Als de Einsteintelescoop effectief op het drielandenpunt wordt gebouwd, gaat dat Vlaanderen geen windeieren leggen. Dat blijkt uit een studie van Econopolis in opdracht van Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA) en de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM) Limburg. De conclusie klinkt helder: "Dit is een opportuniteit die zich in het verleden nog niet heeft voorgedaan, en die zich wellicht de komende decennia niet snel opnieuw zal presenteren."
Meer dan 12.000 jobjaren en 1,5 miljard euro: studie berekent socio-economische impact van Einsteintelescoop op Vlaanderen
Het drielandenpunt, Sardinië of de Duitse deelstaat Saksen? Er zijn nog maar 3 locaties in de running om de Einsteintelescoop binnen te halen. De ondergrondse installatie moet zwaartekrachtgolven detecteren. Die golven ontstaan enkel bij zeer ingrijpende veranderingen in het heelal, bijvoorbeeld de oerknal of een botsing tussen 2 zwarte gaten. Door de golven te meten zullen we een beter beeld krijgen van de uithoeken van het heelal en kunnen we teruggaan tot het ontstaan van het heelal.
Die golven zouden kunnen worden waargenomen 200 tot 300 meter onder de grond rond het drielandenpunt, en dus ook in de Voerstreek. Daarvoor moeten wel tunnels van 10 kilometer lang en 6 meter breed gegraven worden. Die zullen in een driehoek gelegd worden. Eind 2026 of begin 2027 zullen we weten waar de telescoop komt. Vlaanderen, Wallonië, Nederland en het Duitse Noordrijn-Westfalen investeren samen in de kandidatuur.
In Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA) heeft het project alvast een grote voorstander gevonden. "Door de Einsteintelescoop binnen te halen, kunnen we inzetten op samenwerkingen tussen kennisinstellingen, bedrijven en overheden, zodat we onze eigen Silicon Valley kunnen creëren in de drielandenregio."
Econopolis, een financieel kennishuis onder leiding van econoom Geert Noels, heeft nu de socio-economische impact van het project op Vlaanderen in kaart gebracht. De resultaten kunnen in enkele grote pijlers opgedeeld worden. Het onderzoeksbureau heeft ook 12 adviezen geformuleerd om het project zo succesvol mogelijk te maken.
Productiviteit
Op zijn toppunt zou de Einsteintelescoop zorgen voor 0,22 procentpunt van de Vlaamse productiviteitsgroei, oftewel een vijfde van de groei die volgens experts nodig is om de vergrijzing op te vangen. Met 'productiviteitsgroei' wordt bedoeld dat je in een uur arbeid meer waarde produceert. Het betekent niet dat je meer uren moet werken, het betekent dat je rijker wordt door dat ene uur werk.
Daarnaast zou het project ook leiden tot een toename van het aantal doctoraatsstudenten en patenten. In absolute cijfers schat het rapport dat de productiviteitswinst voor Vlaanderen kan oplopen tot 1,509 miljard euro per jaar. In het basisscenario is wel nog steeds maar sprake van 637 miljoen euro.
De extra waarde zou geboekt worden bij bedrijven die direct betrokken zijn bij de investering, de bedrijven in de toeleveringsketen. In de hoogste winst zit ook de waarde inbegrepen die ontstaat door de consumptie van werknemers die direct of indirect aan het project meewerken.
Jobjaren
Afhankelijk van hoe hard wordt ingezet op innovatie en kennis, kan de Einsteintelescoop tussen 5.021 en 12.142 jobjaren met zich meebrengen. Een jobjaar staat voor een jaar voltijds werk. "De bouw zelf zou Vlaanderen al meer dan 2.600 jobjaren opleveren, en dat kan groeien tot meer dan 6.600 als de juiste keuzes worden gemaakt", klinkt het.
Daarnaast gaat het rapport ervan uit dat de telescoop minstens 50 jaar operationeel zal zijn. Zelfs als die fase maar 30 jaar lang is, zou die goed zijn voor tussen 2.300 en 5.455 jobjaren in Vlaanderen.
"Voor de wijdere Euregio gaat het om een veelvoud hiervan, met daarbovenop jobs die ontstaan uit spin-offs, aangetrokken bedrijven of extra toerisme", valt nog te lezen. Daarbij valt wel de opmerking te maken dat je niet zeker kan zeggen of al die jobs naar Vlamingen zullen gaan.
"Het gaat om zeer veel verschillende soorten jobs", weerlegt Diependaele de kritische bedenking. "Het gaat niet alleen over de werking, maar ook de bouw van de telescoop. Dat vergt heel wat grondwerken. Ook dat zal heel wat jobs creëren."
Ecosysteem
Econopolis waarschuwt dat het project niet gezien mag worden als een bouwproject. Het moet "een magneet zijn om topwetenschappers" aan te trekken. "Denk dan aan projecten zoals het CERN en de deeltjesversneller in Zwitserland. Als je het correct aanpakt, garandeer je de aanwezigheid van topwetenschap in je regio voor decennia."
De telescoop moet dus het kloppend hart worden van een wetenschappelijk ecosysteem. Dat is volgens de voorstanders de grootste winst. "Er zullen in de regio een hele reeks hoogtechnologische kennisinstellingen, spin-offs, startups en andere bedrijven ontstaan", valt te lezen in het rapport.
Econopolis wijst er ook op dat het project een enorme aantrekkingskracht zou kunnen hebben op STEM-studenten en profielen. "Tot slot mag je ook niet de onvoorziene ontdekkingen en innovaties die voortkomen uit het project niet vergeten", klinkt het.
"Het is dus sowieso goed voor de arbeidsmarkt", vult Diependaele aan. "Het gemiddelde opleidingsniveau stijgt en we brengen nieuwe vaardigheden en expertise aan. Op lange termijn leidt die concentratie ertoe dat de regio competitiever wordt. Het is eigenlijk domino, maar je moet dat eerste steentje omgooien."
Wat na de Einsteintelescoop?
Als we even bij het grote voorbeeld van het CERN blijven, zien we ook goede voortekenen voor de privésector. 45 procent van de onderzoekers die bij het onderzoekscentrum hebben gewerkt, belandden later in hun carrière in de industrie. 29 procent gaat aan de slag bij universiteiten, terwijl 15 procent in andere sectoren terechtkomt.
Dat patroon is dus gunstig voor de regio van het project. Men hoopt dat de Einsteintelescoop een soortgelijke rol zal vervullen als eerste belangrijke werkgever en uiteindelijk 'talentpool' waarin bedrijven uit de regio kunnen vissen naar hoogopgeleide profielen. Dat vooruitzicht moet bedrijven aantrekken.
Voor Diependaele bevestigt de studie de beslissing van de Vlaamse overheid om 200 miljoen te investeren in het project. "Met de juiste stimulansen en ondersteuning vormen we zo een innovatie-ecosysteem, dat voor de komende 50 jaar een impact heeft op Vlaanderen. De Einsteintelescoop is een Vlaamse prioriteit, we hebben nood aan nieuw project waar universiteiten, ondernemingen én burgers zich achter kunnen zetten."
Regionaal nieuws uit Limburg



