Joseph Pearce schrijft over hoe zijn complexe familiegeschiedenis en zijn seksuele geaardheid zijn leven richting gaven. Kris Van Steenberge ontleedt een familie onder emotionele hoogspanning. Joris Vermassen, alias Fritz Van den Heuvel, kruipt opnieuw in de tekenpen voor een beeldverhaal geïnspireerd op het dagboek van zijn grootvader. En 2 bestsellers, 1 uit Zweden en 1 uit de VS, vinden hun weg naar een internationaal publiek. Dit zijn de 5 boeken die VRT NWS deze week tipt.
Het levensverhaal van Joseph Pearce, de nieuwe Van Steenberge en het 'beste Zweedse boek van 2024': dit zijn de 5 boeken van de week
In 'Schoon schip, confidenties van een onbesneden Jood' (Uitgeverij Manteau) maakt auteur Joseph Pearce de balans op van zijn leven. Het boek is een persoonlijk verhaal en een eerlijke reflectie op het omarmen van een veelgelaagde identiteit in een wereld die het liefst eenvoudige categorieën hanteert.
Pearce (1951) groeit op in het industriële Vilvoorde, te midden van het roet en stof die de stad de bijnaam 'Vuilvoorde' gaven. Een groothandel in koloniale waren en een warm gezin vormen het decor van zijn jeugd. Op 14-jarige leeftijd ontdekt hij dat zijn vader geen Brit is, maar een Duitser van joodse afkomst die in 1938 vluchtte naar Engeland en zijn naam veranderde van 'Peritz' naar 'Pearce'.
Na de oorlog belandt hij in België waar hij trouwt met zijn moeder, afkomstig uit een vroom katholiek gezin. Voor zijn klanten houdt hij zijn ware afkomst verborgen. Pearce beschrijft hoe zijn vader laveert tussen verschillende identiteiten en hoe dit zijn eigen zelfbeeld heeft beïnvloed.
Pearce duikt ook in zijn worsteling met homoseksualiteit in de jaren 60 en 70, toen dat nog taboe was. "Seksualiteit is 1 laag van je identiteit en die duw je weg, verstop je. Maar dat betekent niet dat je jezelf schrapt als mens", vertelt hij hierover op Klara. In de jaren 80 verhuist hij naar Londen, waar hij zich kan ontplooien, maar ook wordt geconfronteerd met de repressieve wetten van de Thatcher-regering.
Kris Van Steenberge gooide hoge ogen met zijn debuut 'Woesten'. Intussen komt zijn 3e roman uit: 'Pechstrook' (uitgeverij Pelckmans), een familieverhaal vol dramatische wendingen.
Wat een leuke gezinsuitstap in Dinant moest worden, eindigt in een drama. Een kinderwagen met daarin de 2-jarige Hans-Peter dondert van de citadel naar beneden. De baby overleeft het niet. Van Steenberge schetst hoe dit drama als een donkere wolk boven de hoofden van de gezinsleden blijft hangen. "De schuldvraag is de grote motor van het boek", vertelt Van Steenberge op Klara.
Het boek begint met Raphaël, de oudste zoon, die in de gevangenis zit en aangespoord wordt om zijn verhaal neer te schrijven. Vader Danny, truckchauffeur en voetbalfanaat, vindt houvast in de harde supporterskern waarmee hij geregeld gaat knokken. Moeder Nicole, verzorgster in een woonzorgcentrum, trekt zich na de tragische gebeurtenis terug in de stilte tussen haar planten.
Van Steenberge houdt de spanning erin en vertelt pas helemaal op het einde wat er echt gebeurd is en waarom Raphaël achter de tralies zit. "De grote climax was voor mij van bij aanvang al duidelijk." De auteur laat de lezer zelf de puzzel leggen door in de verschillende perspectieven van de personages te duiken, een spel vol flashbacks en flashforwards.
Joris Vemassen is vooral bekend als Fritz Van den Heuvel, het pseudoniem waaronder hij humoristische strips maakte voor Humo. Van de tekenaar ligt nu 'Soldaat-hovenier. Een liefde tussen hemel en hel' (uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts) in de winkel. Een graphic novel gebaseerd op dagboekfragmenten van zijn grootvader uit de Eerste Wereldoorlog.
