Naar hoofdinhoud

Experten positief over Demirs plan voor inclusiever onderwijs: "Maar geleidelijke aanpak is cruciaal"

Verschillende experten en de scholenkoepels reageren positief op de hervormingen die Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) wil doorvoeren in het buitengewoon onderwijs om zo meer inclusiviteit te bereiken. Die hervorming mag wel niet overhaast gebeuren: een geleidelijke overgang, genoeg ondersteuning en blijvend onderzoek zijn de belangrijkste ingrediënten tot een succesverhaal, klinkt het. 

Jani Lambrechts Louise Van Immerzeele
Gepubliceerd:

20 pioniersscholen invoeren en minder labels uitdelen, zo wil Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) het buitengewoon onderwijs hervormen. In die pioniersscholen wordt gewoon en buitengewoon onderwijs samengevoegd, om zo meer inclusiviteit te creëren. Gaat dat werken? We leggen het voor aan 2 experts en aan de top van de grootste onderwijskoepels.

Greet Decin: "Opletten voor valkuilen van M-decreet"

Er zijn al eerder inspanningen geleverd om het onderwijs inclusiever te maken, zoals het M-decreet in 2015. Dat decreet zegt dat ouders van leerlingen met een beperking niet meer verplicht zijn om aan te kloppen bij het buitengewoon onderwijs. In overleg met het CLB kunnen die kinderen eventueel in een gewone school terecht.

Maar die gewone scholen waren nog niet klaar om ook kinderen met extra noden op te vangen, zegt Greet Decin, programmadirecteur van de leerkrachtenopleiding aan de UCLL. Die hadden te weinig ondersteuning om dat te bolwerken.

We moeten opletten dat we niet in de valkuilen van het M-decreet trappen, waardoor de scholen over de kop gingen

"We moeten opletten dat we niet in de valkuilen van het M-decreet trappen, waardoor de scholen over de kop gingen", waarschuwt Decin. Scholen moeten dus extra ondersteund worden en niet halsoverkop in de nieuwe werking gesleurd worden. "Die 20 pioniersscholen zijn dus een goede start om het onderwijs meer inclusief te maken", vindt Decin.

Daarnaast moet er een betere samenwerking komen tussen het onderwijs en het welzijn. "Waar de minister nu hopelijk wel meer aandacht voor zal hebben, is de samenwerking tussen het onderwijs en het welzijn", aldus Decin. "Als die samenwerking beter wordt, zal welzijn ook die extra ondersteuning kunnen geven in scholen, waardoor leerkrachten meer tijd en ruimte krijgen om zich te focussen op het leren."

Combinatie van labels en achtergrond

Zoals minister Demir al eerder stelde, vindt ook Decin dat er te snel labels worden gegeven aan kinderen. "De vraag is: Moet je een label hebben om geholpen te worden? De focus ligt nu meer op ondersteuning bieden, los van dat label of de diagnose", klinkt het. "Maar je moet natuurlijk wel weten welke ondersteuning iemand nodig heeft of wat het leerprobleem juist is." 

Die labels kunnen ook ervoor zorgen dat kansen ontnomen worden van kinderen en jongeren. "Die belanden dan meestal in het secundair buitengewoon onderwijs waar gericht wordt op een toekomst in maatwerkbedrijven, terwijl sommige jongeren wel klaar zijn om in het reguliere arbeidscircuit terecht te komen – mits wat extra ondersteuning", vertelt Decin. 

Ook kinderen of jongeren uit kansarme gezinnen of gezinnen waar thuis geen Nederlands wordt gesproken, worden sneller naar het buitengewoon onderwijs gestuurd, zegt Decin. "Het vraagt voor scholen wat extra ondersteuning en werk om die kinderen te begeleiden, omdat die het Nederlands nog niet machtig zijn." 

Pedro De Bruyckere: "Buitengewoon onderwijs moet er zijn voor kinderen die het echt nodig hebben"

"Bepaalde groepen zijn oververtegenwoordigd in het buitengewoon onderwijs", zegt Pedro De Bruyckere, onderwijsexpert bij Kenniscentrum Leerpunt, "en dat leidt tot segregatie en niet tot inclusie. Bovendien zien we dat er meer kinderen in het buitengewoon onderwijs les volgen in vergelijk met omliggende landen."

Dat het onderwijs meer inclusief moet worden, is niet iets wat in 2015 is uitgevonden met het M-decreet. "Het pleidooi om inclusie komt uit een verdrag van de VN, een wereldwijd gegeven dus. Maar wij waren behoorlijk laat op het feestje en dat komt, omdat we iets hadden wat de andere landen niet hadden: een degelijk buitengewoon onderwijs", legt De Bruyckere uit. "Dat maakt het een stuk moeilijker, want je moet een werkend systeem vervangen."

In 5 jaar tijd kwamen er 8.000 leerlingen bij in het buitengewoon onderwijs in Vlaanderen, goed voor in totaal 55.000 scholieren. Dat is 5,6 procent van alle leerlingen, ruim boven het Europees gemiddelde van 1,7 procent.

