Sinds eind januari mag UNRWA, de VN-organisatie die hulp biedt aan Palestijnen, niet meer op Israëlisch grondgebied opereren. Sindsdien is het Israëlische leger al in verschillende (school)gebouwen van de organisatie binnengevallen. Nochtans is de nood aan hulp hoog, zegt UNRWA. "Net nu de druk van buitenaf toeneemt, kloppen steeds meer families bij ons aan."
Op bezoek in de Palestijnse vluchtelingenwijk Kalandia: "Ik weet niet hoe we het zouden redden zonder UNRWA"
Vlak naast de streng bewaakte controlepost van Kalandia, die Oost-Jeruzalem van de bezette Westoever scheidt, gonst het van de kinderstemmen. Tientallen meisjes in paarse uniformen schuifelen over de speelkoer van de lokale UNRWA-school, de VN-organisatie die onder meer onderwijs biedt aan Palestijnse gemeenschappen. Ze haken de armen in elkaar, huppelen over de betegelde grond, rekken de laatste seconden buiten.
"Haast je!", roept een van de leraressen terwijl ze in haar handen klapt. "Vlug naar binnen, jullie hebben wetenschap." De meisjesschool in vluchtelingenkamp Kalandia is een van de 96 die UNRWA runt op de bezette Westoever en in Oost-Jeruzalem. Gebouwen, schoolboeken, lesbanken waar de kinderen aan zitten – alles komt van UNRWA, gefinancierd door internationale donoren, waaronder België.
Vooraan in de klas knipt Thalia Tasairah zorgvuldig langs de papieren randen van een menselijk skelet. Ze is een van de 30 leerlingen van het laatste jaar van het lager onderwijs. Haar droom? "Ik wil dokter worden", zegt de 10-jarige die is geboren in vluchtelingenkamp Kalandia, waar naar schatting ruim 16.000 Palestijnse ontheemden wonen. "Ik wil iets doen met kinderen. Ik wil ze helpen genezen van gevaarlijke ziektes."
De leerkrachten kijken trots om zich heen. Ze willen duidelijk tonen waarom hun werk ertoe doet voor de 1.152 leerlingen. Maar dat sentiment wordt sinds eind januari overschaduwd door 2 nieuwe Israëlische wetten die UNRWA verbieden om nog langer vanuit Israël te opereren. Ook elke vorm van contact met de VN-organisatie is verboden.
Niet alleen in Oost-Jeruzalem, dat Israël sinds 1967 als eigen grondgebied beschouwt, maar ook op de rest van de Westoever voelen Palestijnen de gevolgen. "Bijna een miljoen geregistreerde vluchtelingen dreigen hun toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en andere basisvoorzieningen te verliezen", zegt Tha'er Jalloud, UNRWA-chef voor de Westelijke Jordaanoever. "Werkvergunningen, bevoorrading, materiaal - zonder dat ligt alles stil."
De 2 wetten, die in oktober vorig jaar door de Knesset werden aangenomen, volgen op beschuldigingen van anti-Israëlische vooringenomenheid en vermeende banden met Hamas, de groepering achter de aanval op Israël van 7 oktober 2023 waarbij 1.200 Israëli's omkwamen, en het daaropvolgende Israëlische offensief, waarbij minstens 47.800 Palestijnen het leven lieten, aldus het Palestijns ministerie van de Gazastrook.
Later stelde een VN-onderzoek vast dat negen UNRWA-medewerkers betrokken waren, maar de organisatie zei dat Israël geen bewijs had van bredere betrokkenheid. Daarnaast beweerde Israël dat sommige gijzelaars in VN-gebouwen in de Gazastrook werden vastgehouden. Als gevolg van de jongste wet moet UNRWA vanaf nu alle werkzaamheden opschorten.
De 4 maanden zwangere Nour L. (22) oogt zenuwachtig. Ze friemelt aan haar vingers terwijl ze door de gang van het lokale gezondheidscentrum waggelt. In de wachtruimte schuiven tientallen vrouwen op de houten banken. "Ik kom voor controle", zegt ze. "Hier leggen ze me alles uit over de prenatale zorg."
