In Vlaanderen word je in de ochtend begroet met ‘goedemorgen’. In Wallonië hoor je dan weer ‘bonjour’ en niet ‘bon matin’. Hoe komt het dat je in de ene taal de ochtend wél benoemt en in de andere niet? “Dat heeft alles te maken met onze cultuur en hoe we onze dag indelen”, vertelt dialectoloog Chris De Wulf (UA).
Waarom Vlamingen ‘Goedemorgen’ zeggen en Walen ‘bonjour’ en niet ‘bon matin’
Elke woensdag gaat Peter Van de Veire in 'Goeiemorgen morgen!' (radio2) samen met dialectoloog Chris De Wulf (UA) op zoek naar de eigenheid van onze taal. Meer weten? Vorige keer vertelde hij wat het verschil is tussen hesp en ham.
Wanneer je in Vlaanderen iemand tegenkomt, dan begroet je deze persoon al snel met een ‘goedemorgen’, een ‘goeiemiddag’ of een ‘goeieavond’. Begroetingen die telkens naar een bepaald deel van de dag verwijzen.
Dat hebben we niet altijd gedaan. De Romeinen bijvoorbeeld gebruikten de woorden ave of salve, die beide ‘heil’ betekenen. Dat woord staat dus niet alleen voor geluk en zegen, maar het is ook een openingsgroet. Denk maar aan het gebed ‘ave Maria’, de groet die de aartsengel Gabriel aan Maria gebracht zou hebben.
Wanneer iemand in het Middelnederlands 'goeiedag' zei, bedoelde hij of zij echt dat hij je een goede dag toewenst
Chris De Wulf, dialectoloog (UA)
In het Middelnederlands zeiden we ‘wij groeten u’ of ‘gij zijt gegroet’. Dat is een taalhandeling. Door te zeggen ‘ik groet u’, voer je meteen die groeten ook uit.
Als in die tijd ‘goeie dag’ gezegd werd, mocht je dat nog héél letterlijk nemen. Iemand die dat tegen je zei, wenste ook echt dat je dag goed was. Later verdween de letterlijke betekenis en werd ‘goeiedag’ een woord om de aandacht te trekken van de ander en een conversatie te starten.
Of we goedemorgen of goededag zeggen, hangt af van onze cultuur
Chris De Wulf, dialectoloog (UA)
Wat opvalt is dat we in het Nederlands onderscheid maken tussen dagdelen. We zeggen ‘goedemorgen’, ‘goedemiddag’ en ‘goedeavond’. Ook in het Engels en het Duits gebeurt dat. In andere talen, zoals het Frans, Italiaans, dan weer niet. Hoe je die indeling maakt, heeft vaak te maken met hoe je cultuur werkt.
Bij ons is de werkdag belangrijk. Voor de middag is een deel van de werkdag. Dan is er lunch en na de middag is er het tweede deel van onze werkdag. Dan is er tot slot nog vrije tijd in de avond. Daarom dat we die dagdelen zo specifiek benoemen.
In samenlevingen waar landbouw belangrijk is, kijkt men vooral naar licht en donker. Dat verschil is het belangrijkste, want men werkt mogelijk de hele tijd tot het donker is.
Al zie je dat ‘goedemorgen’ en ‘goedeavond’ minder gebruikt worden en vaker veranderen in een ‘goeiedag’. Dat heeft ermee te maken dat ons taalgebruik informeler wordt. Hoe meer indelingen je in de dag maakt, hoe formeler de begroeting klinkt. Het toont dat je je bewust bent van het uur van de dag en de verplichtingen die daarmee gepaard gaan. En aangezien er nu minder hiërarchie in onze taal zit dan pakweg 20 jaar geleden, verdwijnen die specifieke begroetingen.
Ook de e-mail heeft onze ‘goedemorgen’ veranderd. Toen in de 19de eeuw de brieven nog meerdere keren per dag werden geleverd, was het zinvol om iemand met een goedemorgen of een goedemiddag te begroeten. Nu de post niet meer elke dag komt en we e-mails sturen die elk moment van de dag gelezen kunnen worden, is het onderscheid niet meer relevant.

