De 9-daagse staking van 2 spoorvakbonden is afgelopen. Vanaf morgen zou het treinverkeer weer normaal moeten verlopen. Maar dat betekent niet dat de sociale onrust bij het spoor voorbij is. "De vakbonden hebben misschien wel een punt, maar of dit de manier is om dat aan te kaarten, is nog maar de vraag", zegt spoorwegjournalist Herman Welter.
Negendaagse spoorstaking afgelopen, "voor treinreizigers was dit echt een rotweek"
De 9-daagse staking begon vrijdag 21 februari om 22 uur. De actie ging uit van de Onafhankelijke Vakbond voor het Spoorpersoneel (OVS) en het Autonoom Syndicaat van Treinbestuurders (ASTB), spoorbonden met vooral leden bij het rijdend personeel. De grote vakbonden deden niet mee met deze actie.
"Voor treingebruikers was dit echt een rotweek", zegt spoorwegjournalist en treinreiziger Herman Welter. "De vakbonden staakten alternerend, wat wil zeggen dat niemand langer dan 3 dagen staakte. De NMBS moest daardoor voor elke dag een andere regeling uitwerken." De impact voor de reizigers verschilde dus van dag tot dag. "De ellende voor de reizigers werd nog groter omdat aangekondigde treinen geregeld toch niet reden. Er waren ook treinen met een te kleine samenstelling waardoor mensen als haringen in een ton op de trein zaten of zelfs op het perron achterbleven."
Spoorwegjournalist: "Sympathie daalt"
Welter nam de voorbije week zelf meermaals de trein en stelde vast dat veel mensen eigenlijk niet wisten waarom er gestaakt werd. "Misschien hadden de vakbonden iets moeten doen, een folder met uitleg in mensentaal waarom ze staken bijvoorbeeld", zegt Welter.
Aanleiding voor de staking zijn de plannen van de federale regering om de pensioenen te hervormen. Daarnaast is er ook bezorgdheid over de aanhoudende besparingen, de verhoogde productiviteit en flexibiliteit die van het personeel gevraagd wordt, de plannen om juridische werkgever HR-Rail op te doeken en de vrees dat de NMBS wordt opgesplitst.
"Mensen hadden wel begrip waarom er gestaakt werden, maar niet voor de duur ervan. Vooral omdat er nog een vervolg komt. Je merkt dat de sympathie daalt", merkt Welter op.
Nog meer stakingen in het verschiet
Om 22 uur is de staking afgelopen. Vanaf morgen is er weer een normale treindienst. Maar dat betekent niet dat de sociale onrust voorbij is en dat er geen acties bij de spoorwegen meer zullen zijn.
Vrijdag lieten de grote spoorvakbonden ACV Transcom en ACOD Spoor weten dat zij op maandag 17 maart het werk neerleggen. Dan is er een grote, nationale spoorstaking. De vakbonden nemen op maandag 31 maart ook deel aan de algemene staking van de openbare diensten.
ACV Transcom en ACOD Spoor dreigen daarnaast met 4 stakingsdagen per maand vanaf april tot en met juni. Dan zou 1 dag per week het werk neergelegd worden, regionaal of nationaal. Of al die stakingsdagen er komen, hangt af van de vooruitgang van de gesprekken, klinkt het.
De kleinere spoorvakbond METISP-Protect heeft dan weer een stakingsaanzegging ingediend voor zondag 23 tot en met zondag 30 maart.
Besparingen, maar ook veel investeringen nodig
De vakbonden hebben wel ergens een punt, vindt Herman Welter. "De komende 5 jaar moet in totaal 675 miljoen euro bespaard worden. Dat is heel wat. Tegelijk zegt de regering dat er tegen 2030 30 procent meer reizigers vervoerd moeten worden."
"Dan zullen ze er natuurlijk ook voor moeten zorgen dat met de trein rijden aantrekkelijk blijft. Dat er stipt gereden wordt en dat de spoorwegen betrouwbaar zijn. Dat de treinen vernieuwd worden, want we hebben nogal wat oude treinen zonder airco. Er is dus een grote investeringsbehoefte."
Die behoefte is er ook wat onderhoud en personeel betreft, zegt Welter. "Er is nu al een tekort aan machinisten, en op de perrons vind je dikwijls geen medewerkers meer aan wie je iets kan vragen. Het beroep wordt op deze manier niet aantrekkelijk gemaakt."
"Het vervoermiddel 'trein' niet gunstig in de schijnwerpers"
Hoewel de vakbonden volgens Welter opkomen voor een goede zaak, is de manier waarop, met een opeenvolging van (lange) stakingen, "niet de meest geijkte". Hiermee zet je het vervoermiddel 'trein' niet gunstig in de schijnwerpers, vindt hij.
"Machinisten en conducteurs hebben een zwaar beroep, dat geldt ook voor veel andere mensen. Veel mensen, ook mensen met zware beroepen, moeten langer werken. Eigenlijk zouden de vakbonden zelf met voorstellen naar de regering kunnen stappen en zeggen waar ze wél mee kunnen leven."


