Naar hoofdinhoud
Château Baudoux is vandaag een ruïne.

De explosie van arbeiderswoede uit het verschrikkelijke jaar 1886: in het Waalse Jumet is ze nog steeds zichtbaar

De resten van het verlaten Château Baudoux in Jumet, deelgemeente van Charleroi doen pijn aan de ogen. Het 19e-eeuwse kasteel brandde uit in 2023, het werk van onvoorzichtige krakers. In het opstandige jaar 1886 werd het kasteel van glasfabrikant Eugène Baudoux al eens geruïneerd door woedende arbeiders. Het Château Baudoux is een van de 100 beslissende plekken in het nieuwe boek 'Het verhaal van België'.

Jos Vandervelden Alexander Dumarey
Gepubliceerd:

Een verweerde bakstenen muur en een verwilderd park verbergen langs de Rue des Hamendes in Jumet het Château Baudoux. Jarenlang stond het 19e-eeuwse kasteel leeg. In 2023 brandde het zo goed als vergeten gebouw bijna volledig uit, vermoedelijk het werk van onvoorzichtige krakers. Zo had het kasteel zich op dezelfde manier laten onderscheiden als in 1886, het jaar dat in menig geschiedenisboek staat geboekstaafd als het ‘verschrikkelijke jaar 1886’.

Toen was dit Château Baudoux het doelwit van een ongezien gewelddadige arbeidersopstand. Het kasteel werd geruïneerd en in brand gestoken. Hetzelfde lot onderging de nabijgelegen glasfabriek, de Verreries Baudoux. De man die de vernielzucht en de woede van de relschoppers over zich had afgeroepen, was Eugène Baudoux, industrieel, bewoner van een impressionant nieuw kasteel en patroon van een van de meest innovatieve en productieve glasfabrieken van het land.

Wat in Jumet gebeurde, was niet eens het meest gewelddadige, wel het meest symbolische moment van 1886, het jaar dat historicus Henri Pirenne duidde als een ‘explosie van woede, zonder vooropgesteld plan, zonder leiding, zonder duidelijk doel, enkel in de ban van een ontredderde massa’. Het jaar 1886 had dan ook alle ingrediënten voor sociale onrust: een economische depressie, piekende werkloosheid, een landbouwcrisis, slechte werkomstandigheden en een onredelijke sociale ongelijkheid.

Begonnen in Luik

De revolte was op 18 maart begonnen in de binnenstad van Luik en zou pas 11 dagen later hardhandig de kop ingedrukt worden. Wat in Luik een herdenking van de opstand van de Parijse Commune had moeten zijn, draaide uit op een ongecontroleerde plundertocht. Op het ogenblik dat de Luikse politici en notabelen een huldeconcert met de internationaal vermaarde pianist en componist Franz Liszt bijwoonden, werden meer dan 100 winkels, brasserieën en cafés getroffen.

De volgende dagen sloeg de onrust over naar andere stadjes in het Luikse. Maar pas toen op 25 maart in het industriebekken van Charleroi arbeiders het werk neerlegden en in groep door de straten trokken, sloeg het protest om in een onstuitbare razernij. Proletarische stakers botsten met de ordediensten of reageerden hun woede af op de fabrieken en hun machines.

Illustratie met het brandende Château Baudoux uit Le Monde illustré van 10 april 1886.

In de namiddag van 26 maart troepten enkele duizenden samen rond de Verreries Baudoux, de glasblazerij van Eugène Baudoux. De gemoderniseerde fabriek in de wijk Les Hamendes was de kampioen van de glasnijverheid in de regio. De streek van Charleroi stond in de 19e eeuw mee aan de kop van de wereldwijde glasproductie. Al in 1621 werd in Jumet de eerste glasoven aangestoken, en intussen opereerden tientallen kleine en grote glasblazerijen.

Samen met de steenkoolmijnen had de glasnijverheid voor een enorme bevolkingsgroei gezorgd. In de jaren 1880 kreeg de glasproductie nogmaals een boost dankzij nieuwe technieken. Baudoux installeerde zes op gas gestookte ovens die permanent konden branden en veel minder steenkool als brandstof nodig hadden. De ovens zorgden voor een spectaculaire productiestijging en die was nodig om de concurrentie aan te gaan met de glasfabricage uit het buitenland. Toen zelfs overproductie dreigde, verlaagde Baudoux de lonen.

