Naar hoofdinhoud
Het buitenlandbeleid lijkt zich voorlopig vooral te stoelen op het principe 'America first'

Op zoek naar de Trumpdoctrine voor het buitenlandbeleid van de VS

Donald Trump jaagt schokgolven door de wereld. Hij zet allianties op losse schroeven en dreigt met tarieven tegen vriend en vijand. Is het louter impulsief beleid of zit er een doordacht strategisch plan achter? Bert De Vroey ging in Washington DC praten met deskundigen, op zoek naar de Trumpdoctrine. 

Gepubliceerd:

Pratend met experts over Donald Trumps buitenlands beleid hoor je een paar uitdrukkingen telkens terugkeren. "Shooting from the hip" is er één van, hij schiet vanuit de heup, wispelturig en impulsief. Een ander advies dat ik een paar keer hoorde was: "Take him seriously, but don't take him literally". En uiteraard is er het intussen bekende concept van de transactionele Trump: voor wat hoort wat. De president doet niets voor niets en wil altijd wat terug voor zijn goodwill en hulp.

Die 3 typeringen wijzen in dezelfde richting van onvoorspelbaarheid. Het lijkt er op dat Trump ook voor zichzelf nog niet heeft uitgemaakt wat zijn volgende zet zal zijn. Met die bagage klopte ik aan bij 3 experts in de Amerikaanse hoofdstad  - in de hoop dat zij de Trumpdoctrine zouden blootleggen. 

Instincten

Op de eerbiedwaardige campus van de Georgetown University spreek ik Charles Kupchan, professor Internationale Relaties. Hij waardeert het dat Trump de bekommernissen van veel Amerikanen over het buitenlands beleid goed gecapteerd heeft.

"Te veel wereld en niet genoeg Amerika", zo typeert hij hun basisgevoel. Waarom moeten de VS voor 61 miljard dollar aan wapens naar Oekraïne sturen, terwijl hun eigen hoofdstraat staat te verkommeren of het dak van de lokale school lekt? Hoe zijn de Amerikaanse burgers daarmee gebaat? 

Een correctie op de internationale oriëntatie van de Biden-regering vindt Kupchan daarom niet verkeerd. En zo bekeken is het logisch en juist dat de president een oplossing zoekt voor Oekraïne via onderhandelingen met Rusland.

Alleen ziet hij bij Trump slechts "impulsen" en "instincten", die (nog) niet ingebed zijn in een heuse strategie. Daardoor loopt het al meteen mis in de eerste onderhandelingsronde met Rusland, waarbij er van tevoren toegevingen zijn gedaan die later niet meer als pasmunt of drukkingsmiddel kunnen dienen. 

Kupchan ziet trouwens een groter probleem dat de persoonlijkheid van Trump nog overstijgt. "Of je nu naar de Verenigde Staten kijkt als Duitser, Zuid-Koreaan of Japanner, je moet wel tot de conclusie komen dat de VS een periode doormaakt van politieke disfunctionaliteit, waardoor je onze betrouwbaarheid in vraag moet stellen." Voor Europa betekent dat de noodzaak om een plan B op te tuigen: een toekomst buiten de traditionele alliantie met Amerika. 

Dat is een interessante bedenking, al draagt die nog verder bij tot de onvoorspelbaarheid en brengt die ons geen stap dichter bij een Trumpstrategie.

China als verborgen agenda?

Het German Marshall Fund is een organisatie die de trans-Atlantische banden als bestaansreden en drijfveer heeft. De crisis in de relaties tussen de VS en Europa raakt de medewerkers in het hart. Analiste Sophie Arts, van Duitse herkomst, geeft op het kantoor in Washington grif toe dat ze nog niet echt wijs raakt uit de recente manoeuvres van de Trump-regering. Maar omdat analisten niet van toevalligheden of wispelturigheden houden, ziet ze toch één mogelijke verklaring. 

Dat Trump zo gretig naar een akkoord streeft met Rusland, ten koste van Oekraïne en Europa, zou met een onderliggend doel kunnen te maken hebben: China verzwakken. De regering-Trump ziet China als de échte nieuwe bedreiging voor Amerika en zou willen proberen om de anti-westerse as van China en Rusland te breken.