Nour is een van de tienduizenden patiënten op de bezette Westoever die afhankelijk zijn van de gratis zorg van UNRWA. Haar grootouders komen uit Lydd, een dorp dat in 1948 werd ingenomen en vernietigd. "Mijn moeder, mijn nicht, ik – wij zijn hier allemaal geboren als vluchtelingen. UNRWA is er altijd geweest. Zonder hen weet ik niet hoe we het financieel zouden redden."
"Iedereen hier zal je hetzelfde zeggen", roept Nowal Sakeeb (79) vanuit de andere kant van de wachtruimte. "Sinds de jaren zestig kom ik hier. Al mijn medicijnen haal ik bij UNRWA. Ik heb diabetes, een hoge bloeddruk. Als dit sluit, waar moet ik dan heen? Ik kan niet zomaar naar een ander ziekenhuis. Ik heb geen vergunning. Geen geld."
Binnen het kamp valt Sakeeb onder de zorg van UNRWA. Maar buiten de grens begint 'Area C', het deel van de Westoever waar Israël de controle heeft. De Palestijnse Autoriteit heeft er niets te zeggen. De betonnen muur is dichtbij, de ziekenhuizen in Jeruzalem amper een paar kilometer verderop. Maar zonder Israëlische vergunning komt Sakeeb er niet. En ook al had ze die, ziekenhuiskosten zijn vaak onbetaalbaar, net zoals de privéscholen.
Concreet heeft Israël geen voorzieningen aangekondigd om de activiteiten van UNRWA te vervangen. Maar in Kalandia-kamp is de VN-organisatie al lang meer dan een hulpinstantie. Wat tijdelijk begon als een tentenkamp in 1949, werd gaandeweg de ruggengraat van het dagelijks leven. De wijk is een dichtbebouwde wirwar van steegjes en betonnen huizen, met hun eigen ritme en regels. UNRWA runt er 4 scholen, een gezondheidscentrum en haalt dagelijks het afval op, opgeteld zo'n 3.000 ton per jaar. Ook verstrekt het leningen aan Palestijnen die nergens anders terechtkunnen.
Die houvast staat nu onder druk. Het hoofdkwartier in Oost-Jeruzalem is inmiddels opgedoekt. Buitenlandse werknemers moesten vertrekken, hun diplomatieke werkvisa werden niet verlengd. "Net nu de druk van buitenaf toeneemt, kloppen steeds meer families aan bij UNRWA", vervolgt Jalloud. Op de speelplaats wijst hij naar de overvolle klaslokalen. "Sinds 2024 hebben we meer dan 2.000 extra leerlingen opgenomen, verspreid over 4 scholen in Kalandia. We voelen de gevolgen van de Gaza-oorlog hier steeds sterker."
Op de Westoever ligt de Palestijnse economie op apegapen. Volgens de Wereldbank kromp het reële bbp in 2024 met 26 procent. Alle sectoren kregen klappen. Duizenden banen verdwenen. Sinds 7 oktober heeft Israël tienduizenden werkvergunningen ingetrokken. De werkloosheid schiet omhoog, schommelt rond de 45 procent en blijft stijgen.
"Juist daarom blijft UNRWA en is het belangrijk dat we doordoen", zegt Jalloud. "We kunnen die jongeren toch niet in de steek laten. Onze missie is to stay and deliver."
Maar de realiteit haalt hem snel in. Een dag later is het trainingscentrum van Kalandia leeg. Vorige maandag stonden hier nog 15 jongens gebogen over een motorblok, handen zwart van de olie, verdiept in hun techniekles. Een dag later ligt er traangas op de vloer. Israëlische troepen stormden het gebouw binnen, vuurden geluidsbommen af, joegen 350 studenten en 30 leraren naar buiten. De evacuatie moest onmiddellijk.
Ook drie andere scholen in Oost-Jeruzalem kregen deze week bezoek van Israëlische troepen, vergezeld door de gemeente van Jeruzalem. Het bevel: sluiten.
Voorlopig rinkelen de schoolbellen van Kalandia nog, alsof het een gewone lesdag is.
