Wanneer het woord paasbloem valt, heeft niet iedereen dezelfde bloem voor ogen. Sommigen denken aan een gele narcis, maar in Geel (Antwerpen) is dat de schoenlappersplant. “De namen voor planten dateren uit de tijd dat we in kleine gemeenschappen woonden, toen we nog niet vaak buiten onze dorpsgrenzen kwamen”, vertelt dialectoloog Chris De Wulf (UA).
Waarom een paasbloem niet overal in Vlaanderen dezelfde plant is
Elke woensdag gaat Peter Van de Veire in ‘Goeiemorgen morgen!’ (Radio2) samen met dialectoloog Chris De Wulf (UA) op zoek naar de eigenheid van onze taal. Meer weten? Vorige keer vertelt hij waarom vooral West-Vlamingen ‘zot komen’ in plaats van ‘zot worden’.
Er zijn veel planten en bloemen die verwijzen naar de bloeitijd. Denk maar aan het meiklokje of het maarts viooltje. Veel van deze namen verwijzen naar een periode tussen april en juni, wanneer de meeste bloemen bloeien.
De meeste bloemen en planten kregen honderden jaren geleden hun naam. We zagen iets nieuws en lieten ons inspireren door de vorm of een gelijkenis met andere planten, maar vaak ook door het moment van het jaar wanneer we ze telkens opnieuw zagen verschijnen.
Liever luisteren dan lezen? Beluister het gesprek met Chris De Wulf
Het sneeuwklokje bijvoorbeeld. Het is één van de eerste bloemetjes die de lente aankondigen. Omdat we ze in februari al zien, staan ze soms tussen de sneeuw. Sneeuwklokje dus. Of sint-janskruid, dat rond de feestdag van Sint Jan bloeit, 24 juni.
We gaven de namen toen we nog niet veel buiten onze dorpsgrenzen kwamen. We leefden toen nog in kleine gemeenschappen. Zo ontstonden er op al die plekken andere namen voor de planten, waardoor een bloem in de ene streek een totaal andere naam kon krijgen dan in een andere streek.
Zo wordt het sneeuwklokje in de Denderstreek ook de vastenavondbloem genoemd. In andere delen van Oost-Vlaanderen spreken ze van de lichtmisbloem. Een verwijzing naar Maria-Lichtmis, de katholieke feestdag. In Wilrijk (Antwerpen) is een sneeuwklokje dan weer een paasklokje.
Ook de pinksterbloem heeft vele namen. Sinksenbloem in Antwerpen bijvoorbeeld. Dat komt omdat de katholieke feestdag Pinksteren in het dialect Sinksen wordt genoemd. In Limburg en Vlaams-Brabant spreken ze dan weer van een koekoeksbloem, omdat de koekoek zich laat horen in de periode dat het bloemetje te zien is.
Door de vele namen bestaat er ook veel verwarring. Eén specifieke naam kan namelijk voor verschillende planten in gebruik zijn. De paasbloem bijvoorbeeld. Veel mensen denken dan aan een gele narcis. Maar in Geel is paasbloem de naam voor de rood-roze schoenlappersplant. In West-Vlaanderen is een paasbloem dan weer de gulden sleutelbloem. Specifiek in de Westhoek is paasbloem vaak de naam voor de groente pastinaak.
Verwarrend, maar wel mooi, al die bloemen.

