De voorbije dagen heeft onze redactie enorm veel vragen binnengekregen over het regeerakkoord. Hieronder geven we een antwoord op de meest gestelde vragen.
Krijg ik nu minder pensioen? En hoe werkt het familiekrediet? Jouw vragen over het regeerakkoord beantwoord
Het volledige regeerakkoord lezen? Dat kan hier (in pdf-formaat).
De regering sleutelt uitgebreid aan de verschillende pensioenstelsels. De hervorming zal op iedereen impact hebben. Maar om te weten wat dat precies betekent voor jouw pensioenleeftijd en het bedrag dat je zal krijgen, zal je nog wat geduld moeten oefenen.
Het regeerakkoord moet nu omgezet worden in concrete wetgeving. Daarbij moeten nog verschillende details worden onderzocht en uitgewerkt.
Het kan nog maanden – of zelfs langer – duren voor alle wijzigingen zijn doorgevoerd en je daarvan op My Pension de gevolgen zal kunnen zien. De pensioendienst wil zich nog niet uitspreken over de termijn. "We willen zeker zijn dat onze berekeningen 100 procent kloppen voor die in My Pension zichtbaar zullen zijn", zegt een woordvoerder.
Ja en neen. De pensioenbonus zoals die door de vorige regering - nog maar vorig jaar - werd ingevoerd, wordt geschrapt. Dat was een nettobedrag dat je kreeg als je bleef doorwerken na de vroegste datum waarop je met pensioen kon gaan. Het bedrag was afhankelijk van het aantal extra gewerkte dagen.
De regering behoudt wel het principe, maar die past nu binnen een brede hervorming: wie vroeger op pensioen gaat krijgt minder, wie langer blijft werken krijgt meer.
Concreet vermeerdert je maandelijks pensioenbedrag met een bonus van 2 procent (tot 2030), 4 procent (tot 2040), 5 procent (vanaf 2040) per jaar opname na de wettelijke pensioenleeftijd indien de gepensioneerde voldoet aan 35 loopbaanjaren van 156 dagen met effectieve arbeidsprestaties.
Voor de meeste mensen die nu al met pensioen zijn, verandert er helemaal niets. Voor ambtenaren is dat wel het geval. Via de zogenoemde perequatie kon hun pensioen elk jaar ook nog stijgen bovenop de index. Dat voordeel houdt volgend jaar op te bestaan.
De regering wil de hele hervorming nog in 2025 invoeren. Maar bij veel maatregelen is een overgangsperiode al ingebouwd, bijna geen enkel voordeel verdwijnt van de ene op de andere dag.
Bovendien benadrukt de regering in het regeerakkoord dat ze "een specifiek budget beschikbaar stelt voor overgangsmaatregelen gericht op mensen die dicht bij hun pensioen staan".
Tienduizenden leerkrachten kwamen begin deze maand op straat tegen de pensioenplannen die toen op tafel lagen. Wat is er nu precies gekomen van die plannen?
Zoals verwacht zullen ambtenaren in het algemeen en dus ook leerkrachten langer moeten werken en minder pensioen krijgen dan vandaag. Maar de invoering verloopt erg geleidelijk en leerkrachten hebben een uitzondering uit de brand gesleept.
Voor een volledige loopbaan zullen ze nog steeds niet evenveel jaar gewerkt moeten hebben als een werknemer in de privésector en veel andere ambtenaren. De zogenoemde verhogingscoëfficiënt die hun pensioenleeftijd bepaalt, zakt wel tegen 2032, maar wordt niet afgeschaft. Ook dan zullen ze nog steeds iets meer dan een jaar minder dan werknemers moeten werken om een volledige loopbaan te hebben.
Wat wel volledig verdwijnt: de voordelige berekening van het pensioenbedrag. Alle pensioenen zullen berekend worden op basis van het loon van de volledige loopbaan en niet enkel op dat van de laatste 10 jaar – zoals nu het geval is voor leerkrachten en ambtenaren. Dat gaat wel erg geleidelijk. Pas over 37 jaar, in 2062, zal het systeem hetzelfde zijn als dat van werknemers vandaag.
