Er zijn grote provinciale verschillen in het aantal zorgtrajecten voor plegers van seksueel geweld. In Vlaams-Brabant start 4 op de 10 vrijwillig met de behandeling, in Oost-Vlaanderen en Limburg daarentegen zijn dat er minder dan 2 op de 10. Dat blijkt uit cijfers van de 17 Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG). Zorgnet Icuro, dat de belangen behartigt van de CGG's, zegt dat het zorgaanbod niet overal even bekend is en dat de hele sector kampt met een tekort aan middelen.
Grote regionale verschillen in behandeling van plegers seksueel geweld tonen nijpend tekort aan middelen aan
In elke provincie is er minstens een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg dat zich toelegt op de behandeling en de begeleiding van plegers van seksueel grensoverschrijdend gedrag of mensen die de drang voelen. De centra begeleiden zowel plegers die door justitie worden doorverwezen als mensen die zich vrijwillig aanmelden.
De cijfers werden opgevraagd door Vlaams Parlementslid Freya Perdaens (N-VA) bij bevoegd minister Caroline Gennez (Vooruit). Inzicht in de lokale spreiding van de beschikbare trajecten is essentieel volgens Perdaens.
"Preventieve hulpverlening is cruciaal in de strijd tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag", benadrukt ze. "De verschillen per provincie roepen vragen op over de toegankelijkheid en drempels voor vrijwillige hulpverlening in bepaalde regio's. Volstaat het aanbod overal? Zorgen meer vrijwillige trajecten vooraf ook voor minder doorverwijzingen door justitie? We hebben geen totaalbeeld."
"Eerst is het belangrijk om te zeggen dat slechts een kleine minderheid van de plegers veroordeeld wordt en een verplicht traject opgelegd krijgt. Doorgaans zijn dat mannen. Ook in het algemeen wordt een minderheid van mensen met deze verlangens behandeld. 9 van onze 17 centra worden gefinancierd om die erg lange opgelegde behandelingen te geven", vertelt gedelegeerd bestuurder Margot Cloet van de Zorgkoepel Icuro, waarvan ook de 17 CGG's lid zijn.
Het "Dark number"
Officiële cijfers over het aantal daders van seksueel grensoverschrijdend gedrag in Vlaanderen zijn er niet. Onderzoek toont wel aan dat een aanzienlijk deel van zedenfeiten niet aangegeven wordt, het zogezegde "dark number". Bij zedenfeiten ligt dat aandeel veel hoger, omwille van de gevoelige aard. 70 tot 77 procent van het kindermisbruik en 98 procent van de exhibitionismefeiten worden niet aangegeven. Bij gewelddadige, niet-seksuele feiten is dat slechts 9 procent.
Meeste vrijwillige trajecten in Vlaams-Brabant
Uit de cijfers blijkt dat in sommige provincies patiënten zich veel vaker vrijwillig aanbieden om behandeld te worden. Die mensen zijn nog niet in contact gekomen met het gerecht. In Vlaams-Brabant ligt dat aandeel op 40 procent, terwijl dat in provincies zoals Limburg (17 procent) en Oost-Vlaanderen (14 procent) een stuk lager ligt.
Cloet denkt daarvoor de verklaring te kennen. "In Vlaams-Brabant is al 25 jaar lang het gespecialiseerde centrum I.T.E.R . actief. Dat brengt verschillende partners samen. We vermoeden dat het door die lange aanwezigheid beter bekend is bij doorverwijzers zoals huisartsen en andere hulpverleners. Die betere bekendheid is een verklaring voor regionale verschillen in het aantal vrijwillig opgestarte trajecten."
Daarnaast is het beeld ook niet zo zwart-wit volgens Cloet. "Het kan ook dat veel meer mensen met allerlei problematieken naast grensoverschrijdend gedrag op de wachtlijsten van onze centra staan. Soms moet je dan keuzes maken door de schaarse middelen en kunnen de trajecten niet opgestart worden wanneer iemand daarom vraagt."
Van alle leeftijden
"Een andere opvallende vaststelling is dat in Oost-Vlaanderen geen enkele vrijwillige begeleiding is geregistreerd voor jongeren", klinkt het nog bij Vlaams Parlementslid Perdaens. "Is er dan simpelweg geen vraag naar of ontbreekt het aanbod? In Vlaams-Brabant ligt dat aandeel wel hoog."
Bij Zorgnet Icuro verstaat men onder 'jongeren' mensen vanaf 25 jaar. "Op zich is de problematiek van alle leeftijden, maar internationale cijfers geven ook aan dat veroordeelden het vaakst tussen 45 en 55 jaar oud zijn", legt de gedelegeerd bestuurder Cloet uit. "Hoe vroeger mensen zich vrijwillig kunnen aanmelden, hoe beter, want dan kan de ziekte ook niet verergeren."
Te weinig middelen voor hele zorgaanbod
Icuro benadrukt dat er de laatste jaren erg hard is ingezet op sensibilisering en het motiveren van mensen tot vrijwillige behandeling, onder meer met de campagne 'Stop it now!'. "Die proberen mensen met gevoelens van seksueel grensoverschrijdend gedrag bij hulpverleners te brengen. Op vlak van preventie is dat goed, maar dat wil niet zeggen dat de opgelegde trajecten vanuit justitie gaan afnemen. Dat verband kan je niet leggen."
Als resultaat stijgt het aantal vragen naar vrijwillige behandelingen wel. Maar of het nu om verplichte of vrijwillige trajecten gaat, in alle Vlaamse provincies is de vraag veel groter dan het beschikbare aanbod. "We kampen met een serieuze ondercapaciteit. Ministers Gennez en Demir moeten hier dringend over samenzitten en meer middelen vrijmaken."
Enkel met meer middelen voor zowel vrijwillige als opgelegde trajecten beperken we de schade voor de samenleving
Margot Cloet, gedelegeerd bestuurder Zorgnet Icuro
De groep behandelde mensen moet veel breder worden volgens Icuro. "De vraag is veel groter dan het aanbod. We moeten inzetten op zowel verplichte als vrijwillige trajecten. Het aantal doorverwijzingen bij justitie zal niet afnemen. Enkel zo blijft de schade voor de samenleving en hun omgeving zo beperkt mogelijk", besluit Cloet.
Naast de CGG's kunnen mensen met de problematiek ook terecht bij Centra voor Algemeen Welzijnswerk . Daarnaast zijn er ook residentiële centra waar je terechtkan. Wie zich zorgen maakt over zichzelf of iemand in de omgeving kan terecht bij 'Stop it now' op het nummer 0800 200 50 of via vragen@stopitnow.be.
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen


