In maart 1848 was een leger van 2.000 man op weg om de Belgische monarchie omver te werpen. Het viel België binnen via de grens met Frankrijk in het plaatsje met de merkwaardige naam, Risquons-Tout. De invasie werd een tragikomische mislukking. Risquons-Tout is zo een van de 100 beslissende plekken geworden in het nieuwe boek 'Het verhaal van België'.
Risquons-Tout! Het tragikomische verhaal van het stunteligste leger ooit dat België wilde veroveren
Een knullig leger van 2.000 man dat België vanuit Frankrijk binnenvalt, een opstand in gang wil trappen om zo de macht te grijpen, en daarvoor de grens oversteekt bij een gehucht dat uitgerekend de naam Risquons-Tout draagt. Vrij vertaald: Zet Alles op het Spel. De troep stakkers wordt terstond ingerekend door het Belgisch leger, dat hen doodleuk stond op te wachten.
Het had het script kunnen zijn van een tragikomische avonturenroman uit de 19e eeuw. Maar het was exact wat er gebeurde in de laatste week van maart 1848. De Slag van Risquons-Tout was de naam ‘slag’ niet waardig, het was niet meer dan een ‘histoire héroïcomique’ zoals de kranten destijds schreven, een akkefietje, een voetnoot in de Belgische geschiedenis.
Niettemin is de historische context wel van gewicht, namelijk de revolutiegolf die door Europa trok met een radicale strijd voor meer democratie in een tijd dat de breuk tussen kapitaal en arbeid groter dan ooit was geworden.
Vanuit Frankrijk Belgische monarchie omverwerpen
Het vuur van revolutiejaar 1848 in Frankrijk – de koning was gevlucht, de Tweede Republiek werd uitgeroepen en er was een sociaal-progressieve Voorlopige Regering aangesteld – dreigde over te slaan naar België. In de prille monarchie België was de republikeinse gedachte blijven smeulen. Ze werd verwoord door radicaal-democratische activisten die in het opstandige Parijs een tweede adem vonden en van de stad hun uitvalsbasis maakten.
De overtuiging groeide dat ook in België met collectieve actie en desnoods geweld de republiek gevestigd kon worden. Een radicale groep van uitgeweken Belgen vormde in Parijs een vrijwilligersleger, het Belgisch Legioen. Gerekruteerd werd er onder de Belgische arbeidersmassa die haar heil in het Franse noorden had gezocht, maar door economische malaise en politieke onrust in groten getale werkloos was geworden.
Voor bewapening werd gerekend op de nieuwe Franse Republiek en haar minister van Oorlog. Steun zou men snel krijgen in steden als Luik, Brussel, Brugge en Gent, waar de volksopstand broeide door hongersnood en sociaal ongenoegen.
De Fransen stelden gratis treinen ter beschikking van het Belgisch Legioen om naar de Belgische grens op te trekken. De ruim 2.000 leden werden verdeeld over 2 expedities, met een eerste poging op 25 maart 1848 om België binnen te vallen via het Henegouwse Quiévrain. Het konvooi bleek verraden te zijn en werd zonder slag of stoot ingerekend door een regiment van het Belgisch leger.
De tweede expeditie bereikte op 29 maart de Belgische grens. Vanuit Tourcoing marcheerde het legioen van werkloze huurlingen te voet over de steenweg naar de grens bij het kleine en doorgaans verlaten grensplaatsje Risquons-Tout. Van de verrassingsaanval waarop gehoopt was, kwam niets in huis. Het legioen botste op een mobiele troep van het Belgisch leger.
Wat een grand coup moest worden, werd al na een kort vuurgevecht neergeslagen. 7 revolutionairen sneuvelden en een 60-tal werd gevangengenomen. De rest nam weer de benen naar Frankrijk, gefrustreerd over de gebrekkige wapenbevoorrading en het achterblijven van de beloofde artillerie door de Fransen. Het verdeelde Frankrijk had het dan toch niet zo goed voor met de Belgische republiek, laat staan de annexatie waarop sommige radicalen hadden gehoopt.
Internationaal geprezen aanpak
17 kopstukken van het Belgisch Legioen werden op een assisenproces in Antwerpen ter dood veroordeeld voor hoogverraad. Uiteindelijk zouden ze gratie krijgen en werd de doodstraf omgezet in eenzame opsluiting in de citadel van Hoei.
Het nieuwe land België had niet alleen militair doeltreffend opgetreden, het had ook kordaat geantwoord met de strenge bestraffing van wat een politiek misdrijf werd genoemd. De monarchie België scheen stabieler dan gedacht en werd internationaal geprezen om de manier waarop ze had weerstaan aan revolutionair geweld. Het land leek nu echt verknocht te zijn aan de onafhankelijkheid waarvoor het in 1830 had gevochten.
Risquons-Tout vandaag
Risquons-Tout is tegenwoordig allerminst een verlaten plek. Waar het plaatsje in 1848 nog deel uitmaakte van Rekkem, hoort het vandaag bij Moeskroen. Het is opgegaan in de verstedelijkte grensregio tussen Rijsel en Moeskroen. Risquons-Tout ligt niet alleen op de landsgrens, maar ook nog eens naast de taalgrens. Het ziet van dichtbij de roerige E17-autosnelweg passeren met zijn enorme asfaltvlaktes uit het douanetijdperk.
Het verleden van Risquons-Tout heeft dan ook alles met de grens te maken. Net zoals andere plaatsjes is het gehucht gegroeid uit grensbedrijvigheid. Vanaf de 19e eeuw werd het vooral bevolkt door veelal Vlaamse migranten die werk zochten in de Noord-Franse textiel- of steenkoolindustrie. De lange rijen arbeidershuizen langs de dorpsstraten zijn daar nog steeds getuigen van.
Wat oorspronkelijk niet meer dan een paar huizen met een herberg voor rustende reizigers was, werd geleidelijk een dorp met kerk in het midden, met cafés en nachtclubs, benzinestations en allerlei handige grenswinkels.
Voor de Slag van Risquons-Tout werden in het dorp geen gedenkzuilen opgericht. Daarvoor was het te zeer een schertsvertoning. Een monument zou hier ook alleen maar verloren gaan in de dichtbebouwde en rommelige grensovergang langs de steenweg van Tourcoing naar Kortrijk, waar de lichtgelovige revolutionairen in 1848 voet op Belgische bodem hadden gezet.
Tot slot, waar komt die zonderlinge naam Risquons-Tout vandaan? Ook dat staat hier nergens in marmer gebeiteld. De naam zou verwijzen naar de smokkelaars die bij hun gewaagde onderneming telkens uitriepen: ‘Risquons tout!’ Andere bronnen hebben het over een liederlijke herberg die haar naam en reputatie aan het gehucht geleend zou hebben.