Het overlevingspensioen verdwijnt voor mensen die nog niet de pensioengerechtigde leeftijd bereikt hebben. Nu kan dat al vanaf 50 jaar. Vanaf 2026 wordt het overlevingspensioen dan vervangen door een overgangsuitkering, die je kunt combineren met een beroepsinkomen. De uitkering wordt beperkt in de tijd tot maximum 2 jaar (of 3 à 4 jaar voor wie jonge kinderen ten laste heeft).
Het overlevingspensioen is een pensioen voor nabestaanden (huwelijkspartners en wezen), na een overlijden. Maar in de praktijk is dat, aldus de nieuwe regering, "voor heel wat weduwen een inactiviteits- en armoedeval", wanneer de overlevende partner nog niet de pensioengerechtigde leeftijd bereiekt heeft.
Voor mensen die nu een overlevingspensioen krijgen, verandert er niets.
Wie nog meer wil lezen over de hervormingen in de pensioenen kan hier terecht.
De nieuwe regering gaat meerwaarde op aandelen belasten. Die nieuwe belasting noemt ze de solidariteitsbijdragen.
Er komt een belasting van 10 procent op meerwaarde van financiële activa op het moment dat je ze verkoopt. Het gaat dan over bijvoorbeeld aandelen, fondsen, obligaties en trackers. Ook winst uit cryptomunten valt onder de solidariteitsbijdrage. Vooral alle duidelijkheid: meerwaarde geboekt op de verkoop van vastgoed valt er niet onder.
De belasting wordt geheven op winsten opgebouwd vanaf het moment van de invoering van de bijdrage, voorzien op 1 januari 2026.
Verliezen binnen het jaar kan je aftrekken van je meerwaarde van de financiële activa die je verkoopt. Op het bedrag waarop je dan uitkomt, betaal je belastingen.
Boek je geen meerwaarde van 10.000 euro, dan blijft het bedrag onbelast. Enkel winsten hoger dan 10.000 euro vallen onder de solidariteitsbijdrage. Als je bijvoorbeeld 15.000 euro meerwaarde hebt op de aandelen die je op een bepaald moment verkoopt, betaal je 10 procent op 5.000 euro en dus 500 euro aan belastingen.
De drempel van 10.000 volgt de inflatie en zal dus op termijn hoger liggen.
Voor grote aandeelhouders van bedrijven, vaak de eigenaars, gelden hogere drempels. Die zijn van toepassing wanneer je 20 procent of meer van de aandelen van een bedrijf bezit.
Tot 1 miljoen euro meerwaarde betaal je geen belasting. Een meerwaarde tussen 2,5 en 5 miljoen euro zal belast worden aan 2,5 procent. Een meerwaarde tussen 5 en 10 miljoen euro zal belast worden aan 5 procent. Een meerwaarde vanaf 10 miljoen euro zal belast worden aan 10 procent.
Dat is onduidelijk. De verlaging van de belastingen op arbeid zou volgend jaar al ingaan, maar slechts zeer beperkt. Over 4 jaar zou de grootste belastingverlaging doorgevoerd worden. Mogelijk zien we pas in 2029 dus een fundamentele verhoging van ons loon.
Hoeveel er tegen dan precies bijkomt, hangt van heel veel factoren af. Wat je job is, hoe je gezinssituatie is, je huidige loon, etc.
Volgens berekeningen van de CD&V zou een alleenstaande met een mediaaninkomen tegen 2029 100 euro meer netto kunnen overhouden per maand. Een werkend koppel samen tot 158 euro.
De bedoeling is dat iedereen die werkt tegen 2029 minder belastingen moeten betalen op zijn loon en dus op het einde van de maand meer overhoudt. Voor een alleenstaande zou dat volgens berekeningen van de CD&V betekenen dat hij of zij per maand zo'n 100 euro extra zou overhouden.
