Ook tijdens de oorlog in Gaza het afgelopen jaar bleef België handel drijven met Israëlische defensiebedrijven. Vanuit Vlaanderen en Brussel gingen nog militaire goederen naar Israël, vaak om hersteld of getest te worden. Ze keerden nadien terug of werden doorgevoerd naar een ander land. Volgens de regio's belandden de goederen nooit bij de Israëlische overheid. "Maar je moet je afvragen of je het onderscheid tussen die Israëlische bedrijven en de overheid nog wel kan maken", reageert het Vlaams Vredesinstituut.
Van camera's tot delen van een F-16: de handel tussen België en Israëlische defensie-industrie in kaart
Infraroodcamera's, vuurgeleidingssystemen en ook onderdelen voor F-16's. Het zijn allemaal militaire producten die sinds oktober 2023 nog heen en weer konden reizen tussen België en Israël.
Onze redactie vroeg alle vergunningen op die Vlaanderen en Brussel verleenden om militaire goederen naar Israël te exporteren sinds de Gaza-oorlog escaleerde, na de aanval van Hamas op 7 oktober 2023 en de gewelddadige doortocht van Israël in Gaza daarop.
Vlaanderen en Brussel reageren transparant. Waals minister-president Adrien Dolimont (MR) wil geen details geven, ook niet over de beleidslijn van de nieuwe Waalse regering.
Elbit in Oudenaarde
Vanuit Vlaanderen werden tussen oktober 2023 en eind 2024 17 exportvergunningen afgeleverd om militaire goederen naar Israël te exporteren. De goederen hadden samen een waarde van in totaal 22,7 miljoen euro, al moet dat bedrag sterk genuanceerd worden.
Een overzicht van alle vergunningen staat onderaan dit artikel. Het gaat vooral om systemen waardoor vuurwapens preciezer kunnen richten, zoals vizieren en apparatuur om warmtebeelden te maken. Zowat alle vergunningen zijn aangevraagd door het bedrijf OIP Sensor Systems in Oudenaarde, bevestigt het bedrijf.
Meestal gaan die naar Israël om daar hersteld te worden of om geïntegreerd te worden in een groter geheel
Freddy Versluys, CEO van OIP
"Let wel, de bedragen van die vergunningen zijn de waarden van de goederen die kúnnen worden geëxporteerd. Het gaat bijvoorbeeld om goederen die tijdelijk naar Israël kunnen gaan om daar hersteld te worden. De waarde van die herstelling, het effectieve contract, is veel lager", zegt CEO van OIP Freddy Versluys.
"In het geval van definitieve uitvoer kunnen de goederen geïntegreerd worden in een groter geheel. Dat is dan voor export naar landen waar Vlaanderen wel een vergunning voor geeft", klinkt het.
Wat is OIP en wat is de link met Israël?
OIP Sensor Systems is gespecialiseerd in nachtkijkers, warmtekijkers, camera’s met bewegingssensoren en andere optische systemen, bijvoorbeeld voor de ruimtevaart. Het telt meer dan 125 medewerkers. Dochterbedrijf OIP Land Systems, in Doornik, telt zo’n 15 medewerkers, en is vooral bekend vanwege haar grote stock aan militaire voertuigen.
OIP is sinds 2003 overgenomen door het Israëlische defensiebedrijf Elbit Systems. Elbit is de hofleverancier van het Israëlische leger. Elbit heeft vooral contracten binnen Israël zelf en werkt soms rechtstreeks samen met het Israëlische ministerie van defensie en het Israëlische leger voor onderzoek en ontwikkeling .
Contracten met Europese landen waren in de eerste 9 maanden goed voor ruim 26 procent van de inkomsten van Elbit. Vlaanderen is daarin een kleinere handelspartner.
Niet voor Israëlisch leger
Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA) is bevoegd voor de kwestie. Hij benadrukt dat de producten die naar Israël vertrekken ofwel terugkeren naar België, ofwel via Israël doorgevoerd worden naar een derde land. In december 2023 gaf Vlaanderen bijvoorbeeld een vergunning voor de export van warmtebeeldapparatuur, die via Israël aan het Deense ministerie van Defensie werd geleverd.
We controleren of de producten effectief terugkeren naar België
Matthias Diependaele, Vlaams minister-president (N-VA)
“De andere producten gaan bijvoorbeeld naar Israël voor een herstelling. Het is dan de Dienst Controle Strategische Goederen die nagaat of de producten effectief terugkeren naar België. Dat gebeurt via documenten van het bedrijf, maar ook een check bij de douane”, zegt Diependaele.
Schip of geen schip
Een van de recente vergunningen springt in het oog, vanwege het hoge bedrag. Het gaat om een vergunning voor de export van materiaal ter waarde van 16 miljoen euro. Volgens de Vlaamse overheid gaat het om de reparatie en onderhoud van camera’s op een militair schip. De vergunning werd verleend in augustus 2024.
Volgens OIP klopt die informatie niet, en gaat het om onderdelen van UT-30’s, geschutskoepels die bovenop de Belgische Piranha-pantservoertuigen komen. De Vlaamse vergunning maakt het mogelijk dat de onderdelen van de geschutskoepels in Israël hersteld worden. Volgens OIP bedroeg de aanvraag ook 15 miljoen euro aan goederen, en geen 16 miljoen.
