De Nepalese regering heeft aangekondigd de vergunningsprijs voor het beklimmen van de Mount Everest met meer dan 35 procent te verhogen. Vanaf september moeten buitenlandse bergbeklimmers 15.000 dollar (ongeveer 14.400 euro) betalen voor een vergunning tijdens het hoofdseizoen, dat loopt van maart tot mei. Dat tarief geldt voor de populaire zuidelijke route.
Narayan Prasad Regmi, hoofd van de toerismeafdeling van het ministerie van Toerisme in Kathmandu, bevestigt de prijsverhoging. De laatste aanpassing van de tarieven dateert uit 2015: een verhoging stond volgens de autoriteiten al langer op de agenda.
Ook in andere seizoenen gaan de prijzen omhoog. Voor een klim in de herfst of tijdens de moessonperiode stijgt het tarief van 5.500 naar 7.500 dollar. In de winter wordt de prijs verhoogd met 1.000 dollar naar 3.750 dollar.
De vergunningskosten vormen een belangrijke inkomstenbron voor Nepal, een van de armste landen ter wereld. Het land is de thuisbasis van acht van de veertien bergen hoger dan 8.000 meter, waaronder de Mount Everest. Volgens lokale krant The Himalayan Times komen er ook nieuwe maatregelen om de milieuvervuiling op de berg tegen te gaan en de veiligheid te verbeteren.
Een complete Everest-expeditie kost een klimmer tussen de 30.000 en 100.000 euro. In het voorjaar van 2024 werden 419 vergunningen verleend aan buitenlanders voor de zuidelijke route. De 8.849 meter hoge berg ligt op de grens van Nepal en China, en kan vanaf beide landen worden beklommen. Aan de Chinese zijde liggen de vergunningskosten nog hoger.