Dat er na de onderhandelingsronde in Saudi-Arabië zelfs sprake was van gezamenlijke Amerikaans-Russische projecten in het Noordpoolgebied, zou daar een aanwijzing voor kunnen zijn. 

Sophie Arts denkt overigens niet dat die strategie verstandig zou zijn, zeker niet wanneer Trump daarvoor de alliantie met Europa moet opofferen. Ze ziet er enkel een mogelijke strategische dimensie in die een klein beetje structuur en rationaliteit zou scheppen in de schijnbare impulsiviteit. 

Europa op eigen benen: het moet, maar het kan ook

De denktanks die eerder aanleunen bij de Republikeinse partij gaven niet thuis toen ik hen contacteerde voor interviews, behalve dan het conservatieve en libertaire Cato Institute. Defensie-expert Justin Logan stelde voor om af te spreken bij een glas, wat hem niet belette om een uiterst nuchtere analyse te formuleren.

De grondstroom van Trumps buitenlandbeleid zat er vroeg of laat toch aan te komen, zegt hij. Dat de VS nog altijd instaan voor de veiligheid op het Europees continent is een anomalie. Trump bruskeert en forceert nu wat andere presidenten al voorzichtig hadden geprobeerd en wat om het even welke president in zijn plaats zou doen: afstand nemen van Europa.

Logan voegt daar een enigszins verfrissende en verrassende gedachte aan toe. In conventionele bewapening moet Europa geen schrik hebben van Rusland. Een Russische aanval op één van de Baltische staten zou militair-technisch nog kunnen, denkt hij. Een Russische aanval op Polen zou voor de Russen rampzalig aflopen, laat staan een oorlog met Duitsland of Frankrijk. Als ze nu al vastlopen in de Donbas, hoe zouden ze dan een land als Polen kunnen bezetten? 

Logan wil de dramatiek rond de huidige trans-Atlantische crisis wat tot bedaren brengen. Europa moet inderdaad meer investeren in eigen defensie en meer op eigen benen staan. Maar het mag ook vertrouwen hebben in die eigen kracht. Het scenario van een nucleaire escalatie in een conflict met Rusland acht hij weinig waarschijnlijk. 

De lezing van Logan klinkt rustig en koel en biedt in die zin houvast. Maar ook Logan ziet geen uitgewerkt plan van aanpak of strategisch stappenplan achter Trumps uitspraken en initiatieven. Enkel een grondstroom: America First. En vanuit dat prioritair Amerikaanse perspectief moet de aandacht van de strijdkrachten in eerste instantie naar China uitgaan, en minder naar Rusland. 

Wie te geloven?

Met die grondstroom en instincten moeten we het stellen. Een uitgekiende doctrine voor het buitenlands beleid van Trump is er vooralsnog niet. En omdat het buikgevoel van de president ook wel 's wisselt van dag tot dag oogt de communicatie vanuit Washington soms wat chaotisch. Ministers, speciale gezanten en adviseurs spreken elkaar en zelfs zichzelf geregeld tegen. Wie moet je dan geloven in die kakofonie? 

De experts waarmee ik sprak delen de mening dat minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio niet al te ernstig moet worden genomen. In Trumps visie op regeren vertrekken alle orders en besluiten vanuit het Witte Huis, en Rubio houdt geen kantoor in dat gebouw.

Mike Waltz, de nationale veiligheidsadviseur van Trump, zit veel dichter bij zijn baas. Oekraïne-gezant Keith Kellogg rapporteert aan Trump en niet aan Rubio. En de vastgoedinvesteerder Steve Witkoff heeft schijnbaar een vertrouwensband met de president.

De vuistregel is: hoe dichter bij Trump, hoe gezagvoller de bron. Uiteindelijk zal het de president zelf zijn die de marsrichting bepaalt, van dag tot dag. De Trumpdoctrine zal al doende worden geschreven. 

Minister van Buitenlandse Zaken Rubio lijkt voorlopig niet te kunnen drukken op het buitenlandbeleid

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Nieuwsbrief Amerika vandaag

Mis niets van de laatste ontwikkelingen in het Witte Huis en krijg een helder beeld van wat er speelt in de VS.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"