Medewerkers van het Rode Kruis in Burundi kunnen de grote toestroom van de vele Congolezen die vluchten voor het geweld van rebellengroep M23 niet langer aan. Dat zegt de Vlaamse Saskia Beerts, die voor Rode Kruis-Vlaanderen actief is in Burundi, aan VRT NWS. "De situatie op het terrein is niet goed. De hoogste noden zijn voedsel, drinkbaar water, onderdak en medische ondersteuning."
Saskia werkt voor Rode Kruis in Burundi en ziet vluchtelingen uit Congo toestromen: "Het is improviseren"
In 2 weken zijn al meer dan 40.000 mensen uit Congo naar buurland Burundi gevlucht, en dat terwijl er noodopvang is voor slechts 60.000 mensen. Dat zegt het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties. Medewerkers van het Rode Kruis zien met lede ogen aan hoe de vluchtelingenkampen in Burundi uit hun voegen barsten.
"De huidige vluchtelingenkampen kunnen deze instroom niet aan. Er is een grote nood aan onderdak, de situatie is erg zorgwekkend", zegt Didier Van Aert, Hoofd Internationale Rampenrespons bij Rode Kruis-Vlaanderen.
"We moeten improviseren"
Saskia Beerts, een Vlaamse die voor Rode Kruis-Vlaanderen actief is in Burundi, bezocht eerder deze week enkele vluchtelingenkampen. Ze is onder de indruk van wat ze daar aantrof. "In de kampen zijn mensen veilig voor het geweld van de M23-rebellen, maar de situatie waarin ze leven, is erg zwaar", getuigt ze aan VRT NWS.
Op dit moment is het regenseizoen in Burundi, en veel vluchtelingen hebben op geen onderdak. "We hebben slechts een honderdtal tenten kunnen installeren, maar we hebben niet voldoende tentzeilen voor iedereen. We vrezen voor een cholera-uitbraak, dat is op dit moment het grootste gezondheidsrisico. Bij verschillende kinderen werden ook de mazelen vastgesteld. Zij werden met een ziekenwagen van het Rode Kruis overgebracht naar het ziekenhuis."
"Mijn Burundese en internationale collega’s zijn aanwezig in de dorpen waar vluchtelingen aankomen en doen wat ze kunnen. Het is voor een deel gewoon improviseren. De noden zijn zeer hoog: er is een tekort aan drinkbaar water, aan voedsel, er zijn meer douches en toiletten nodig dan er nu zijn, en er is een tekort aan zeep. Dat is belangrijk voor de handhygiëne, om de verspreiding van ziektes tegen te gaan."
Het conflict in Oost-Congo eist een zware tol op burgers die gevangen zitten in het geweld. De voorbije jaren hebben tienduizenden Congolezen hun eigen huizen verlaten om te vluchten voor het geweld, vaak vluchten ze binnen het land zelf, maar met de gevechten in de regio rond Bukavu ziet het Burundese Rode Kruis nu ook grote vluchtelingenstromen op gang komen naar buurland Burundi.
De rebellen rukken ook steeds verder op naar Uvira, op de grens met Burundi. De Verenigde Naties vrezen dat er nog veel meer mensen op de vlucht zullen slaan.

