Het ouderschapsverlof heeft zoals verwacht een nieuwe recordhoogte bereikt in 2024. Voor het eerst maakten er elke maand gemiddeld meer dan 100.000 mensen van het stelsel gebruik, zo blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA).
2024 was recordjaar voor ouderschapsverlof: elke maand maakten meer dan 100.000 mensen er gebruik van
Er werden vorig jaar elke maand gemiddeld 101.774 uitkeringen betaald voor ouderschapsverlof. Dat was een toename met meer dan 8 procent tegenover 2023, toen het er 93.876 waren.
Ouderschapsverlof raakte onder impuls van de coronapandemie almaar meer ingeburgerd. Terwijl er in 2019 gemiddeld 68.688 onderbrekingsuitkeringen per maand waren voor ouderschapsverlof, snelde dat aantal door het zogenaamde coronaverlof - een extra vorm van ouderschapsverlof voor werkende ouders met jonge kinderen die toen soms op thuisonderwijs aangewezen waren - tot 90.339 in 2020. Nadien daalde de cijfers wat, al bleven ze hoger dan voor de coronapandemie, alvorens in 2023 voorbij de coronapiek te gaan.
Mannen
Vooral mannen blijken meer ouderschapsverlof op te nemen. Hun aantal steeg op een jaar tijd met 9,6 procent, terwijl het aantal vrouwen met ouderschapsverlof met 4,4 procent toenam. In absolute cijfers blijven vrouwen wel ruim in de meerderheid: in december kregen 61.650 vrouwen een uitkering voor ouderschapsverlof, tegen 36.432 mannen.
Werknemers hebben voor ieder kind tot 12 jaar recht op maximaal vier maanden ouderschapsverlof. Zij krijgen dan een vervangingsinkomen van de RVA. Het gros van de mensen die ouderschapsverlof opnemen, kiest ervoor om vier vijfde te gaan werken.
Alle onderbrekingsuitkeringen samengeteld (loopbaanonderbreking, tijdskrediet en thematische verloven zoals ouderschapsverlof) werden er vorig jaar gemiddeld 240.487 uitkeringen betaald per maand. Dat was een kleine stijging (+0,6 procent) tegenvover 2023 en het hoogste niveau sinds 2020.

