Het heeft lang geduurd voordat Bart De Wever ervan overtuigd was dat premier worden de enige manier was om het land te hervormen. In 2014, toen zijn partij de grootste overwinning behaalde, klonk het nog dat "de beste premier" diegene was "die zijn programma zal uitvoeren". 10 jaar later is de 'schaduwpremier' uit 2014 klaar om zelf de handen uit de mouwen te steken. Bart De Wever kiest resoluut voor het premierschap.
Waarom Bart De Wever zo lang gewacht heeft om eerste minister van België te worden
1. De prille jaren: erfgenaam van de Volksunie
De N-VA is de erfgenaam van de Volksunie. Na de splitsing van die partij in 2001 probeert de Nieuw-Vlaamse Alliantie het hoofd boven water te houden, maar bij de verkiezingen van 2003 haalt de partij in de meeste kieskringen onvoldoende stemmen om boven de net geïnstalleerde kiesdrempel te geraken.
In Antwerpen is Bart De Wever niet verkozen. Alleen in West-Vlaanderen slaagt de partij erin om een zetel voor ‘’voorzitter-stichter’ Geert Bourgeois uit de brand te slepen, waardoor die moederziel alleen in de Kamer moet plaatsnemen.
Het is de CD&V van Yves Leterme die de Vlaams-nationalisten een levenslijn toewerpt. Op Valentijnsdag 2004 wordt het kartel CD&V/N-VA boven de doopvont gehouden. Een kartel dat de verkiezingen van 2004 wint, waardoor Yves Leterme Vlaams minister-president wordt en Geert Bourgeois minister in de Vlaamse regering. Er is een nieuwe voorzitter nodig. De keuze valt op Bart De Wever.
Zijn eerste stappen zijn die van een echte Vlaams-nationalist. De N-VA trekt onder leiding van De Wever met een karavaan vrachtwagens vol nep geld naar de scheepslift van Strépy-Thieu om de financiële transfers van Vlaanderen naar Wallonië aan te kaarten. Een ludieke actie in de stijl van de Volksunie. Het zorgt er wel voor - naast uitspraken waarbij De Wever Wallonië verwijt dat het aan het infuus hangt - dat hij jarenlang in Franstalig België zal worden 'gediaboliseerd'. Het zorgt er ook voor dat hij zelden nog spreekt met de meeste Franstalige media, een situatie die pas verandert nadat de N-VA ook lijsten had ingediend in Wallonië bij de verkiezingen van 2024.
In het kartel kan de N-VA in alle rust groeien en toch haar klemtonen leggen. Bart De Wever secondeert Yves Leterme tijdens de regeringsvorming in 2007 voor een federale regering, waar de christendemocraat die in Hertoginnedal een 'oranjeblauwe' regering met Didier Reynders wil bouwen voortdurend op een "non" van CDH-voorzitter Joëlle Milquet botst. De communautaire spanning doet de jonge partij groeien, waardoor de N-VA als een koekoeksjong gevoed wordt in het kartel met CD&V.
In 2008 breekt het kartel en gaat de N-VA haar eigen weg. Ze slaagt erin om in 2009 deel te nemen, op eigen kracht, aan de Vlaamse regering van Kris Peeters. De partij is dan 13 procent waard, een goede score voor een jonge partij. Maar uiteindelijk is het Alexander De Croo die de N-VA een laatste groeischeut geeft.
In 2010 laten Alexander De Croo en minister Vincent Van Quickenborne de regering-Leterme vallen over de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. Er komen vervroegde verkiezingen in het teken van een communautaire spanning, en die betekenen de definitieve doorbraak voor de N-VA.
2. De eerste successen: 'De kracht van verandering'
De volgende stap zet de N-VA zelf, met de slogan 'De kracht van verandering'. Met die hoopvolle boodschap schuift Bart De Wever zichzelf naar voren als de persoon die hervormingen kan doorvoeren in dit land.
De hele partij heeft intussen al de 'bocht van Bracke' ingezet, genoemd naar de naam van de politicus die de 'bocht' maakte in een interview met De Standaard. Voortaan profileert de N-VA zich niet alleen als een Vlaamse partij, maar ook als een sociaaleconomisch rechtse en conservatieve hervormingspartij. Met de combinatie van die ingrediënten wint de N-VA de verkiezingen van 2014.
In 2014 stapt de N-VA in een federale, Belgische regering. Maar zo'n regering leiden, lijkt voor een Vlaams-nationalist als Bart De Wever nog altijd een brug te ver.
