In een open brief spreken verschillende (ex-)medewerkers van professor Carl Devos (UGent) hun steun uit voor hem. Devos is in opspraak gekomen wegens mogelijk grensoverschrijdend gedrag. Wat Devos zelf volledig ontkent. "Carl Devos als een machtswellusteling neerzetten, wringt heel erg met onze ervaring", klinkt het in de open brief. "We vrezen dat feiten met fictie worden vermengd."
(Ex-)medewerkers van Carl Devos schrijven open brief: "We vrezen dat feiten met fictie worden vermengd"
Waarover gaat dit? Deze week verscheen een roman van Hilde Van Liefferinge, oud-onderzoeker aan de UGent. Daarin wordt gesuggereerd dat de UGent een zaak van wangedrag bij een doctoraatsstudente onder de mat heeft geveegd. Er wordt geen naam genoemd, maar volgens het weekblad Humo gaat het om feiten die gepleegd zijn door een bekende professor van de vakgroep politieke wetenschappen.
Carl Devos bevestigt dat het over hem gaat. Hij onderneemt nu juridische stappen en geeft tot de paasvakantie geen les meer.
Tine Boucké, Sofie Staelraeve, Manu Mus, Wouter Blomme, Nicolas Bouteca, Lorenzo Terrière en Tom Verstraete zijn allemaal (ex-)medewerkers van Devos aan de UGent. 5 van hen geven in de open brief aan dat ze er op hetzelfde moment werkten als Van Liefferinge die het boek schreef waarin de beschuldigingen aan bod komen.
Ze herkennen zichzelf en de vakgroep Politieke Wetenschappen niet in de berichtgeving over de zaak. "Ze vertrokken vanuit een roman die feiten met fictie vermengt. We vrezen dat net datzelfde gebeurde met de nieuwsartikelen die recent verschenen zijn", steekt de open brief van wal. Ze benadrukken dat ze het proces van de media niet willen maken, maar maken in de open brief duidelijk dat ze de karakterschets die van Devos gemaakt wordt niet herkennen.
Bijtende humor was schering en inslag. We konden elkaar tegelijk een hand en een schop geven
"Volgens bepaalde berichtgeving zou hij academisch niks voorstellen en diva-gedrag vertonen", schrijven ze. "Hij heeft inderdaad geen 20 wetenschappelijke toppublicaties op zijn naam, maar wie door zo’n bril naar het academisch bestaan kijkt, was duidelijk nog nooit professioneel actief binnen een universiteit."
De schrijvers kennen hem naar eigen zeggen wel als een collega "die opkomt voor zijn doctoraatstudenten en die hen ook aan de buitenwereld aanprees. Iemand die oprecht dankbaarheid toonde als de nodige inspanningen op het werk geleverd werden."
Tegelijk geven ze aan dat sommige zaken die nu vermeld worden op verschillende manieren kunnen worden geïnterpreteerd. De vakgroep was vrij klein in die tijd en iedereen kende elkaar heel goed, klinkt het. "In die context was bijtende humor schering en inslag. We konden elkaar tegelijk een hand en een schop geven."
In dit verhaal tussen feit en fictie plaatsen we ons graag aan de kant van de rede
"Zo ontstond ook de traditie om aan de hand van bijtende humor een laudatio af te steken na afloop van elke doctoraatsverdediging", gaan ze voort. "In de stukken die nu verschijnen worden dat oneerbare uitspraken genoemd. Dat kan, maar had wellicht te maken met het uit de voegen barsten van het instituut waarbij relaties minder hecht werden en bijtende humor sneller als kwetsend kon ervaren worden."
"Carl Devos als een machtswellusteling neerzetten, wringt heel erg met onze ervaring", besluiten ze. "In dit verhaal tussen feit en fictie plaatsen we ons graag aan de kant van de rede. Niet anoniem, maar open en bloot. Zoals het hoort. Iemand is onschuldig tot het tegendeel bewezen is."
LETTERLIJK de open brief:
Wij, (ex-)medewerkers, herkennen ons niet in de recente berichtgeving over Carl Devos, en bij uitbreiding over de hele vakgroep Politieke Wetenschappen. Die berichten waren snoeihard en vooral heel eenzijdig. Ze vertrokken vanuit een roman die feiten met fictie vermengt. Wij vrezen dat net datzelfde gebeurde met de nieuwsartikelen die recent verschenen zijn. Het grootste slachtoffer: C.D. uit Izegem.
We willen hier het proces van de media niet maken. Die zoektocht naar de juiste balans in berichtgeving in zo’n zaken is complex. In dit verhaal vereist het een teletijdmachine om terug te reizen naar de onderzoeksgroep Ghips aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Vijf van ons waren er toen ook bij. Op hetzelfde moment toen Hilde er werkte. Sommigen van ons deelden eenzelfde bureau met Hilde, we lunchten en verbeterden examens samen en beleefden de tijd van ons leven.
