Achterwarege, enkbeugel, kwaadperterij, wijsterkapeel en tuttefrut. Dit zijn de vijf dialectwoorden die nooit verloren mogen gaan. Dat hebben de luisteraars van Radio2 beslist na een rondvraag. “In onze moderne samenleving gaan veel streekgebonden woorden verloren. Nochtans zijn dialecten de schatkamer van de Nederlandse taal”, zegt Chris De Wulf, dialectoloog (UA).
Van enkbeugel tot tuttefrut: dit zijn de 5 dialectwoorden die we niet willen vergeten
Dialecten verdwijnen. Dat is volgens dialectoloog Chris De Wulf een gevolg van de moderne samenleving. “Vroeger werd een dialect gesproken in één specifiek dorp of één specifieke stad. Mensen verhuizen nu vaker dan vroeger. Ze nemen hun eigen taal mee, waardoor het plaatselijke dialect wat verwatert.”
Nochtans is het volgens De Wulf belangrijk om dialecten te bewaren. “Het is de schatkamer van de Nederlandse taal. Daarin is zoveel uit ons taalverleden bewaard wat het Standaardnederlands niet gehaald heeft: klanken, woorden, grammaticale constructies,…”.
Daarom deed 'Goeiemorgen morgen!' (Radio2) deze week een oproep bij luisteraars: "Welk dialectwoord wil jij bewaren?". Uit elke regio werd een woord gekozen dat het taalverleden mooi weerspiegelt.
Oost-Vlaanderen: achterwarege
Achterwarege, achterweirsterigge, achterwoarstre,… al deze variaties zijn dialect voor vroedvrouw. Het woord komt vooral in Oost-Vlaanderen voor, maar je ziet het ook net over de grens in West-Vlaanderen verschijnen.
Het is afkomstig van het Middelnederlandse werkwoord achterwaren, dat beschermen, verzorgen en hoeden betekent. Het werd vooral gebruikt in de betekenis van zorg dragen voor zieken.
Dat we achterwarege nu niet veel meer gebruiken, is omdat het beroep geprofessionaliseerd werd via formele opleidingen. Die worden in de standaardtaal gegeven, dus daarom is het dialectwoord op de achtergrond geraakt. Hetzelfde geldt voor dialectwoorden voor verschillende beroepen.
West-Vlaanderen: wijsterkapeel
Het woord wijsterkapeel of wiesterkapijèle vind je vooral in het zuiden en het westen van West-Vlaanderen. Wijster komt van het Middelnederlands werkwoord weisteren dat wegstuiven of onrustig bewegen wil zeggen.
Kapeel komt dan weer van het Oudfrans woord capel. Dat staat voor hoed, maar ook voor bloementuil. Wijsterkapeel kan dus wijzen op een ordentelijke verzameling die helemaal dooreen gehaald is. In West-Vlaanderen gebruiken ze het om te zeggen dat iets overhoop ligt of in de war is.
Limburg: enkbeugel
In de Limburgse Kempen spreken ze van een enkbeugeltje, een inkebiegel of een inkbujel als ze het over een eekhoorn hebben. Over heel Limburg verspreid zijn er nog een twintigtal andere dialectwoorden om de eekhoorn te beschrijven. Denk maar aan boomkopertje, eekjantje of zeikpoes.
Voor dieren en planten die al lang in onze streken voorkomen, bestaan er sowieso veel dialectvariaties. We hebben ze leren kennen en namen gegeven toen we nog in kleine gemeenschappen woonden. Daarom dat we er ook elk onze naam aan gaven.
Vlaams-Brabant en Brussel: kwaadperterij
Deugnieterij noem je in Vlaams-Brabant kwaadperterij. Je ziet het in sommige steden en gemeenten ook als koepicheraa en kwoepicherij terugkomen. Je herkent er het woord kwaad in. Pertig komt van het Middelnederlands en heeft vele betekenissen. Dat gaat van listig en eigenzinnig tot mooi en bevallig.
Het is een bijzonder woord, omdat het niet alleen in Vlaams-Brabant en Brussel, maar ook in aanpalende provincies en in grote steden als Antwerpen en Gent voorkomt. Het was in het verleden een relatief goed verspreid woord. Tot de eerste helft van de 20e eeuw kan je het nog in woordenboeken terugvinden. Het heeft niet veel gescheeld of het woord bestond nog altijd als deel van onze hedendaagse standaardtaal.
Antwerpen: tuttefrut
Als een Antwerpenaar je tuttefrut aanbiedt, dan krijg je een kauwgom. Het is een relatief recent dialectwoord dat we danken aan de Amerikanen. In de Verenigde Staten werd er in de 19e eeuw al kauwgom ontwikkeld. Een van de merken was Tutti-frutti. Dat werd vernoemd naar het Italiaanse tutti i frutti, dat ‘alle vruchten’ betekent.
Toen de Amerikaanse soldaten op het einde van de Tweede Wereldoorlog naar onze contreien kwamen, brachten ze tutti-frutti mee. Dat werd dan ‘verantwerpst’ naar tuttefrut. Ook in het Waasland en in sommige delen van Vlaams-Brabant werd het woord overgenomen.