De ware aard van de vergunning blijft dus onduidelijk, een vrij Kafkaëske situatie: ook na een dubbelcheck blijft de Vlaamse administratie erbij dat "in het dossier sprake is van een militair vaartuig".
OIP zelf geeft nog een bijkomende nuance en zegt dat er soms een vergunning voor een lijst van goederen wordt aangevraagd, terwijl in werkelijkheid maar een deel van de vergunde goederen effectief naar Israël gaat voor een herstelling. Dat zou ook bij deze grote vergunning het geval zijn.
De totale waarde van de vergunningen moet dus met een korrel zout worden genomen. De waarde van de producten die werkelijk zijn uitgevoerd, kennen we niet en wil Vlaanderen ook niet delen. En de producten blijven dus nooit in Israël zelf, zeggen zowel OIP als de Vlaamse administratie.
F16-onderdelen via Israël naar VS
Na lang aandringen, krijgen we ook een overzicht van de vergunningen die de Brusselse regering verleende, zij het zonder geldbedragen. De jaarverslagen over die Brusselse vergunningen lopen 4 jaar achter op de feiten. Volgens het kabinet van bevoegd minister Ans Persoons (Vooruit) komt dat door “het softwaresysteem en beperkte menselijke middelen op de administratie”.
Ook vanuit Brussel konden sinds de escalatie van het conflict in oktober 2023 nog vliegtuigonderdelen uitgevoerd worden naar Israël, met de bedoeling om die daarna opnieuw te exporteren naar de Verenigde Staten.
Concreet gaat het om onderdelen van F-16’s die worden gebruikt door de Amerikaanse overheid. Het bedrijf Sabca in Brussel bouwt de vliegtuigonderdelen en exporteert ze eerst naar Israel Aerospace Industries (IAI), een Israëlisch overheidsbedrijf en een van de belangrijkste defensiebedrijven in het land.
IAI exporteert de onderdelen daarna weer naar Lockheed Martin in de VS. Ook onderdelen voor de vleugels van het T-38-trainingsvliegtuig volgden datzelfde traject.
Niet geherexporteerd
Vredesorganisatie Vredesactie wierp afgelopen jaar al op dat het maar de vraag is of die toestellen met Belgische onderdelen effectief in de Verenigde Staten blijven, of van daaruit weer geëxporteerd kunnen worden.
Onze redactie kon de certificaten inkijken die het eindgebruik van de goederen vastleggen. Daaruit blijkt dat Lockheed Martin de onderdelen van de F-16’s contractueel niet mag herexporteren zonder toestemming van de Brusselse autoriteiten. De Brusselse regering zegt dat die vraag vanuit de VS er alvast de afgelopen legislatuur nooit is gekomen.
Regels verstrengd
De Brusselse vergunningen voor de export van die vliegtuigonderdelen waren al verleend voor oktober 2023, en sindsdien heeft de Brusselse regering ze niet meer verlengd. Anderzijds werden de bestaande vergunningen ook niet stopgezet. De vergunning voor de export van 1.127 onderdelen van de F-16’s liep tot februari 2024, die voor 72 onderdelen van T-38-trainingsvliegtuigen tot maart 2024.
Sinds de Gaza-oorlog begon, verleende de Brusselse regering daarnaast nog 1 vergunning voor de uitvoer van goederen die onder de noemer “militair” vallen, richting Israël. Het ging om een gepantserde wagen die gebruikt wordt door de Belgische ambassade in Tel Aviv voor “VIP-vervoer”.
Dubbele positie
Officieel is de Belgische beleidslijn al sinds 2009 dat er geen “geen uitvoer wordt goedgekeurd die de versterking van de militaire capaciteit van de Israëlische krijgsmacht inhoudt”. Daarom worden Belgische militaire goederen enkel naar Israël geëxporteerd als ze nadien terugkeren naar België of geherexporteerd worden naar een ander land, zoals de Verenigde Staten.
Staatssecretaris Persoons zegt dat de Brusselse regering die regel strikter interpreteert. Volgens het kabinet verbiedt de Brusselse regering sinds februari 2024 ook herstellingen in Israël, zelfs als die producten nadien opnieuw geherexporteerd worden.
Dat komt, zegt Persoons, omdat de handel die defensiebedrijven versterkt. En dat zou "ook gezien kunnen worden als een indirecte versterking van de capaciteit van de strijdende partijen in het conflict”, zegt de staatssecretaris.
Herstellingen kunnen ook gezien worden als een indirecte versterking van de capaciteit van de strijdende partijen in het conflict
Ans Persoons, Brussels staatssecretaris (Vooruit)
De Vlaamse regering hanteert die striktere interpretatie niet. Zoals gezegd, verleende de nieuwe Vlaamse regering ook nog vergunningen in de loop van 2024 om producten te laten herstellen bij Elbit. Ook Vooruit zit sinds eind september in die Vlaamse regering.
Totaalverbod op til?