CD&V-minister Vincent Van Peteghem beloofde in Terzake dit weekend dat de regering "een modernisering van ons fiscaal systeem zal doorvoeren, waarbij de discriminaties voor alleenstaanden weggewerkt zullen worden."
Het gaat dan in de eerste plaats om het afbouwen van voordelen van koppels. De huwelijksquotiënt halveert. De bijzondere bijdrage sociale zekerheid wordt verlaagd en hervormd. Dat zou volgens een woordvoerder van Van Peteghem singles extra ten goede komen.
Ook zal de toeslag op de belastingvrije som voor alleenstaande enkel nog geleden voor werkelijk alleenstaande. Nu gaat die vaak ook nog naar mensen die niet gehuwd zijn of wettelijk samenwonen, maar in de praktijk wel met iemand samenwonen.
Nee. In het regeerakkoord staat niets over een belasting op huurinkomsten. Tijdens de onderhandelingen was daarvan even sprake, maar geld dat je verdient door te verhuren blijft grotendeels onbelast.
Wie nog meer wil lezen over de hervorming in de belastingen kan hier terecht.
De regering wil het statuut van flexi-jobber nog verder promoten. Dat doet ze in de eerste plaats door het maximum jaarinkomen voor flexi-jobs te verhogen van 12.000 naar 18.000 euro. Het maximum uurloon wordt ook verhoogd van 17 naar 21 euro. Je zal dus meer kunnen flexi-jobben en er mogelijk meer mee verdienen.
In het regeerakkoord staat ook dat flexi-jobs mogelijk worden in alle sectoren. Maar "met respect voor de regels inzake de toegang tot de beschermde beroepen in publieke en private sectoren die met grote tekorten kampen o.a onderwijs, kinderopvang", schrijft de regering. Sectoren kunnen ook altijd zelf beslissen dat ze niet mee in het systeem willen stappen.
Volgens de regering moedigt het systeem van SWT – het vroegere brugpensioen – aan om sneller te stoppen met werken. Het verdwijnt daarom. En daar laten de partijen geen gras over groeien. In het regeerakkoord staat dat het is afgeschaft op de datum van het akkoord, afgelopen vrijdag dus.
Er is wel een uitzondering voor medisch SWT. Voor werknemers uit bedrijven die een intentieverklaring tot herstructurering of collectief ontslag afsloten voor de datum van het regeerakkoord, geldt de startdatum niet.
Mensen die nu op SWT zijn, kunnen in dat systeem blijven. Wel gaat de regering die mensen alsnog motiveren om opnieuw aan het werk te gaan.
Voor oudere werknemers blijft het wel mogelijk om op het einde van hun loopbaan via een landingsbaan deeltijds te werken, halftijds of 4/5e, vanaf 55 jaar. Maar de regels verstrengen wel.
Ze moeten vanaf 2025 minstens 30 jaar gewerkt hebben (een jaar loopbaan bestaat uit 156 gewerkte dagen). Die voorwaarde wordt elk jaar een beetje verstrengd, tot 35 loopbaanjaren in 2030.
Periodes van SWT en landingsbanen zullen wel een negatievere impact hebben op het pensioen dat je uiteindelijk krijgt. Ze zullen niet meer meetellen als zogenoemde gelijkgestelde periode.
Het verbod op nachtarbeid wordt afgeschaft. Vandaag is nachtarbeid eigenlijk verboden in ons land. In veel sectoren is er wel degelijk nachtarbeid en zijn daarover afspraken gemaakt met vakbonden. Nachtwerk invoeren zal nu veel eenvoudiger worden.
De regels rond nachtarbeid zorgen ervoor dat we niet concurrentieel zijn met onze buurlanden, vindt de regering. Daarom start nachtarbeid in de distributiesector en e-commerce voortaan vanaf middernacht in de plaats van de huidige grens vanaf 20 uur. Voor die 4 uur zullen dan andere regels en voorwaarden gelden.
