Actrice Maaike Cafmeyer doet het. Acteurs Rik Verheye en Wim Willaert ook. Net als veel West-Vlamingen zeggen ze “ik kom zot”, terwijl het volgens de standaardtaal “ik word zot” hoort te zijn. “Door de jaren heen hebben bepaalde (werk)woorden ook andere betekenissen gekregen waardoor je deze vorm krijgt”, vertelt Chris De Wulf, dialectoloog (UA).
West-Vlamingen zeggen “ik kom zot” in plaats van “ik word zot”: hoe zit dat?
Elke woensdag gaat Peter Van de Veire in ‘Goeiemorgen morgen!’ (radio2) samen met dialectoloog Chris De Wulf (UA) op zoek naar de eigenheid van onze taal. Meer weten? Vorige keer ging Radio2 op zoek naar 5 dialectwoorden die de luisteraar voor altijd wil behouden.
Het werkwoord 'komen' hebben we uit het Germaans geërfd. Toen luidde het nog ‘kweman’. Dat betekent net zoals komen ‘ergens naartoe gaan en arriveren’. De Germaanse kwe- is langzaam naar ko- geëvolueerd. Denk maar aan ‘kweena’, dat we nu kennen als ‘koningin’. En dus ook ‘kweman’ dat ‘komen’ werd. Maar de betekenis bleef eerst onveranderd.
Dat komen van betekenis veranderde, gebeurde in het Middelnederlands. Het betekende vanaf toen niet alleen fysiek ergens naartoe gaan. We gingen het ook figuurlijk gebruiken. Denk aan: het goede nieuws komt gelegen, het komt ten goede, …
Liever luisteren dan lezen? Beluister het gesprek in Goeiemorgen morgen!
In West-Vlaanderen evolueerde het nog verder. Daar gebruikten ze in de 19e eeuw al de uitdrukking ‘zot komen’. Daarnaast zag je toen ook andere uitdrukkingen zoals hij kwam rood tot bachten zijn ooren en hij is ziek gekommen van verdriet. Ook sommige Oost-Vlamingen doen dat. Ze gebruiken komen als hulpwerkwoord, in de plaats van worden. Deze ontwikkeling heet grammaticalisatie.
Er zijn nog voorbeelden te vinden in onze taal. Ook ‘kei’ betekent niet alleen steen in ons huidige Nederlands. Kei werd gebruikt in ‘keihard’. Dat betekent ‘zo hard als een steen’. Later ging kei een eigen leven leiden en werd het een voorvoegsel. ‘Keimooi’, ‘keigroot’… Het gebeurde eerst vooral in het Brabants. Maar doordat het vaak gebruikt werd in jongerenprogramma’s op Ketnet of door K3, kwam het in Vlaanderen en Nederland terecht.
Reuze is er ook zo een. We hadden reuzegroot, ‘zo groot als een reus’. Maar veel vaker is reuze een voorvoegsel om iets te omschrijven en kracht bij te zetten. Reuzefijn is eigenlijk gewoon heel erg fijn

