Belgische gezinnen geven vandaag nog steeds minder geld uit aan transport dan voor de coronacrisis. Dat blijkt uit een rapport van het Federaal Planbureau en de federale overheidsdienst Mobiliteit. Er is zelfs sprake van een ‘blijvende verandering in het mobiliteitsgedrag van huishoudens’. Vooral de uitgaven voor het gebruik van de wagen zijn gedaald, zoals brandstof, onderhoud of herstelling.
We geven nog steeds minder uit aan transport dan vóór de coronacrisis
Voor het uitbreken van de coronacrisis stegen de vervoersuitgaven van een gezin gemiddeld nog sneller dan de andere gezinsuitgaven. Maar intussen lijkt er sprake te zijn van een ommekeer. Volgens de cijfers van het Planbureau gaven gezinnen in 2023 gemiddeld 10 procent van hun inkomen uit aan transport, in 2019 was dat nog 12 procent.
Vooral de uitgaven voor voertuiggebruik hebben een ‘permanente neerwaartse schok’ ondergaan. Die aanhoudende lage bestedingen zijn waarschijnlijk het gevolg van meer telewerk, e-commerce of fietsgebruik. De hoge brandstofprijzen in de periode 2020-2023 hebben ook een rol gespeeld.
Belgen kopen minder (nieuwe) auto’s: te duur, of twijfel over de betrouwbaarheid van tweedehands elektrische wagens
Belgen kopen ook minder auto’s. Enerzijds is dat te wijten aan de verstoring van de toeleveringsketens in de auto-industrie waardoor autoleveringen vertraging opliepen. Anderzijds heeft het te maken met de afwachtende houding die gezinnen aannemen als gevolg van fel gestegen aankoopprijzen en de onzekerheid rond technologie en regelgeving van elektrische wagens.
De onderzoekers stellen in hun rapport ook dat de vervoersuitgaven stijgen als een gezin verder van de stad woont. Zo blijkt een gezin in de stad jaarlijks gemiddeld 4.159 euro aan transport uit te geven, terwijl een gezin op het platteland gemiddeld bijna een derde meer besteedt (5.450 euro). De bereikbaarheid van het openbaar vervoer speelt een nog grotere rol. Een gezin dat vlot toegang heeft tot openbaar vervoer, betaalt gemiddeld maar de helft in vergelijking met een gezin met beperkte toegang (3.679 tegenover 7.240 euro).
Tot slot hangen de transportuitgaven ook af van het gezinsinkomen. Gezinnen met een lager inkomen besteden een groter deel van hun budget aan noodzakelijke transportuitgaven, terwijl gezinnen met hogere inkomens relatief gezien meer uitgeven aan vrijetijdsverplaatsingen.
De studie bevat slechts gegevens tot en met 2023 maar lijkt wel te bevestigen wat het verkeerscentrum in zijn jaarrapport 2024 vertelde. Vorig jaar legden voertuigen in België nog steeds iets minder kilometers af dan voor covid. Het feit dat we toch dan toch vaker in de file staan dan voor corona, heeft vooral te maken met wegwerkzaamheden en vrijetijdsverkeer in de daluren en het weekend. Wie het hele rapport in detail wil bekijken, kan hier terecht.