Mogelijk wel. In het regeerakkoord staat dat de regering de berekening om uitkeringen voor invaliditeit en ziekte te verhogen, gaat veranderen. Nu is er jaarlijkse een bepaalde som voorzien om die uitkeringen op te trekken en zo op peil te houden met de welvaart.
Volgens gelekte teksten tijdens de onderhandelingen zou die herberekening een grote besparing opleveren van bijna 2 miljard euro tegen 2029. Of die er ook effectief gekomen is, zal de komende dagen duidelijk worden. Dan krijgen we de definitieve begrotingstabel te zien.
De uitkeringen zullen niet zakken, maar mogelijk de komende jaren wel minder stijgen.
Nee. De regering zal op termijn alle cheques afschaffen, behalve de maaltijdcheque. Wel zal het maximumbedrag verhogen van 8 naar 12 euro. De kans is groot dat het bedrag van de cheque dus verhoogt want de regering maakt de verhoging fiscaal aftrekbaar voor werkgevers.
Bovendien zal je je maaltijdcheques voor veel meer soorten aankopen kunnen gebruiken.
Wie nog meer wil lezen over de hervorming van de arbeidsmarkt kan hier terecht.
Dat kunnen we nog niet precies zeggen. Het regeerakkoord is al vrijgegeven maar de tabellen die daarbij horen nog niet. Daar staat in hoeveel elke maatregel precies zal opbrengen of kosten. Pas als die tabel er is, vallen er echt conclusies te trekken over de plannen van de regering.
De Wever spreekt over "de zwaarste begrotingssanering uit onze moderne geschiedenis". Die zullen veel Belgen ongetwijfeld voelen. Uit het regeerakkoord valt al op te maken dat de regering fors wil besparen op werkloosheidsuitkeringen en migratie. Ook naar de pensioenen zal minder geld gaan.
Naast besparingen is de nieuwe regering op zoek gegaan naar nieuwe belastinginkomsten. Daarvoor kijkt ze onder meer naar mensen met een groot vermogen. De regering legt aan beleggers die veel winst maken bijvoorbeeld een meerwaardebelasting op.
Ook dat kunnen we pas zeggen als we de definitieve tabellen krijgen. Het is alleszins de bedoeling van premier De Wever om ons land op koers te zetten om in de toekomst te voldoen aan de Europese regels. De EU wil dat ons begrotingstekort op termijn lager is dan 3 procent van het bruto binnenlands product. In 2024 was dat 4,6 procent.
Dat vraagt om een sanering van miljarden euro’s. In de laatste supernota was sprake van een sanering van 18 miljard euro.
Of het doel van 3 procent zal bereikt worden, hangt van enorm veel factoren af waar de regering zelf geen vat op heeft. Ze rekent bijvoorbeeld op zogenoemde onrechtstreekse terugverdieneffecten. Daarnaast valt ook niet te voorspellen hoe de economie de komende jaren zal evolueren.
De plannen die nu op tafel liggen, zijn intenties. Mogelijk stuurt de regering de plannen de komende jaren nog bij als tijdens begrotingscontroles blijkt dat ze niet volstaan. Voor aanvang van elk jaar moet ze opnieuw een begroting opstellen voor het komende jaar.
Dat verschilt heel erg. Wat vaststaat, is dat bijna niets van vandaag op morgen wordt ingevoerd.
Het regeerakkoord is eigenlijk een intentieverklaring waarin vooral grote lijnen beschreven staan. Nu moeten de maatregelen in detail uitgewerkt worden, vaak in overleg met de overheidsdepartementen die de materie goed kennen. Daarna moeten ze nog omgezet worden in wetgeving, een procedure die ook een zekere tijd in beslag neemt.
Voor sommige hervormingen staan in het akkoord wel al data. Zo zal de fiscale hervorming ingaan vanaf 1 januari 2026. Over de aanpassingen in de pensioenen staat er dan weer: "de maatregelen die deze legislatuur in werking treden, zullen allemaal in 2025 ingevoerd worden." Maar bijna alle maatregelen in de pensioenen kennen nog aparte overgangstermijnen.
