In Soedan zijn sinds begin vorig jaar meer dan 200 kinderen verkracht. Bij de slachtoffers zijn kinderen van slechts 1 jaar oud. Dat staat in een rapport van VN-organisatie Unicef. De bevolking lijdt al 2 jaar onder de bloederige oorlog in het land en de strijdkrachten gebruiken seksueel geweld als oorlogstactiek.
Seksueel geweld als oorlogstactiek in Soedan: meer dan 200 kinderen slachtoffer van verkrachting sinds begin vorig jaar
Hoewel het werkelijke aantal vermoedelijk hoger ligt, is Unicef zeker dat minstens 221 kinderen verkracht zijn sinds begin vorig jaar. 16 kinderen zijn jonger dan 5 jaar, onder wie 4 eenjarigen.
Vooral meisjes worden het slachtoffer van verkrachting: 2 op de 3 kinderen zijn meisjes.
Seksueel geweld als oorlogstactiek
In het rapport heeft Unicef het over verschillende soorten seksueel misbruik, verspreid over het hele land. Zo zegt de VN-organisatie dat er ook meldingen worden gedaan van groepsverkrachting. Naast verkrachting is er ook sprake van kindhuwelijken, fysiek geweld en zelfs moord.
Daders van seksueel geweld slaan toe in verschillende situaties. Dat gebeurt als kinderen op de vlucht zijn, ze alledaagse activiteiten doen zoals water halen of bij aanvallen op dorpen of steden. De slachtoffers worden soms ook eerst ontvoerd of vastgehouden.
Zowel het regeringsleger als de paramilitairen van de Rapid Support Forces (RSF) zijn volgens mensenrechtenorganisaties verantwoordelijk voor seksueel geweld. Eerder onderzoek van de VN wijst vooral naar de RSF, die met seksueel geweld de bevolking terroriseert. Unicef roept op om gendergerelateerd en seksueel geweld niet als oorlogstactiek in te zetten. 73 van de bevestigde verkrachtingen hebben een directe link met het conflict.
Gebrekkige hulpverlening
Unicef spreekt van "het topje van de ijsberg" en denkt dat een groot deel van de verkrachtingen onder de radar blijft.
Er hangt een stigma rond seksueel geweld waardoor slachtoffers niet durven te zeggen wat hen is overkomen. Ze zwijgen ook uit vrees voor wraakacties van gewapende groepen of omdat hun familie hen zou verstoten.
Wie toch de stap naar hulp kan zetten, botst door de oorlog op gebrekkige voorzieningen. Ook hulpverleners moeten in uitdagende omstandigheden werken.
In februari besloot Artsen Zonder Grenzen om hulpverlening stop te zetten in het vluchtelingenkamp Zamzam, omdat de gevechten tussen de strijdende partijen oplaaiden. In het kamp in de regio Darfoer verblijven een half miljoen vluchtelingen.
Unicef zet zich in om in Soedan veilige ruimtes te voorzien waar slachtoffers terechtkunnen. Naast de fysieke gevolgen hebben slachtoffers ook getuigd over psychologisch trauma. Daarom bouwt de organisatie in het hele land aan een netwerk van hulpverleners, waaronder sociaal werkers en psychologen.
De humanitaire kosten van de oorlog zijn aanzienlijk. Alleen al in de deelstaat van de hoofdstad Khartoem zouden meer dan 60.000 doden zijn gevallen . Dat blijkt uit een recent rapport van de London School of Hygiene and Tropical Medicine. In Soedan is ook hongersnood ontstaan en volgens de International Organization for Migration zijn meer dan 14 miljoen mensen op de vlucht geslagen.