Grootvader Alois, een brave Vlaamse katholieke jongen en hovenier, moet in 1914 naar het front. Hij neemt afscheid van zijn geliefde Clothilde en houdt zijn ervaringen bij in 2 dunne schriftjes, die Vermassen meer dan 100 jaar later omzet in een beeldverhaal. Een project waar hij maar liefst 15 jaar aan werkt.
Wat Vermassen vooral fascineert is niet de oorlog zelf, maar de periode voor en na. Hij richt zich niet op de loopgraven en gevechten, maar op de mentale en fysieke littekens die de oorlog achterlaat. Daardoor is het niet alleen een persoonlijke maar ook een universele vertelling over de impact die grote gebeurtenissen hebben op de kleine mens. En bovenal is het een aanklacht tegen oorlog. "En helaas, nu is het zeer actueel geworden," vertelt hij op Radio 1.
Ook het vinden van de juiste grafische taal was een lange zoektocht, getuigt Vermassen. Uiteindelijk tekende hij alles digitaal.
Acht meisjes, 1 ring, en een gemeenschappelijke droom. In 'Headshot' (uitgeverij Koppernik), de debuutroman van Rita Bullwinkel, stappen 8 jonge boksers de arena in voor de 'Daughters of America Cup' in Reno, Nevada. Niet bepaald een prestigieuze wedstrijd: het publiek telt hooguit 20 man en de prijs is een plastic beker. Tijdens de afvallingsrace beuken de meisjes erop los, gedreven door ambitie en een verleden dat hen achtervolgt.
Bullwinkel, assistent-professor Engels aan de Universiteit van San Francisco, brengt de gevechten tot leven in een roman die wemelt van de actiescènes. We kruipen in het hoofd van de protagonisten en volgen hoe hun verhalen zich ontvouwen. Met een vlotte pen en via geslaagde oneliners maakt Bullwinkel de lezer deelgenoot van hun verleden en toekomst.
Christophe Vekeman noemt de 8 meisjes "bepaald geen katjes om zonder handschoenen aan te pakken". Ze gaan gebukt onder "de onzinnigheid van hun ambitie". Want wat blijft er over als de wedstrijd voorbij is?
"'Headshot' is niet de uppercut die sommige Amerikaanse recensenten ervan maken, maar een slag in het water is deze eerste roman van Rita Bullwinkel toch ook helemaal niet", nuanceert Vekeman de internationale lof waarmee het boek overladen wordt.
'De kraanvogels vliegen naar het zuiden' (uitgeverij Meulenhoff) is de debuutroman van Lisa Ridzén die in Zweden werd uitgeroepen tot 'Het beste boek van 2024'. Annelies Moons en Joris Hessels lazen de roman waarvan de vertaalrechten ondertussen in 32 landen zijn verkocht.
Voor Moons voelt het verhaal heel Zweeds aan, door de prominente rol van de keukenbank. Op die bank ligt de 90-jarige Bo. Zijn vrouw verblijft in een woonzorgcentrum en hij blijft achter met zijn hond Sixten. Zelf is hij niet meer zo goed te been, maar hij wordt geholpen door de thuisverpleging en door zijn zoon Hans.
De lezer krijgt inzage in de aantekeningen van de verplegers in het logboek. Die keukenbank wordt belangrijk omdat het een van de vele discussiepunten wordt: Bo wil zich niet wassen en wil op de keukenbank slapen. De vraag of hij nog in staat is om voor de hond te zorgen, vormt een twistappel tussen vader en zoon.
'Wat heb je nog zelf te beslissen wanneer je 90 bent?', is een van de thema's in het boek, net als de relatie tussen vader en zoon waarin het moeilijk communiceren is over emoties.
"Je voelt aan alles dat de tijd bijna op is en hoe ze daarmee omgaan zit heel mooi ineen", vindt Moons. "Er is een vriend die hij regelmatig belt maar die hij niet meer ziet, de onvoorwaardelijke liefde voor zijn hond en een zoon die dichter bij zijn vader wil komen, terwijl die wegglipt tussen zijn vingers": zo vat Hessels de melancholie in het boek samen.




