19.462 leerlingen zijn in de loop van dit schooljaar van studierichting gewisseld. Dat is zo'n 4 procent van alle leerlingen in het middelbaar onderwijs, zo blijkt uit een analyse van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. "Motivatie en inzet zijn cruciaal om ergens te geraken met de nieuwe leerlingen."
Bijna 20.000 leerlingen veranderen tijdens schooljaar nog van studierichting
Heel wat leerlingen willen tijdens het schooljaar nog naar een andere studierichting. Dat betekent ook meteen een nieuwe klas en soms ook een nieuwe school.
"We hebben sinds de kerstvakantie 50 nieuwe leerlingen op school", vertelt directeur Hannelore Dessein van Don Bosco in Sint-Denijs Westrem, een school die sterk inzet op wetenschap en techniek, de zogenoemde STEM-richtingen. "Het gaat vooral om leerlingen die op hun vorige school een richting deden die te moeilijk was voor hen."
"Vaak hebben leerlingen spijt dat ze niet op 1 september gekomen zijn, maar daar willen we niet te lang bij blijven stilstaan. We verzekeren de leerlingen dat we ze gaan helpen en zo snel mogelijk gaan bijbenen. We zorgen dat de laptop, werkboeken en ander materiaal klaarliggen, zodat er niet nog meer leertijd verloren gaat."
20.000 leerlingen wisselen
Uit een analyse van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen blijkt dat een kleine 20.000 leerlingen dit schooljaar van richting zijn gewisseld. Dat zijn omgerekend zo'n 1.000 klassen of 4 procent van het totale aantal leerlingen. De onderwijskoepel vergeleek daarvoor de cijfers van de leerlingentellingen in oktober en februari.
Het cijfer van het aantal leerlingen dat tijdens het schooljaar van richting verandert, blijft de laatste jaren wel min of meer stabiel. "Toch moeten we zoveel mogelijk vermijden dat leerlingen nog tijdens het schooljaar moeten wisselen van richting", reageert Bruno Vanobbergen, topman van het Katholiek Onderwijs. "Het kan een negatieve impact hebben op de leerlingen."
Wisselen van richting tijdens het schooljaar zorgt voor extra stress bij de leerlingen
Bruno Vanobbergen, topman Katholiek Onderwijs
"Leerlingen moeten opnieuw hun weg vinden in de klas en ook de groepsdynamiek in de klas verandert. Bovendien brengt de wissel extra stress met zich mee, want leerlingen moeten het dan ook echt wel goed doen in hun nieuwe richting. En ook voor de organisatie van de school zorgt het voor extra druk."
"Tegelijk weten we dat het altijd kan voorkomen dat een bepaalde studiekeuze niet aansluit bij de interesses of capaciteiten van een leerling. Dan is het maar goed dat een wissel op dat moment wel kan."
Waterval
In het 3e middelbaar, wanneer leerlingen voor het eerst een studierichting kiezen, wisselt 7 procent van de leerlingen tijdens het jaar. Maar het aantal wissels ligt het hoogst in het 5e middelbaar. 8 procent van de leerlingen verandert dan nog van richting. Het is de laatste kans voor leerlingen om dat nog te doen. Na het 5e jaar wisselen is in principe niet meer mogelijk.
Bovendien blijkt uit de cijfers dat er nog altijd een watervalsysteem bestaat, ook na de modernisering van het middelbaar onderwijs.
Zo gaat de helft van de leerlingen die veranderen in het 3e jaar aso naar een technische of beroepsrichting. Bij de leerlingen die wisselen in het 5e jaar aso, kiest 28 procent voor een technische of beroepsrichting.
"De modernisering heeft niet alleen de structuur van het secundair onderwijs veranderd, ook de inhoud van de studierichtingen is gewijzigd. We zitten dus nog in een overgangsperiode", zegt Vanobbergen. "Leerlingen, hun ouders en de scholen proberen zelf nog een goed zicht te krijgen op mogelijkheden die de vernieuwing biedt."
Daarnaast kan een leerling ook "opstromen". Zo zijn er dit schooljaar bijvoorbeeld 26 leerlingen die van het 1e jaar B, dat voorbereidt op het beroepsonderwijs, naar 1A wisselden. Er zijn ook 50 leerlingen die in het 5e middelbaar veranderden van een tso naar een aso-richting.
Maar een heel deel van de leerlingen die van studierichting wisselen, blijft ook in hun eigen finaliteit. Dat wil zeggen dat wie bijvoorbeeld al een aso-richting volgt, overstapt naar een andere aso-richting, zoals van economie-wiskunde naar economie-moderne talen.
Tot slot zijn er ook 2.100 leerlingen die niet meer terug te vinden zijn in het Vlaamse onderwijs. Het gaat bijvoorbeeld om vroegtijdige schoolverlaters of om leerlingen die naar het buitengewoon of Franstalig onderwijs gaan. Meer dan de helft van de leerlingen die niet meer worden teruggevonden, komt uit bso.
Motivatie
Chris De Clercq, leerkracht elektromechanica in Don Bosco, probeert zijn nieuwe leerlingen elk jaar zo goed mogelijk op te vangen. "Als we op korte termijn ergens willen geraken met hen, zijn vooral motivatie en inzet cruciaal."
Daarom heeft de school vooraf een gesprek met elke leerling en zijn/haar ouders. "We vragen daarin aan de leerlingen van welke studierichting ze komen en waar hun interesses liggen. Langs onze kant tonen we op de werkplaats wat de mogelijkheden zijn. We leggen ook duidelijk uit welke achterstand de leerling zal hebben en waar die dus aan zal moeten werken."
"Wanneer de leerling minder geïnteresseerd is, proberen we zoveel mogelijk hun motivatie aan te wakkeren door praktische voorbeelden te laten zien van dingen die met onze machines zijn gemaakt. We tonen hen bijvoorbeeld een moderne scooter die ze zelf zullen moeten monteren. Je ziet de leerlingen en hun ouders dan echt openbloeien."
Hulp van andere leerlingen
Eens de leerlingen gestart zijn op school krijgen ze ook extra inhaallessen tijdens de middag. Die worden niet alleen gegeven door leerkrachten, maar ook door leerlingen. "Een leerling die al een lange tijd op onze school zit en alle ervaring heeft, wordt bij een nieuwe leerling gezet."
"De nieuwe leerling wordt zo direct meegetrokken. Maar ook omgekeerd voelt de leerling die de uitleg geeft zich gewaardeerd in zijn kennis. Het gaat echt om teamwork. We zien daardoor ook dat er binnen de klas meer een groepsgevoel is."
"Het mooie is dat uiteindelijk op het einde van het schooljaar de meeste leerlingen na al hun inspanningen wel degelijk slagen", vertelt directeur Dessein nog. "Er zijn meestal maar een handvol leerlingen die nadat ze van studierichting zijn veranderd toch nog een C-attest behalen."
Sinds de modernisering van het middelbaar onderwijs in 2019 zijn er nieuwe termen die de finaliteit van een studierichting aanduiden.
Een richting in de doorstroomfinaliteit bereidt je voor om verder te gaan studeren aan het hoger onderwijs.
Een richting in de dubbele finaliteit bereidt je voor om verder te gaan studeren binnen een specifieker vakgebied. Of je kan meteen gaan werken na het middelbaar.
Een richting met een arbeidsmarktfinaliteit bereidt je voor om meteen te gaan werken na het middelbaar.
Voor de leesbaarheid van het artikel hebben we ervoor gekozen om de oude termen te gebruiken (aso, tso, kso en bso).

