Gifstoffen uit schimmels op voedingsproducten als granen, maïs of rijst dreigen een groter gezondheidsprobleem te worden in Europa. Naarmate het continent opwarmt en vochtiger wordt door de klimaatverandering, zullen die zich beter kunnen verspreiden. We houden daar beter nu al rekening mee, waarschuwt het Europees Milieuagentschap.
Klimaatopwarming leidt tot meer giftige schimmels in voeding, waarschuwt Europees Milieuagentschap
Van alle werelddelen warmt Europa het snelst op. Die opwarming gaat er dubbel zo snel als het wereldwijde gemiddelde. En het einde is nog niet in zicht. Zolang de mens broeikasgassen blijft uitstoten, zal de opwarming zich doorzetten. Momenteel is de wereld op koers voor een stijging van zo'n 2,7 graden Celsius. Maar het zou ook meer kunnen worden.
En dat heeft gevolgen. Warmere lucht kan ook meer vocht vasthouden: 7 procent meer per graad extra. In dat warmere, maar ook vochtigere klimaat zullen sommige schimmels zich nog beter thuis voelen.
Het Europees Milieuagentschap (EEA) waarschuwt deze week dat dat ook gevolgen kan hebben voor onze gezondheid. Het is vooral bezorgd om 4 soorten van schimmels: aspergillus, penicillium (penseelschimmel), fusarium en claviceps.
Onzichtbaar
Die schimmels maken zogenoemde mycotoxines aan, gifstoffen die in onze voeding kunnen belanden, en zo in ons lichaam. Bij een onderzoek in 6 Europese lidstaten bleek 14 procent van de bevolking de gifstof deoxynivalenol (DON) in het lichaam te hebben.
Ze komen daar terecht doordat die schimmels goed gedijen op gewassen zoals maïs en granen als rijst, gerst of tarwe. Nu al bevat een kwart van alle gewassen in de EU te veel mycotoxines. Die belanden zo in een resem voedingsproducten die gemaakt worden van granen, of ermee in contact komen: brood, koekjes en ontbijtgranen, maar ook bier, koffie, fruit en noten.
Wanneer die gifstoffen eenmaal in de voeding zitten, zijn ze nog moeilijk te verwijderen. Sommige soorten gaan niet kapot wanneer je ze verhit bij het koken. Ze zijn ook niet altijd even zichtbaar als op een beschimmeld brood. Sommige schimmels zijn smaakloos, geurloos en onzichtbaar.
Andere mogelijke besmettingsroutes, naast opname door voeding, is inademen of blootstelling via de huid. Dat gebeurt vooral bij arbeiders die in de voedingssector werken.
De gifstoffen kunnen op veel verschillende manieren de gezondheid aantasten. Ze kunnen de hormonenhuishouding, het zenuwstelsel, het immuunsysteem en de spijsvertering in de war sturen. En ze kunnen ook kankerverwekkend zijn.
Warmer en natter betekent meer gifstoffen
Hoe die mycotoxines precies zullen meesurfen op de klimaatverandering, is moeilijk te voorspellen. De precieze effecten verschillen afhankelijk van het gewas, de gifstof en de mate van opwarming.
Neem nu de AF-gifstof die de aspergillus-schimmels aanmaken. Bij een opwarming van 2 graden Celsius zal die vaker voorkomen in maïs in Spanje, Italië en de Balkan. Bij 5 graden Celsius zal de schimmel dan weer verhuizen naar Noord-Europa, want in Zuid-Europa zal het dan te heet geworden zijn. Tarwe loopt op dezelfde manier gevaar.
Rijst lijkt dan weer geen bijzonder extra risico te lopen door de klimaatverandering.
Hoeveel is Europa nu al opgewarmd? Vorig jaar lag de gemiddelde temperatuur in Europa 2,92 graden Celsius hoger dan in de periode 1850-1900 (voor de mens massaal kolen, olie en gas begon te verbranden). Maar 2024 was wereldwijd een ongezien warm jaar. Klimaatwetenschappers weten niet hoe sterk die opwarming zich de volgende jaren zal doorzetten.
Hoe die schimmels zich exact zullen verspreiden door Europa, is nog moeilijk te voorspellen, merkt het EEA op. Er spelen immers heel wat factoren mee.
Regent het vaker en doen er zich meer overstromingen voor, dan zullen gifstoffen sneller in het drinkwater raken. Bij extreme weersomstandigheden worden gewassen ook vatbaarder voor schimmelinfecties. En meer insecten door de klimaatverandering, betekent ook meer verspreiding van schimmels.
Maar het staat vast dat de Europeanen in het algemeen aan meer verschillende gifstoffen blootgesteld zullen worden.
In de landen in Sub-Sahara-Afrika is het probleem trouwens nog veel groter. Daar is het nog vochtiger en is de voedselvoorziening nu al een groot probleem. Als de besmetting door AF-gifstoffen daar nog toeneemt, zou dat tot grote oogstverliezen kunnen leiden. De wereldwijde maïsvoorraad zou er zelfs door in het gedrang kunnen komen.
Opletten met pesticiden
Daar houden we maar beter nu al rekening mee, zegt het EEA. Dat kan bijvoorbeeld door gewassen te kweken die bestand zijn tegen de schimmels die gifstoffen produceren. Maar je kan ook gericht niet-giftige schimmels introduceren die de plaats innemen van de schimmels die je wil bestrijden.
Met pesticiden letten we maar beter op. Gebruik je er te veel van, dan dreigen schimmels resistent te worden. Zo wijst het EEA erop dat Europese boeren jaarlijks 10.000 ton aan azolen gebruiken om de schimmel aspergillus te bestrijden.
Maar die stof wordt ook gebruikt in medicijnen tegen schimmelinfecties. Die medicijnen dreigen daardoor onbruikbaar te worden.
Dat probleem speelt trouwens ook bij ons. Vooral in de Westhoek zitten er erg veel azolen in het water, zoveel zelfs dat minister van Omgeving Jo Brouns (CD&V) 2 maanden geleden de normen voor het drinkwater tijdelijk verhoogde.
Toen waarschuwde Katrien Lagrou, expert schimmelinfecties bij het UZ Leuven, dat het aantal resistente schimmelinfecties in België op 10 jaar tijd verdubbeld is.



