In een studie naar welke factoren de zang van vogels beïnvloeden, namen Amerikaanse wetenschappers meer dan 140.000 vogelgeluiden onder de loep. Wat blijkt? Kleine vogels hebben meer noten op hun zang en het stadsverkeer zou wel eens grote gevolgen kunnen hebben voor de toonhoogte van koolmezen. Bioloog Dirk Draulans zet hier de belangrijkste bevindingen op een rijtje.
Vogelzang onder de loep: "Hoe kleiner de vogel, hoe meer noten op z'n zang"
Meer dan 140.000 vogelgeluiden hebben Amerikaanse wetenschappers bestudeerd om meer inzichten te krijgen in de zang van de dieren . Daarmee dekken ze 77 procent van alle vogelsoorten. "Er zijn ongeveer 11.000 soorten vogels en ze hebben er meer dan 8.400 geanalyseerd", zegt bioloog Dirk Draulans in 'Nieuwe feiten' op Radio 1.
"We weten waarom vogels zingen: ze doen het om hun territorium af te bakenen, om te communiceren met hun partner of kuikentjes, of eventueel alarm te slaan", zegt Draulans. Deze studie ging niet over waarom vogels geluid produceren, maar wel over hoe de omgeving de vogels beïnvloedt in hoe hun gezang klinkt.
"Kan zang bepaald worden door aspecten die niets met communicatie te maken hebben? Dat heeft deze studie bekeken."
Beluister: Bioloog Dirk Draulans heeft het in 'Nieuwe feiten' over de studie
"Duiven behoren tot de vogels met de laagste toonhoogtes van bijna alle vogels", weet Draulans. "De gierzwaluwen behoren dan tot de soorten met de hoogste toonfrequenties." Maar de wetenschappers konden ook een hele reeks algemene trends waarnemen.
Op de achtergrond
Een van de hoofdconclusies van de studie, is dat geluiden op de achtergrond vogelzang beïnvloeden. "Als vogels dicht bij stromend water leven, gaan ze op een hogere frequentie zingen om makkelijker boven het achtergrondgeluid uit te komen. Daar is de ijsvogel een prachtig voorbeeld van: ze piepen op hoge tonen en leven dikwijls bij beekjes."
Maar ook andere geluiden kunnen de toonhoogte beïnvloeden, zoals de geluiden afkomstig van de mens. "Het stadsverkeer produceert een constante achtergrondruis. Vogels als merels en koolmezen gaan in een stad op een hogere toon zingen."
"Er zijn zelfs wetenschappers die ervan uitgaan dat er op termijn 2 soorten merels gaan ontstaan, stadsmerels en plattelandsmerels, en dat de ene hoger zal zingen dan de andere, waardoor ze elkaar niet meer gaan herkennen."
Size does matter
Een andere conclusie luidt dat kleine vogels, zoals roodborstjes, op een hogere frequentie zingen. "De wetenschappers hebben er een soort van formule op kunnen plakken. Per 1 procent lichaamsgewicht dat erbij komt, gaat de gemiddelde toonhoogte van een vogel met 18 hertz naar beneden. Hoe groter en zwaarder de vogel is, hoe lager die gaat zingen."
Je bent als kleine vogel beter beschermd tegen roofvogels als je op een hogere frequentie zingt
Dirk Draulans, bioloog
Die hoge frequenties zijn niet toevallig. "Omdat geluiden op een lagere frequentie verder kunnen dragen, kan dat meer roofvogels aantrekken. Je bent als kleine vogel dus beter beschermd als je op een hogere frequentie zingt", zegt Draulans. "Voor de onderlinge communicatie is dat geen probleem, omdat ze een kleiner territorium hebben."
"In vergelijking met grote vogels, hanteren kleine vogels ook een breder toonhoogtespectrum. Er is meer variantie." Ze hebben dus letterlijk meer noten op hun zang. "Het kan zijn dat ze dat doen om roofdieren op het verkeerde been te zetten. Door af en toe wat lager te zingen, geven ze de indruk groter te zijn, waardoor ze meer bescherming kunnen krijgen."
Noord vs. zuid
Ten slotte vonden de wetenschappers ook een verschil tussen de geluiden van vogels in het noorden en in het zuiden. "Bij de evenaar heb je de grootste dichtheid van vogels en de grootste variatie van geluiden. Hoe noordelijker je gaat, hoe minder vogels je hebt en hoe minder variatie in vogelgeluiden", weet Draulans.
"Als je dat over de hele aardbol over de verschillende breedtegraden bekijkt, blijkt dat verhaal consistent te zijn, hoewel het om compleet andere soorten in Amerika en Europa gaat. Dat impliceert dat er wetmatigheden zijn die het biotoop bepalen. Op een vergelijkbare breedtegraad, zie je vergelijkbare geluidseffecten."
Een sluitende verklaring voor dat fenomeen is er (nog) niet. "Misschien is het omdat er in het noorden relatief weinig vogels zijn. Ze moeten ook op grotere afstanden contacten maken en vliegen altijd naar het zuiden om te overwinteren: misschien hebben ze een andere noodzaak om te communiceren."
Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is? Deze studie laat toch iets anders zien dan het bekende spreekwoord.
Het is dit weekend ook Het Grote Vogelweekend van Natuurpunt. Vlamingen wordt gevraagd om de vogels in hun tuin te tellen gedurende 15 minuten en de resultaten te registreren via deze website .

