Kok Jeroen Meus gaat op Instagram door het leven als ‘Jerre Meus’. VRT-weerman Bram Verbruggen wordt door zijn vrienden soms ‘Brakke’ genoemd. Ze komen allebei uit Vlaams-Brabant en dat is geen toeval. “Zulke bijnamen zijn typisch voor deze regio”, zegt dialectoloog Chris De Wulf (UA).
Bram en Jeroen worden 'Brakke' en 'Jerre': hier komen bijnamen vandaan
Elke woensdag gaat Peter Van de Veire in 'Goeiemorgen morgen!' (radio2) samen met dialectoloog Chris De Wulf (UA) op zoek naar de eigenheid van onze taal. Meer weten? Vorige keer vertelde hij over de dialectische benamingen voor broodbeleg.
Bijnamen dienen om ons te onderscheiden wanneer voornamen niet volstaan. Zo zijn er veel mensen met de naam ‘Peter’ of ‘An’, maar welke ‘Peter’ of ‘An’ bedoel je? Een bijnaam doet dus hetzelfde als een achternaam: iemand specifiëren.
Sterker nog, veel hedendaagse achternamen vinden hun oorsprong in bijnamen Mensen werden omschreven aan de hand van hun beroep. Denk maar aan ‘de bakker’ of ‘de kuiper’. Plaatsnamen konden ook bepalend zijn, ‘van Lier’ bijvoorbeeld. Ook eigenschappen zoals ‘de dikke’ en ‘de lange’ konden tot een achternaam leiden.
Liever luisteren dan lezen? Beluister het gesprek met dialectoloog Chris De Wulf in Goeiemorgen morgen!
Naast bijnamen, heb je ook roepnamen. Die worden vaak gevormd op basis van de voornaam. Bijvoorbeeld door lettergrepen weg te laten. Een Johannes wordt dan een Johan, een Hannes of een Jan. Doorheen de jaren werden roepnamen ook populaire voornamen.
Roepnamen zijn soms verkleinwoorden. Dat komt omdat er een '-ke' of '-e' toegevoegd wordt. Stan wordt Stakke, Hans wordt Hakke, Wim wordt Wikke,… En Jeroen ‘Jerre’ Meus dus.
Vooral in Vlaams-Brabant worden deze roepnamen vaak gebruikt. En daar is nog een extra effect. Door de ‘-ke’ toe te voegen, wordt een lange klinker korter. Aapje wordt zo ‘opke’. Ook met namen gebeurt dat. Daan wordt zo Dakke, met korte ‘a’ en Stijn wordt Stekke, met korte ‘ij’ of ‘e’ .
In Oost- en West-Vlaanderen eindigen bijnamen dan weer vaker op ‘-ken’ of ‘-en’. René wordt Neeten. Dreeten is dan weer de roepnaam voor André. En hier vind je dus ook Jakken, vaak met een '-n' op het eind.
En in het Oost-Vlaamse Ronse gebeurt al helemaal iets bijzonders. Een woord op ‘-en’ krijgt daar een ‘-ie’ achteraan. Een veulen wordt een veulie. Ook bijnamen volgen die regel. Octaaf wordt elders Taaf of Taven, maar in Ronse is dat Tavie. Hetzelfde voor René. Die ken je in Ronse als Neetie.

