Op Antarctica hebben Belgische wetenschappers een zoektocht ingezet naar zeer oud ijs. Hun expeditie was er een op een alternatieve locatie met blauw ijs, in een tijdelijk kamp met containers een eind van de Prinses Elisabethbasis. "De zoektocht voelt een beetje als in Indiana Jones," zeggen de onderzoekers, die ijs van een miljoen jaar oud hopen te vinden. Tijdens de expeditie was er een onverwachte ontmoeting met skua’s en troffen ze, al even onverwacht, een smeltmeer aan op grotere hoogte.
Belgische wetenschappers zoeken op Antarctica naar het oudste ijs: "Beetje zoals schattenjacht bij Indiana Jones"
De Belgische delegatie is sinds kort terug van deel 1 van de expeditie. "We zijn op zoek naar zeer, zeer oud ijs. Daarmee bedoelen we ijs van 100.000 jaar oud, of mogelijk zelfs een miljoen jaar of ouder", vertelt glacioloog Harry Zekollari (VUB) aan VRT NWS.
"Waarom doen we dat? Oud ijs is een zeer goede indicator voor het klimaat van het verre verleden, tot enkele miljoenen jaren terug. We weten daarover al veel door onrechtstreekse metingen, zoals boringen in de oceaanbodem. Maar aan de hand van luchtbellen in oud ijs kan je rechtstreeks het gehalte aan CO₂ meten in de lucht van heel lang geleden."
"Door beter te begrijpen hoe het klimaat er in het verleden uitzag, kunnen we beter het klimaat van de toekomst voorspellen, en beter de huidige klimaatverandering begrijpen."
Belgen kozen voor aanpak "outside-of-the-box"
Bij een zoektocht naar oud ijs zetten landen (of clusters van landen) veelal een groot, duur project op, waarbij meteen zeer diep geboord wordt. Dat gebeurt dan in het centrum van Antarctica, waar het ijs 2 tot 3 kilometer dik is.
Zo komen er data vrij over verschillende lagen van ijs, die een continue tijdreeks van het verleden geven. Het vraagt veel inzet van mensen en middelen, met budgetten van tientallen miljoenen euro's. Een Europees project heeft daar onlangs overigens ijs van 1,2 miljoen jaar oud mee gevonden.
De manier waarop de Belgische wetenschappers te werk zijn gegaan, is helemaal anders. Zekollari noemt het "een beetje alternatief, outside-of-the-box".
Blauw ijs
De Belgische ploeg heeft het voor de expeditie (die het FROID-project werd gedoopt) kleiner aangepakt. Het team van Harry Zekollari, Veronica Tollenaar en Maaike Izeboud (VUB) en Etienne Legrain (ULB) heeft eerst eigen boringen op minder grote diepte gedaan.
Ze kozen daarvoor gebieden uit met blauw ijs, plekken waar het ijs aan de oppervlakte komt omdat sterke winden er de sneeuw wegblazen. "Die gebieden maken maar 1 procent uit van het continent, want 99 procent is bedekt met sneeuw. Het ijs wordt er naar het oppervlak geduwd. Het ziet er mooi blauw uit en is gegolfd, het lijkt wel een bevroren zee," vertelt Veronica Tollenaar.
Het grote voordeel van blauw ijs is dat je meteen aan de oppervlakte ijs kan vinden van mogelijk 100.000 jaar oud
Glacioloog Harry Zekollari
"Het grote voordeel is dat je er meteen aan het oppervlak al oud ijs kan hebben, dat mogelijk 100.000 jaar oud kan zijn. Tegelijk kan je op minder grote diepte, pakweg 100 of 200 meter, ijs vinden van een miljoen jaar of zelfs meer. Je kan het ook doen met een budget van enkele procentjes van een groot project," schetst Tollenaar.
Alternatieve locatie op de Nils Larsen-hoogte
De 4 wetenschappers zijn samen met een veldgids en een technicus vanuit de Prinses Elisabethbasis naar een geïmproviseerd kamp op de Nils Larsen-berg getrokken, om er stalen te nemen op zowat 2.300 meter hoogte.
Ze hebben er met een radar de ijsdikte bepaald, aan de hand van elektromagnetische pulsen die terugkaatsen op de rotsachtige bodem onder de ijslaag. "Dat was heel belangrijk voor ons, want we zoeken naar plekken waar het ijs 100, maximaal 200 meter dik is," zegt Maaike Izeboud.
"We hopen aan de hand van de informatie die we op het veld hebben verzameld de perfecte plek te identificeren om een ijskern van zo'n 200-tal meter diep te boren tijdens onze volgende expeditie."