Als voormalige assistenten van Carl Devos kunnen wij ons niet vinden in de karakterschets die de voorbije dagen van hem werd gemaakt. Volgens bepaalde berichtgeving zou hij academisch niks voorstellen en diva-gedrag vertonen. Hij heeft inderdaad geen 20 wetenschappelijke toppublicaties op zijn naam, maar wie door zo’n bril naar het academisch bestaan kijkt, was duidelijk nog nooit professioneel actief binnen een universiteit. Naast onderzoek bestaat het academisch leven ook uit onderwijs en dienstverlening. Zo zijn er proffen die 100% van hun tijd aan onderzoek besteden en er zijn er die helaas geen of nauwelijks tijd meer hebben om dat te doen. Omdat ze bijvoorbeeld jaarlijks politicologie doceren aan 1500 studenten, de samenleving iets trachten bij te brengen over politiek, boeken en columns schrijven, een vakgroep van een honderdtal medewerkers managen en tegelijkertijd in West-Vlaanderen een UGent-plan trachten te ontrollen.
Wij kennen hem als een collega die opkomt voor zijn doctoraatstudenten en die hen ook aan de buitenwereld aanprees. Iemand die oprecht dankbaarheid toonde als de nodige inspanningen op het werk geleverd werden. Het zal de lezers van de recente UGent-soap wellicht raar in de oren klinken, maar we beleefden er de meest onbezonnen jaren van onze carrière. Er was tijd om onderzoek te doen naar wat je zelf interessant vond. Je werd er niet in een onderzoeksproject van de promotor gedropt maar mocht doen wat je vier of zes jaar lang kon volhouden. Dat was volgens Carl de beste strategie om die zware tocht naar een doctoraatstitel te lopen. Dat het onderzoek daardoor te veel richtingen uitging was bijzaak, zolang het maar goesting gaf om elke dag aan je eigen onderzoek te werken. Echt modern was de begeleiding wellicht ook niet. Een doctoraat werd gezien als een bewijs dat je zelfstandig kon werken. Sommigen wentelden zich in die vrijheid, anderen verdronken misschien wat in zoveel liberalisme.
En zo kan je aan heel wat zaken die nu in het mandje van Carl Devos worden gegooid een uiteenlopende lezing geven. De ‘onterende’ uitspraken bijvoorbeeld. In de wonderjaren van wat wij, niet zonder zelfspot, het Gentse Instituut der Politieke Studieën hadden gedoopt was er heel wat kameraadschap. Zo werd iedere medewerker in de aanwerving van een nieuwe assistent betrokken. Opdat de nieuwe collega ook goed in de groep zou passen. Team België, zoals we ook werden genoemd, was toen nog relatief klein en we kenden elkaar heel goed. In die context was bijtende humor schering en inslag. We konden elkaar tegelijk een hand en een schop geven. Zo ontstond ook de traditie om aan de hand van bijtende humor een laudatio af te steken na afloop van elke doctoraatsverdediging. In de stukken die nu verschijnen worden dat oneerbare uitspraken genoemd. Dat kan, maar had wellicht te maken met het uit de voegen barsten van het instituut waarbij relaties minder hecht werden en bijtende humor sneller als kwetsend kon ervaren worden.
Carl Devos als een machtswellusteling neerzetten, wringt heel erg met onze ervaring. In dit verhaal tussen feit en fictie plaatsen we ons graag aan de kant van de rede. Niet anoniem, maar open en bloot. Zoals het hoort. Iemand is onschuldig tot het tegendeel bewezen is. Zo gaan wetenschappers te werk, zo functioneert de rechtstaat. Deze kwestie was beter uitgevochten in een rechtbank, met tegensprekelijk debat en met een rechter die op basis van objectieve feiten een oordeel velt. We begrijpen dat dit geen makkelijke stap is om te zetten omdat dan heel wat over je heen dreigt te komen. Maar de vraag is of je dat nog kunt inroepen als je 14 jaar na de feiten zelf een mediastorm ontwikkelt die je dagenlang in alle Vlaamse kranten en media brengt. Op dat moment belandt een goed argument van feit in pure fictie.
Tine Boucké,
Sofie Staelraeve,
Manu Mus,
Wouter Blomme,
Nicolas Bouteca,
Lorenzo Terrière,
Tom Verstraete,
De auteurs zijn allen (ex-)medewerkers van prof. dr. Carl Devos (Vakgroep Politieke Wetenschappen, UGent) en schrijven dit stuk in eigen naam.
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen


