorden en het oosten van het land.
Soedan dreigt zo helemaal opgedeeld te geraken in stukken die gecontroleerd worden door de rebellen, en stukken die in handen zijn van het regeringsleger.
In Londen komen vandaag verschillende leiders samen om de situatie in Soedan te bespreken. Human Rights Watch heeft hen al opgeroepen om dringend actie te ondernemen. "Internationale leiders moeten ervoor zorgen dat gesprekken over het verbeteren van de humanitaire situatie gepaard gaan met toezeggingen op het hoogste niveau om burgers te beschermen", zegt Mohamed Osman, Soedan-onderzoeker bij Human Rights Watch.
Volgens Osman zijn er enkele concrete acties die wereldleiders kunnen ondernemen. "Ze hebben nu de kans om krachtiger op te treden tegen de strijdende partijen, om te voorkomen dat zij nog langer gruweldaden plegen tegen burgers en om hulpverlening mogelijk te maken voor mensen in grote nood," zegt Osman.
"Leiders moeten levensreddende hulp bieden, financiële en politieke steun geven aan lokale hulpverleners, initiatieven voor gerechtigheid ondersteunen en meewerken aan de oprichting van een internationale missie ter bescherming van burgers."