Een evenwichtsoefening

Het buitengewoon onderwijs volledig kunnen afschaffen, lijkt De Bruyckere eerder iets utopisch. "We moeten in eerste instantie zorgen het buitengewoon onderwijs daar is voor de kinderen die die extra steun echt nodig hebben", vertelt De Bruyckere. 

Maar sommige kinderen hebben ook complexere problemen die meer aandacht vragen, waardoor de plaatsen in het buitengewoon onderwijs bijgevolg schaarser worden. 

Een klaslokaal is heel divers en uitdagend: elk kind heeft een individuele behoefte

"We moeten ons de vraag stellen hoe we ervoor kunnen zorgen dat kinderen meer leren, niet in welke schoolomgeving dat die terecht moeten komen." Bepaalde didactische aanpakken, hebben volgens De Bruyckere dan ook een positieve invloed op alle leerlingen.

"Bijvoorbeeld: kinderen die ASS of ADHD hebben, leren beter in een prikkelarme omgeving. Maar die omgeving heeft ook een positief effect op andere leerlingen", klinkt het. "We merken dat die kennis nog niet algemeen verspreid is en dat dit ook nog getest en onderzocht moet worden, want een klaslokaal is heel divers en uitdagend: elk kind heeft een individuele behoefte." 

Het blijft dus een evenwichtsoefening: je moet rekening houden met alle partijen om zo een oplossing in het midden te vinden, voegt De Bruyckere nog toe. 

Koen Pelleriaux (GO!): "Inclusiever onderwijs is lang en moeizaam proces"

Een meer inclusief onderwijs, dat wil ook het GO!-onderwijs. "Het gaat een lang en moeizaam proces zijn, maar we moeten ons realiseren dat we met Vlaanderen de uitzondering zijn op vlak van buitengewoon onderwijs", zegt Koel Pelleriaux, bestuurder van GO!-onderwijs.

En dat klopt: Vlaanderen is niet alleen een koploper op vlak van het aantal leerlingen in het buitengewoon onderwijs, maar ook op vlak van het aantal labels. "Onze diagnoses liggen veel hoger dan de buurlanden. We moeten ons ook afvragen waarom."

Minder vanuit het label vertrekken

Daarom wordt ook een commissie van wetenschappers opgericht die zullen onderzoeken hoe diagnoses worden gesteld en waarom het verschil zo groot is met andere landen, klinkt het. 

"Vandaag wordt een specifiek label gegeven aan een kind: 'Jij hebt ADHD', en dat heeft heel specifieke gevolgen, zowel persoonlijk als administratief", zegt Pelleriaux. "Ik denk dat we moeten vertrekken vanuit de hoeveelheid zorg een kind nodig heeft, en minder vanuit het label zelf." 

Daarnaast vindt Pelleriaux dat er meer rekening moet gehouden worden met het personeel en de leerkrachten zelf, want die moeten hun schouders onder het initiatief zetten. "We moeten bekijken welke ondersteuning, middelen en personeel er nodig is om een inclusieve school te worden", zegt Pelleriaux. "Ook de klassen zijn steeds meer heterogeen, meer divers, wat een extra uitdaging vormt." 

Bruno Vanobbergen (Katholiek Onderwijs): "Scholen zo goed mogelijk ondersteunen"

Ook de katholieke koepel staat achter de plannen van minister Demir. "Wij willen evolueren naar 1 inclusief onderwijssysteem: een samenwerking tussen gewoon en buitengewoon onderwijs", zegt Bruno Vanobbergen, directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. "Zo kunnen leerlingen uit het buitengewoon onderwijs bijvoorbeeld een aantal vakken volgen uit het gewoon onderwijs." 

Maar dat is geen werk van korte adem: Vanobbergen wil dan ook stapsgewijs evolueren naar zo'n onderwijssysteem. "Het is belangrijk om iedereen de tijd en ruimte te geven om langzaamaan naar een inclusief systeem toe te werken", klinkt het.

De katholieke koepel begint dan ook met de scholen die aangeven te willen pionieren. "Bij die gaan we bekijken hoe we de scholen zo goed mogelijk kunnen ondersteunen, zodat die geleidelijk aan de andere scholen kunnen meetrekken." 

Een vloeibaar onderwijssysteem

Een meer vloeibaar onderwijssysteem dus, waar leerlingen niet meer vastzitten in het gewoon of buitengewoon onderwijs, maar de educatie krijgen waar ze nood aan hebben. En daar hoort een multidisciplinair team bij, waardoor niet alle druk op de schouders van de leerkracht komt, legt Vanobbergen uit.

Met dat systeem wil de koepel het onderwijs opnieuw aantrekkelijk maken. "Klassen zijn heel divers en complex, waardoor steeds meer leerkrachten afhaken", zegt Vanobbergen.

"We moeten dus een gedeelde verantwoordelijkheid bereiken. Zo moeten bijvoorbeeld zorgcoördinatoren en logopedisten deel uitmaken van het verhaal. Dat is een belangrijke stap om de complexiteit van het onderwijs terug draaglijker te maken." 

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"