Met een diepvriezer naar Antarctica
De temperatuur tijdens de zoektocht bleef ook overdag een stuk onder het vriespunt en er stond soms een snijdende wind. De periode van eind december is gekozen omdat de omstandigheden dan het warmste zijn op Antarctica, tijdens de zomer daar.
De ploeg overleefde tijdens het hoogtepunt van de expeditie in containers, letterlijk te nemen zoals de containers op zeeschepen. Bij slecht weer zaten de deelnemers er samen vast, wat een speciale ervaring was. "We brachten 30 dagen door in containers, ver van de bewoonde wereld. Tegenwoordig ben je dan nog steeds goed verbonden met internet, maar andere zaken blijven wel primitiever, zoals het feit dat we niet kunnen douchen," zegt Izeboud.
"De containers waren ingericht met een keukentje, wat bedden ook. Er was een wetenschapscontainer. Bovendien hadden we een vriezer mee. Het lijkt gek, maar het is ideaal om de oude ijskernen onder de -20 graden Celsius te bewaren," zegt Tollenaar.
Argon en krypton
Het team heeft verschillende stalen genomen, zowel aan het oppervlak zelf als op een diepte van een tiental meter. Ze willen zo de plekken kunnen identificeren met het hoogste potentieel voor oud ijs.
De stalen die ze nu hebben genomen, worden geanalyseerd aan de VUB zelf, of in speciale labs in Parijs of China waar de luchtdeeltjes onder hoge druk uit het ijs worden gehaald. Op de beste plekken zullen ze dan over wellicht 2 jaar terugkomen voor een veel diepere boring.
Het is een beetje Indiana Jones, met een schatkaart en het vinden van verdere aanwijzingen
Glacioloog Harry Zekollari
"Aan de hand van de isotopen van argon en krypton in de zuurstofbubbels in het ijs, wordt de ouderdom van het ijs bepaald. Als het al oud is op relatief geringe diepte, is dat een indicatie dat er op grotere diepte veel ouder ijs te vinden is. "Als je aan het oppervlak ijs van 100.000 jaar vindt, dan is het op een diepte van 150 tot 200 meter misschien wel een miljoen jaar oud."
Zekollari vergelijkt het met een Indiana Jones-expeditie: "Je hebt een mysterie, de zoektocht naar oud ijs. Je hebt een schatkaart, maar nu moet je extra stukjes van de puzzel gaan vinden, door onze analyses. Nu proberen we dat mysterie op te lossen."
Bijzondere ontmoeting met skua's was even schrikken
De onderzoekers beleefden nog enkele opvallende momenten tijdens de zoektocht. Eerst was er een ontmoeting met skua's, grote vogels die meestal aan de kustlijn van Antarctica voorkomen.
"Ook op de Prinses Elisabethbasis op 1.200 meter hoogte zie je die meestal niet. Maar op 31 december, toen we al weken geen leven meer hadden gezien, vlogen er tijdens veldwerk plots skua's op ons af. Ik dacht even dat ze ons zouden aanvallen, want het is bekend dat ze dat durven doen. Ze hebben uiteindelijk kort boven ons gecirkeld, en dan in de buurt geland. Ze waren helemaal uit hun klassieke territorium."
Smeltmeer gevonden: "Heel uitzonderlijk op die plek"
Een tweede opvallende vaststelling: de onderzoekers hebben een smeltmeer ontdekt, ondanks de grote hoogte. "Als je mij op voorhand had gevraagd of het mogelijk is om boven de 2.000 meter meren te zien, dan had ik gezegd 'nee, dat kan niet'," zegt Zekollari.
"We moeten opletten om er grote uitspraken over te doen wat de klimaatopwarming betreft, maar een oppervlaktemeer is op die hoogte in ieder geval zeer uitzonderlijk. We hebben data opgezocht en hebben gezien dat het op 12 december extreem warm is geweest. Er zijn positieve temperaturen geweest rond de Prinses Elisabethbasis, wat zeldzaam is."
België als voortrekker
België is al langer een van de voortrekkers van onderzoek op Antarctica. Het begon al op het einde van de 19e eeuw, toen avonturier Adrien de Gerlache met het schip de Belgica naar de zuidpool voer. België heeft op het continent de Prinses Elisabethbasis, en staat voor onderzoek nog altijd zijn mannetje tussen grote landen als VS en Japan, die een veel groter budget hebben. De verschillende landen werken er overigens samen en delen hun gegevens.
Alleen al daarom is deze alternatieve expeditie - grotendeels gefinancierd met federaal geld via de wetenschapsdienst Belspo - speciaal, én omdat ze gebeurt op een plek waar niet eerder is gezocht naar oud ijs. "We blijven als Belgen pioniers en mogen daar eigenlijk wel trots op zijn", zegt Zekollari.