Andere dingen worden dan weer helemaal op de lange baan geschoven. De verlenging van de abortustermijn zal alleen beslist worden als daarover consensus is binnen de regering. Die is er nu dus niet en kan nog jaren op zich laten wachten. Ook de effectieve afschaffing van de Senaat zal pas na de volgende verkiezingen voltooid kunnen worden, als die er al komt.
Het bedrag dat de partijen krijgen – nu samen jaarlijks zo’n 80 miljoen euro – zal de komende jaren niet verder stijgen. De regering besliste om de bedragen niet te indexeren. Van een echte verlaging is geen sprake.
De regering verandert ook de regeling rond de uittredingsvergoedingen. Dat is het bedrag dat parlementairen krijgen als hun functie stopt, zowel als ze daar zelf voor kiezen als wanneer ze niet opnieuw verkozen worden. Het maximumbedrag dat ze kunnen krijgen halveert.
Dat heeft vooral impact voor mensen die lang in het parlement hebben gezeten. Mensen die 6 jaar of minder in het parlement hebben gezeten, krijgen nog steeds hetzelfde bedrag.
Wanneer een parlementslid langdurig ziek is, zal die ook niet meer zijn volledige loon krijgen. Net zoals een gewone werknemer zal hij of zij dan terugvallen op een deel van zijn wedde, de onkostenvergoeding vervalt namelijk.
De regering-De Wever telt veel minder ministers dan we gewoon zijn. De regering-De Croo telde bij zijn aanstelling bijvoorbeeld 20 leden, de huidige regering 15. Dat wil zeggen dat er minder ministerslonen moeten worden uitgekeerd en er ook minder kabinetten – en dus minder personeelskosten - zijn.
De belangrijkste besparing die partijen zelf naar voor schuiven, is de afschaffing van de Senaat. Die tweede kamer van het federale parlement wordt al jaren door velen als overbodig bestempeld. Ze komt nog amper samen. Toch kost ze jaarlijks nog zo’n 35 miljoen euro.
Voor een afschaffing is wel een tweederdemeerderheid nodig in het parlement. De oppositie zal dus mee moeten stemmen met de regering. Bovendien kan de Senaat dan ten vroegste na de volgende verkiezingen in 2029 worden afgeschaft.
Hoeveel de besparingen in totaal zullen opbrengen, is voorlopig niet duidelijk.
Over draagmoederschap bestaan in ons land geen wetten en regels. Het gebrek daaraan maakt de procedure vandaag onzeker. Daar wil de regering verandering in brengen.
"Er wordt een wetgevend kader ontwikkeld voor altruïstisch hoogtechnologisch draagvrouwschap waarbij er geen genetische band is tussen de draagvrouw en het kind", zo staat te lezen in het regeerakkoord.
Ook alleenstaande wensouders en LGBT+-koppels komen voor de regeling in aanmerking, staat expliciet in de tekst.
Mensen met een kinderwens zullen een overeenkomst kunnen afsluiten met een draagvrouw. Die moet dan bekrachtigd worden door de familierechtbank. Zo krijgen de wensouders vanaf de geboorte alle ouderlijke rechten.
Commercieel draagmoederschap blijft verboden.
De regering wil de verschillende verlofstelsels die vandaag bestaan om voor een kind te zorgen, vereenvoudigen. Dat moet zorgen voor meer flexibiliteit.
Het uitgangspunt is dat het verlof niet meer gelinkt is aan de ouder, maar aan het kind. Een gezin kan dan zelf bepalen hoe bijvoorbeeld ouderschapsverlof onderling verdeeld wordt. Ook grootouders kunnen op die manier een deel van het verlof opnemen. Bij kinderen die maar 1 ouder (meer) hebben, maakt die ouder aanspraak op het volledige verlof.
Vandaag zijn er verschillende stelsels voor werknemers, ambtenaren en zelfstandigen. Die zouden veel meer op elkaar afgestemd worden.

