Naar hoofdinhoud

"iPhones tot 3 keer duurder bij productie in VS": Trumps plan stuit op economische realiteit

iPhones kunnen tot 3 keer zo duur worden als die in de Verenigde Staten worden gemaakt. Nu worden die grotendeels gemaakt in China, maar president Donald Trump wil zoveel mogelijk bedrijven en productie naar de Verenigde Staten terughalen. Door de importheffingen worden ook onderdelen duurder, wat volgens experten de prijs extra omhoog stuwt.

Louise Van Immerzeele
Gepubliceerd:

Donald Trump heeft tijdens zijn speech op ‘Liberation Day’ aangekondigd dat hij fabrieken en bedrijven terug naar de Verenigde Staten wil halen. Als gevolg van de verhoogde importtarieven zullen veel banen in de productiesector naar de VS worden “verplaatst”, waardoor miljoenen Amerikanen werk zullen vinden. 

Op zijn sociale netwerk Truth Social herinnert Trump de Amerikaanse bedrijven daar vandaag nog eens aan. "Dit is een FANTASTISCH moment om jouw BEDRIJF te verhuizen naar de Verenigde Staten van Amerika (Trumps hoofdlettergebruik, red.)", schrijft hij daar. Onder andere het technologiebedrijf Apple zou dat volgens hem nu al doen. 

Maar die volledige productiesector 'verplaatsen', is volgens Amerikaanse experten te mooi om waar te zijn. Om die productie succesvol te maken, zou Apple het uiterst ingewikkelde productiesysteem van Azië moeten overnemen.

Als de VS die productieketen zou nabouwen, zou een iPhone al snel 3.500 dollar kosten in plaats van 1.000 dollar, meldt CNN. 

Zelfs als dat verhuizen zou lukken, zou daar een prijskaartje van 30 miljard dollar aan vasthangen voor Apple. Bovendien zou het minstens 3 jaar duren om slechts 10 procent van de productie naar de Verenigde Staten te brengen. 

Onderdelen worden duurder

De onderdelen van een iPhone komen uit verschillende landen: zo komt bijvoorbeeld de processor uit Taiwan, het geheugen uit de VS, de opslagruimte uit Japan en de batterij en andere onderdelen uit China, waar ten slotte ook de smartphone in elkaar wordt gepuzzeld.

Net dat land heeft een hoog importtarief voorgeschoteld gekregen: maar liefst 125 procent, nadat het zelf had teruggeslagen met een importtarief van 84 procent op producten uit de Verenigde Staten.  

Als de prijs van de onderdelen stijgt, zal ook het afgewerkte product duurder worden. The Wall Street Journal heeft de prijs van de verschillende onderdelen gebundeld: het kost Apple 549,73 dollar om een iPhone te maken – vóór de extra importheffing van 54 procent.

Als je daar die extra heffing bij optelt, lopen de kosten op tot 846,59 dollar. De winstmarge zou dus enorm krimpen als Apple zijn prijzen niet optrekt. 

Volgens Rosenblatt Securities, een investeringsbank uit New York, zouden iPhones dan ook 43 procent duurder kunnen worden als Apple de volledige kosten van hogere tarieven doorrekent aan de consument. Dat laat Reuters weten.

En dat percentage zal waarschijnlijk nog stijgen. Een voorbeeld: de (Amerikaanse) prijs van de iPhone 16 kan stijgen van 799 dollar naar 1.142 dollar, bijna 350 dollar meer. 

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Nieuwsbrief Amerika vandaag

Mis niets van de laatste ontwikkelingen in het Witte Huis en krijg een helder beeld van wat er speelt in de VS.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"