In de commissie Algemene Zaken in het Brussels Parlement werd vorige week bovendien nog een resolutie goedgekeurd waarin het parlement de Brusselse regering oproept om “alle wapenvergunningen voor Israël stop te zetten, zowel voor militair materieel als voor civiele en dual-use goederen”. De tekst zou mogelijk op alle vergunningen slaan richting Israël, dus ook voor goederen die nadien opnieuw worden geherexporteerd.
De linkse oppositie met PVDA en Brusselse regeringspartijen Vooruit, PS, Groen en Ecolo keurden de resolutie samen goed. Zo’n oproep betekent echter nog niet dat die regels ook wet worden in Brussel, al heeft staatssecretaris Persoons naar eigen zeggen wel die ambitie. Ook in het federaal parlement ligt binnenkort een gelijkaardige resolutie van de PVDA voor.
Waalse mazen in het net
Ook in Wallonië werden de regels het laatste jaar aangescherpt. In februari 2024 besliste de Waalse regering om tijdelijk 2 vergunningen op te heffen waarmee het bedrijf Eurenco Clermont buskruit kon uitvoeren naar Israël.
Ook dat buskruit was niet bedoeld voor Israël zelf. Maar volgens vredesorganisaties is het bij producten als buskruit minder eenvoudig te controleren of er toch geen goederen worden “afgewend”.
Ook die verstrenging dichtte echter niet alle gaten, want er bleek nog een achterpoortje. Onder andere de Franstalige omroep RTBF kon in mei 2024 aantonen dat er via de luchthaven van Luik nog munitie en ontstekingsmechanismen waren doorgevoerd naar Israël. Bovendien waren die goederen bedoeld voor de Israëlische overheid, het Israëlisch ministerie van defensie of Israëlische troepen.
Het was luchtvaartmaatschappij Challenge Airlines die de goederen vervoerde. Challenge voerde de producten aan uit andere landen, landde op de luchthaven van Luik, om van daar naar Israël te vliegen. Maar belangrijk, daarbij werden de goederen niet overgeladen. Zonder zulke ‘overslag’ was een vergunning van de Waalse regering namelijk niet vereist. Ook dat achterpoortje werd gedicht door de Waalse regering-Di Rupo: eind mei werd ook zulke doorvoer van militaire producten richting Israël verboden, met of zonder overslag .
Wallonië geeft geen commentaar
Onze redactie vroeg ook gegevens op over vergunningen voor 2023 en 2024 op bij de nieuwe Waalse regering, maar dat werd geweigerd. Het kabinet van de nieuwe Waalse minister-president Adrien Dolimont (MR) wilde ook niet ingaan op onze vragen over de beleidslijn van de regering. Zo wilde de regering niet zeggen of ze de verstrengingen zou blijven handhaven die onder Di Rupo waren ingevoerd.
In het regeerakkoord van de nieuwe Waalse regering staat alvast dat de regels rond import, export en doorvoer van wapens wil herbekijken, omdat die nu “bij de meest strikte van de hele wereld horen”.
Producten zonder vergunning
Vanuit Vlaanderen, Brussel en Wallonië was er in de loop van 2024 dus nog geregeld handel met Israëlische defensiebedrijven, ook al waren die producten niet bedoeld voor het Israëlische leger. De regels rond die handel werden het laatste jaar wel wat aangescherpt, vooral in Brussel en Wallonië.
Ook het Vlaams Vredesinstituut heeft geen aanwijzingen dat er militaire goederen met een vergunning vanuit België rechtstreeks in handen van het Israëlisch leger vallen. Het Vredesinstituut ziet daarvoor bijvoorbeeld wel risico's bij goederen die niet vergund moeten worden.
"We weten bijvoorbeeld dat een aantal grondstations in Israël waar drones bestuurd worden, Vlaamse beeldschermen gebruiken van het bedrijf Scioteq ", zegt Diederik Cops, onderzoeker wapenhandel van het Vredesinstituut. "Maar die schermen worden niet beschouwd als goederen die specifiek ontwikkeld zijn voor militair gebruik. Daarom moeten ze niet vergund worden. Zo duiken ze ook niet op in de lijsten van vergunningen."
Handel loopt door
Daar komt bij dat België ook herstellingen bleef uitvoeren bij de belangrijkste Israëlische defensiebedrijven, of via Israël militaire producten exporteerde naar andere landen. "Ons beleid is heel strikt als het gaat over leveringen aan de Israëlische overheid. Maar je moet je afvragen of je het onderscheid tussen die overheid en de Israëlische bedrijven waarmee we handel drijven nog wel kan maken", zegt Cops.
Er zijn nauwe relaties tussen die bedrijven en de Israëlische overheid en die zijn de laatste tijd nog nauwer geworden
Diederik Cops, Vlaams Vredesinstituut
"Er zijn nauwe relaties tussen die bedrijven en de Israëlische overheid en die zijn de laatste tijd nog nauwer geworden. In het geval van IAI gaat het zelfs letterlijk om een overheidsbedrijf. Als je ernstig bent in je beleid, moet de politiek ook een antwoord geven op die kwestie."

