De 8e editie van de Grote Schelpenteldag telde meerdere records. 3.500 deelnemers schuimden 400 kilometer kust af in Noord-Frankrijk, België en Nederland en verzamelden en identificeerden bijna 150.000 schelpen van in totaal 72 verschillende soorten. Op de Belgische stranden raapten de deelnemers het meest halfgeknotte strandschelpen, gevolgd door het nonnetje en de kokkel.
Schelpenteldag aan de kust kent recordeditie met 150.000 getelde schelpjes: halfgeknotte schelp is het populairst
"Vele handen, maken weinig werk", vertelt Jan Seys van het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ). "Het mooie lenteweer zorgde voor een recordopkomst en een record ingezamelde schelpjes. Het concept raakt na 8 edities steeds bekender. We zien elk jaar nieuwe gezichten, zowel kindjes als gepensioneerden. Iedereen is gek van schelpen."
Er werd in ons land geteld, maar ook in Nederland en in Noord-Frankrijk. "150.000 schelpen over 400 kilometer kustlijn in totaal. Daar kan je dus wel conclusies uit trekken. Dit jaar waren de verschillen tussen de 3 landen minder uitgesproken. De halfgeknotte strandschelp werd overal het meest geteld. Die is driehoekig van vorm, waarbij een zijde sterker is 'afgeknot' dan de andere kant."
36 procent van alle getelde schelpjes in ons land waren halfgeknotte strandschelpen. Die worden gevolgd door het nonnetje, met 21 procent, die komt veel vaker voor bij ons dan bij onze buurlanden. Het nonnetje is kleurrijk. Het is bolrond aan de ene kant en spitser aan de andere kant. Vaak hangen de 2 schelpjes ook nog aan elkaar, dan is het te vergelijken met een portemonneetje. Op 3 staat de kokkel met 18 procent, dat is een geribbelde hartvormige schelp.
Geen verrassingen bij de resultaten
De exoten, zoals de Filipijnse tapijtschelp en de Amerikaanse strandschelp blijven op een laag niveau hangen. "Een status quo ten opzichte van vorig jaar. Dat kan ook ergens geruststellend zijn. Dat kan ook zijn omdat er bijvoorbeeld geen grote storm is geweest vlak voor de telling. Dan krijg je een telling van het bestaand materiaal dat al op het strand lag en spoelt er minder aan."
Ook al zijn er geen verrassingen bij, toch blijft zo'n telling interessant volgens Seys. "Als we vergelijken met de telling van 8 jaar geleden, dan zien we dat er bepaalde soorten zijn bijgekomen of opgeschoven zijn naar het Noorden. Dat geeft niet alleen informatie over de hoeveelheid schelpen, maar het vertelt ook veel over onze biodiversiteit en de toestand van de Noordzee."
Extra aandacht naar de kokkel
Een 1.000-tal kokkels van op de Belgische stranden werden meer in detail bekeken. Zo geeft de kleur van de kokkelschelpen aan dat het overgrote deel, tot 92 procent, sub-fossiel is. Dat betekent dat ze hier al honderden tot soms wel duizenden jaren geleden zijn gestorven en als schelp al die tijd op het strand of in/op de zeebodem vertoefden.
