Naar hoofdinhoud

Van minus tot minister: de Latijnse wortels van onze politieke termen

Regering De Wever mag dan wel gloednieuw zijn, de benaming van de politieke functies zijn dat niet. Woorden als ‘minister’, ‘secretaris’ en ‘senaat’ zijn eeuwenoud en vinden hun oorsprong in het Latijn. “Al is de betekenis van sommige woorden door de jaren heen wel wat veranderd”, vertelt dialectoloog Chris De Wulf (UA).

Anneke Hermans
Gepubliceerd:

Elke woensdag gaat Peter Van de Veire in 'Goeiemorgen morgen!' (radio2) samen met dialectoloog Chris De Wulf (UA) op zoek naar de eigenheid van onze taal. Meer weten? Vorige keer vertelde hij hoe sommige Nederlandse woorden in het Chinees terecht gekomen zijn. 

De nieuwe federale regering telt 15 ministers. Voor sommigen is het de eerste keer dat ze deze taak op zich nemen. Het woord minister is niet zo nieuw. Het is een afleiding van het Latijnse woord ‘minus’ wat mindere of dienaar betekent. 

In het Middelnederlands was een minister een dienaar van God. Later in het Frans ontwikkelde deze functie zich verder tot dienaar en/of raadsheer van de koning. Het is zo meer en meer een prestigieus beroep geworden. 

Ook secretarissen waren van oorsprong dienaars, al was die job spannender dan die van een minister. Het woord secretaris komt ook uit het Latijn en is verwant met secreten, oftewel geheimen. 

Je kan dus zeggen dat een secretaris geheimen bewaarde. In het middeleeuws Latijn was een secretaris de vertrouwenspersoon die de administratie opvolgde en uitvoerde in dienst van iemand anders. Als gevolg daarvan kende de secretaris ook alle gevoeligheden en mogelijke geheimen. De functie van persoonlijke secretaris werd uitgebreid naar die van een belangrijk administratief persoon binnen allerlei overheden. 

LUISTER

Liever luisteren dan lezen? Beluister het gesprek in Goeiemorgen morgen!

Radio 2goeiemorgen morgen!
4min

Ook de senaat heeft een Latijns tintje. Het komt van het woord senex, oftewel ‘oud’. Je kan het dus letterlijk als ‘de raad der ouden’ opvatten. 

Het woord ‘kabinet’ gaat ook al jaren mee, maar het was niet altijd de plek waar de regeringsleden vergaderen. In de 16e eeuw betekende kabinet hokje of kamertje. Het was een verkleinwoord van het Franse cabine. Het kabinet was de plek waar je bijzondere voorwerpen bewaarde. Niet iedereen was daar welkom. Na verloop van tijd werd het woord kabinet gebruikt om een studeerkamer aan te duiden. Uiteindelijk werd het de kamer waar ministers samenkomen om regeringsbesluiten te nemen. 

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"