In een debat, in de Rode Hoed in Amsterdam, in het debatprogramma ‘De Volkskrant op Zondag’, legt De Wever enkele maanden voor de verkiezingen uit waarom: “Het allerergste wat je als politicus in België kan overkomen, is de verkiezingen winnen. Het tweede ergste wat je dan kan overkomen, is premier worden. De Wetstraat 16, het huisnummer 16, is een indicatie van het percentage dat je nog zal halen wanneer je er buitenkomt. De meeste partijen halen minder als ze eruit komen, omdat je geradbraakt bent, omdat je de veruitwendiging bent van een optelsom die bij uitstek aan de Vlaamse kiezer niet voldoet.”
De Wever geeft als voorbeeld het eigen kartel: “Dat ging los over de 30 procent, de kopman van dat kartel, Yves Leterme, is vervolgens premier geworden. Gevolg: er was geen kartel meer en zijn partij staat nu in de peilingen op 17%.”
Uiteindelijk maakt De Wever zijn strategie bekend: "Als u mij dus nu vraagt, wie moet de volgende premier worden? Wie moet er in de 16 gaan zitten? Diegene die mijn programma zal uitvoeren. En die ga ik zoeken."
Dat wordt in 2014 dus Charles Michel van de MR. De Wever zal als een schaduwpremier de regering-Michel wel proberen te sturen vanuit Antwerpen. Dat lukt hem aardig, maar toch moet hij vaststellen dat een schaduwpremier niet alle instrumenten heeft om dat te doen.
Dat wordt zelfs pijnlijk duidelijk tijdens het conflict over het VN-migratiepact. Charles Michel, gesteund door de andere regeringspartijen Open VLD en CD&V, wil dat België het vluchtelingenpact ondertekent. De N-VA wil dat ons land zich onthoudt tijdens de stemming bij de Verenigde Naties in New York. Maar premier Michel vertrekt naar New York, waarop de N-VA uit de regering stapt.
De Wever heeft zijn les geleerd. Hij beseft dat je alleen als eerste minister het land kunt hervormen. Een schaduwpremier, hoe machtig ook, stelt niets voor. Het is een les die De Wever ook bij Jean-Luc Dehaene leert. Die schreef in het essay "De (on)macht van de eerste minister" (verschenen in het boekje "Er is leven na de 16"): "Het voornaamste instrument dat de Eerste Minister in handen heeft, is de bepaling van de agenda en de timing.”
Die macht wil Bart De Wever voortaan ook gebruiken. In 2019 en 2020 probeert hij tevergeefs een akkoord te sluiten met de PS. Uiteindelijk zal het de Vivaldiregering zijn die de coronacrisis onder controle probeert te krijgen, met Alexander De Croo als eerste minister.
In Humo beseft Bart De Wever dat zijn kans verkeken is. "In de partij zullen ze kwaad zijn dat ik het zeg, maar ja, ik had deze crisis graag gemanaged. Dan krijg je tenminste het gevoel dat je je pree waard bent. Misschien was dat premierschap een ramp geworden, maar dan heb je tenminste geleefd.” Het is de eerste keer dat De Wever openlijk hengelt naar het premierschap.
3. "De premier bepaalt de agenda"
In Knack blikt ook Theo Francken terug op die periode. Hij geeft toe dat de leider van de grootste partij het beste de leiding neemt van de regering: “Een regeringsleider heeft macht, en veel meer dan wij bij de N-VA een paar jaar geleden konden denken. De premier bepaalt de agenda. Als sommige van jouw punten moeilijk op de regeringsagenda raken, kom je als partij te weinig aan bod op het kernkabinet of in de ministerraad”.
De partij waarvan de voorzitter ooit zei dat “de beste premier diegene is die zijn programma uitvoert", is ver gekomen. Francken geeft toe: “Dat hebben we inderdaad moeten leren in de loop der jaren.”
Na de verkiezingen van 9 juni 2024 bestaat er voor De Wever en de N-VA geen twijfel. De Wever wordt resoluut formateur en laat de kans om een regering te leiden niet meer ontglippen.
Het duurt uiteindelijk wel 236 dagen, maar op 31 januari 2025 is het uiteindelijk zover. Er is een akkoord tussen de 5 onderhandelende partijen en vandaag wordt Bart De Wever ook effectief de eerste minister van een Belgische regering. Om uiteindelijk, zoals politicoloog Bart Maddens het zei in De Standaard, “het systeem proberen te redden, waarvan hij zelf zegt dat het niet kan werken. ”
Het heeft lang geduurd voor de Vlaams-nationalist De Wever besefte dat hij België alleen als leider van een regering kan hervormen. Maar de hamvraag wordt of de Vlaams-nationalist er uiteindelijk in zal slagen België te veranderen of dat België de Vlaams-nationalist zal veranderen.

