Vlaanderen en Nederland hebben tijdens de Vlaams-Nederlandse regeringstop in Gent overeenkomsten gesloten over stikstof, industriële innovatie en grensoverschrijdende samenwerking. Op Europees niveau gaan ze ook samen pleiten voor het voortbestaan van de zogenoemde boomkorvisserij.
Vlaanderen en Nederland sluiten akkoorden rond stikstof en grensregio's op regeringstop in Gent
De Vlaams-Nederlandse top is sinds 2011 een vaste, tweejaarlijkse traditie die is uitgegroeid tot hét forum voor strategisch overleg tussen beide regeringen. Dit jaar was Vlaanderen de gastheer met de Boekentoren in Gent als decor. Door binnenlandse politieke perikelen moest de Nederlandse minister-president Dick Schoof afzeggen en zich laten vervangen door minister Sophie Hermans. Dat heeft niet verhinderd dat er onderling een aantal afspraken zijn gemaakt.
Zo hebben Vlaanderen en Nederland een Memorandum of Understanding (MoU) of samenwerkingsovereenkomst ondertekend voor een versterkte samenwerking rond stikstof, een dossier dat aan beide kanten van de grens tot kopzorgen leidt. Er zijn afspraken gemaakt over beleidsafstemming, kennisdeling en gezamenlijke monitoring. Ook rond de samenwerking binnen North Sea Port, de samenwerking tussen de havens van Terneuzen en Vlissingen, zijn de banden aangehaald.
Concurrentievermogen
Er lag op de top ook een focus op de gedeelde uitdagingen rond het Europese concurrentievermogen van beide landen. Denk maar aan de hoogtechnologische sectoren. "Initiatieven als de Clean Industrial Deal en het Europese Competitiveness Compass fungeren als hefboom voor een duurzaam en toekomstgericht industrieel beleid. De grensregio's blijven daarin een economische motor, die nog te vaak wordt afgeremd door praktische en juridische drempels. Daarom wordt de samenwerking op het terrein verder opgevoerd", klinkt het.
Er is ook het nieuwe meerjarenplan van de Taalunie voorgesteld, met bijzondere aandacht voor de ontwikkeling van een gemeenschappelijk AI-taalmodel en de verdere verspreiding van de Nederlandstalige cultuur wereldwijd.
Boomkorvisserij
Vlaanderen en Nederland gaan op Europees niveau voorts samen pleiten voor het voortbestaan van de innovatieve boomkorvisserij. Dat is een visserijtechniek waarbij vissen gevangen worden door netten die over de bodem slepen.
Er was in het verleden wat kritiek op die techniek, maar volgens Vlaams minister voor Zeevisserij Hilde Crevits (CD&V) is de techniek de voorbije jaren verbeterd en wordt er meer aan precisievisserij gedaan. "We pleiten beiden voor het behoud en willen er ook op Europees vlak vol voor gaan", aldus minister Crevits.
Er is ook kritiek op de techniek - vanwege de mogelijke beschadiging van de zeebodem - en er gaan zelfs stemmen op om boomkorvisserij te verbieden. Daar willen Vlaanderen en Nederland graag een stokje voor steken. "De Vlaamse en Nederlandse vissers hebben de afgelopen jaren inspanningen geleverd om de impact van de boomkorvisserij zo laag mogelijk te houden en meer aan precisievisserij te doen", zegt Crevits.
"Voor beide landen zijn tong en pladijs belangrijke soorten om te vissen. Dat zijn soorten die op de bodem leven. Samen met Nederland vragen we Europa om die innovatieve boomkorvisserij ook in de toekomst te garanderen. En we pleiten ook voor een hervorming van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid dat de competitiviteit van onze vloten beschermt", klinkt het nog.
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen


