Gemiddeld wordt 1 op de 10 aanvragen voor flexvervoer geweigerd, vooral door plaatsgebrek. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams Parlementslid An Christiaens (CD&V) opvroeg. Volgens Christiaens worden Limburg en de Westhoek het hardst geraakt, omdat daar minder reguliere bussen rijden dan bijvoorbeeld in de Vlaamse Rand of in de kempen.
1 op 10 aanvragen voor flexrit geweigerd door capaciteitsprobleem: "Landelijke gebieden worden het hardst getroffen"
Het vervoer op maat werd op 6 januari 2024 ingevoerd. De bedoeling was om het reguliere busaanbod te versterken en om het busvervoer efficiënter te maken. Reizigers in gebieden zonder vaste lijnen kunnen gebruik maken van het flexvervoer om zo toch op hun bestemming te geraken of om over te stappen naar een reguliere lijn.
Het systeem werkt eenvoudig: reizigers die gebruik willen maken van het flexvervoer, reserveren een rit op voorhand. Maar uit cijfers die Vlaams Parlementslid An Christiaens (CD&V) opvroeg, blijkt dat niet al die aanvragen goedgekeurd worden. Vorig jaar werd gemiddeld 9,6 procent van de aanvragen geweigerd, dat is 1 op de 10.
Volgens De Lijn moeten aanvragen geweigerd worden door capaciteitsgebrek op de bus. "Door de drukte in de spits is er soms niet genoeg plaats op de bus om alle reizigers mee te nemen. Hoe groot het probleem is, hangt af van de vervoerregio", vertelt woordvoerder Marco Demerling.
Deze cijfers zijn dramatisch en bevestigen dat flexvervoer in bepaalde gebieden niet voldoet
Vlaams Parlementslid An Christiaens (CD&V)
De verschillen tussen de vervoersregio's zijn groot: in de Vlaamse Rand en de Kempen bedraagt het aantal geweigerde aanvragen respectievelijk 3,3 procent en 3,8 procent, terwijl in Limburg 9,7 procent van de aanvragen wordt afgewezen, de Westhoek 12,7 procent en in de regio Gent zelfs 14,7 procent.
"Deze cijfers zijn dramatisch en bevestigen dat flexvervoer in bepaalde gebieden niet voldoet. Waar het in de Vlaamse Rand een betrouwbaar alternatief biedt, dreigt in de Westhoek een structureel probleem."
Wanneer een rit geweigerd wordt, krijgen reizigers via de Hoppin-app een alternatief met het reguliere openbaar vervoer voorgesteld. "Maar in landelijke gebieden is er vaak geen alternatief. Dan is de boodschap simpelweg: pech, jij geraakt niet op je bestemming. Zo organiseren we sociaal isolement, geraken mensen niet op hun werk of op school", stelt Christiaens.
1.014 klachten over het flexvervoer
De ontevredenheid over het flexvervoer bij de reizigers is groot, dat toont zich ook in het aantal klachten. Die gaan over het aanbod, het reserveren en ook over de verplaatsing zelf. Vorig jaar ontving De Lijn 1.014 klachten over het flexvervoer. Ook daarbij is het verschil in vervoersregio's te merken.
Het grootste aantal klachten komt uit Limburg met 184 klachten. De Westhoek en Gent volgen met 72 en 70 klachten. In Mechelen en de Vlaamse Rand werd het minst geklaagd over het flexvervoer.
"Wat het grote verschil maakt in het aantal klachten, is dat regio's zoals Limburg en de Westhoek al sowieso meer gebruik moeten maken van het flexvervoer. Hoe meer vraag er naar is, hoe meer klachten natuurlijk. In de Vlaamse Rand ligt het aantal klachten veel lager, omdat daar al een betere basisbereikbaarheid is uitgerold."
"We kunnen dus stellen dat Limburg en de Westhoek 2 keer achterop hollen, omdat daar de basisbereikbaarheid een stuk minder goed is uitgerold. Dan is er natuurlijk meer nood aan het flexvervoer, wat dan ook weer problemen oplevert. Maar elke Vlaming is evenveel waard, of die nu in Limburg, de Vlaamse Rand, in de stad of op het platteland woont", stelt Christiaens scherp.
Transparantie en aanpassingen nodig
Momenteel wordt de toekenning van flexritten bepaald door een "openbaar vervoer-toets", die alternatieven beoordeelt op wandelafstand, reistijd en aantal overstappen. Christiaens wil dat er transparanter wordt gecommuniceerd met de reizigers over waarom de aanvragen niet worden aanvaard.
"Het systeem moet transparanter en eerlijker. Gebruikers moeten weten waarop ze recht hebben en waarom een flexrit wordt toegekend of geweigerd. Die transparantie is er vandaag niet altijd voor reizigers. Daarvoor is een bredere communicatie noodzakelijk. Als blijkt dat 1 op 10 aanvragen die aan de OV-toets voldoen alsnog wordt geweigerd, betekent dit dat het aanbod in bepaalde regio’s simpelweg tekortschiet."
We hebben vorig jaar in Limburg al meer busjes ingezet om het probleem te verhelpen, nu moeten we kijken of dat volstaat
Marco Demerling, woordvoerder De Lijn
Christiaens pleit er ook voor om de vervoerregio's de mogelijkheid te geven uitzonderingen toe te staan op de strikte OV-toets. Daarnaast moet er volgens haar ook een grondige evaluatie gemaakt worden om de budgetten die werden vrijgemaakt voor openbaar vervoer efficiënt en eerlijk te verdelen.
"In bepaalde regio's, zoals in Limburg, zijn er nog heel wat blinde vlekken en die moeten weggewerkt worden. De budgetten moeten eerst gaan naar de plekken die daar het meeste nood aan hebben."
Ook De Lijn geeft aan dat een grondige evaluatie nodig is om bij te sturen waar nodig. "Van in het begin werd afgesproken om jaarlijks te gaan evalueren om hier en daar bij te sturen. We hebben vorig jaar in Limburg al meer busjes ingezet om het capaciteitsprobleem te verhelpen, nu moeten we kijken of dat volstaat en of we die oplossingen ook in andere regio's kunnen doorvoeren. We bekijken waar de knelpunten zitten om meer capaciteit te creëren", besluit Demerling.
Regionaal nieuws uit Limburg