Op de koop toe engageerde hij goedkope en ongeschoolde arbeidskrachten, want de moderne ovens hadden het ambachtelijke vakmanschap van de oude glasblazers met hun relatief hoge lonen niet langer nodig. Baudoux’ glasblazers kregen de steun van een van de weinige arbeidersorganisaties van die tijd, de Union Verrière.

Enkele kopstukken van deze vakbond vormden de voorhoede van de raid op de eigendommen van Baudoux. In minder dan een halfuur werden de gehate nieuwe ovens gesaboteerd en ging de fabriek in de fik. Hetzelfde lot onderging het kasteel, terwijl uitgelaten arbeiders zich laafden aan het beste uit de wijnkelder en anderen demonstratief paradeerden in de garderobe van madame Baudoux.

De eerste doden

Het inferno in Jumet was nog maar het begin. Op 27 maart greep de Burgerwacht in en vielen de eerste doden nadat een glasfabriek in Roux het had moeten ontgelden. Nog dezelfde dag verscheen het leger in het dorp. Eerste minister August Beernaert vond het tijd om orde op zaken te stellen en stuurde generaal Adolf Van der Smissen, die zijn manschappen zonder pardon op stakers liet schieten. Vermoedelijk stierven in het dorp 28 jonge arbeiders.

Het oproer was de kop ingedrukt, maar resoneerde tot in Brussel. Op 28 april werd de Commission d’Enquête du Travail opgericht, een parlementaire commissie die een aanzet gaf tot voorzichtige sociale wetten. In november gaf koning Leopold II in zijn troonrede aan dat arbeiders bescherming verdienden tegen het harde kapitalisme.

UGent-historica Gita Deneckere portretteerde de opstand van 1886 als ‘een blikopener voor de nationale autoriteiten, die de klachten voordien eenvoudig negeerden’. Het gewelddadige protest had van 1886 een scharniermoment gemaakt, waarna sociaal bewogen politici en hervormingsgezinde vleugels in de politieke partijen aan invloed wonnen.

De opstand van 1886 leidde de volgende jaren tot talrijke, vaak gecontesteerde vonnissen. De rechtbank in Bergen sprak strenge straffen uit voor de leiders van de onlusten in Jumet. Xavier Schmidt en Oscar Falleur, glasblazers en stichtende leden van de Union Verrière, werden veroordeeld tot 20 jaar dwangarbeid omdat ze arbeiders hadden opgejut en vechtersbazen geronseld om fabrieken te verwoesten.

Schmidt en Falleur werden verdedigd door Jules Destrée, de latere socialistische frontman, maar toen nog een jonge advocaat. Na het proces koos Destrée resoluut voor de politiek. Nog andere notoire socialistische figuren hesen zich in 1886 op het podium.

Het radicale boekje Catéchisme du peuple van de socialistische republikein Alfred Defuisseaux werd een bestseller. ‘De rijken nemen onze dochters om er prostitutievlees van te maken’, schreef Defuisseaux onverbloemd. En ook de Gentse socialist Edward Anseele zag zijn prestige bij de achterban stijgen nadat hij 6 maanden cel kreeg. Anseele had koning Leopold II in de dagen na de rellen tijdens een speech ‘de eerste volksmoordenaar’ genoemd.

Ook fabrieksbons Eugène Baudoux mocht niet klagen. Hij daagde Jumet en enkele andere gemeenten voor de rechter omdat ze de orde niet hadden verzekerd. Baudoux kreeg een genereuze schadevergoeding en bracht de productie in de kortste tijd weer op niveau.

Nog decennialang bleef de glasindustrie in de Carolo-regio aan de top staan. Van het roemruchte glasverleden resten vandaag alleen nog wat kleine productievestigingen. Ook de hoop van de inwoners van Jumet om van het Château Baudoux een glasmuseum te maken, is sinds de brand van 2023 vervlogen. Nu kijken ze op een zwartgeblakerde ruïne in een smoezelig kasteelpark vol puin.

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Maak van VRT NWS jouw voorkeursbron op Google

Google heeft een nieuwe functie gelanceerd waarmee je zelf kunt kiezen welke bronnen je eerst ziet wanneer je zoekt. Zo mis je nooit meer het laatste nieuws van VRT NWS.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"