Peter Terrin laat in zijn nieuwe roman het hoofdpersonage in een wat als-verhaal stappen. Topdokter Guy T’Sjoen en partner Milan Vansevenant wilden doodgraag kinderen en kozen voor draagmoederschap. Samantha Harvey trekt samen met een ruimteteam banen rond de aarde in een betoverende roman, bekroond met de Booker Prize 2024. Marita Mathijsen schrijft de biografie van de vrijgevochten schrijfster Betje Wolff. En in een essayreeks over de grote emoties geeft kunsthistorica Barbara Baert betekenis aan 'enthousiasme'. Dit zijn de 5 boeken die VRT NWS deze week tipt.
De nieuwe Peter Terrin, de (vervulde) kinderwens van Guy T'Sjoen en de winnaar van de Booker Prize: dit zijn de 5 boeken van de week
In 'Nog lang geen winter' (uitgeverij De Bezige Bij) voert Peter Terrin hetzelfde personage op als in zijn eerdere roman 'Al het blauw'. Toch wil de auteur het geen vervolg noemen. "Het verhaal speelt zich 30 jaar later af, en het is maar de vraag of het inhoudelijk echt een vervolg is", vertelt Terrin op Radio 1.
'Nog lang geen winter' is een soort what if- verhaal waarin het hoofdpersonage op reis gaat naar het leven dat hij niet heeft geleefd. Simon, in het vorige boek nog een jonge twintiger, is nu een succesvolle kunstfotograaf.
Het verhaal begint met het verdrietige nieuws dat zijn ex-geliefde Carla overleden is. De dag voordat Simon Carla’s as wil uitstrooien in Italië, ontvangt hij een gigantisch geldbedrag op zijn rekening. Zijn zoektocht naar de herkomst van dit geld leidt hem naar een mysterieus personage, dat hem vertelt dat hij vastzit in een parallel leven.
Maar waarom wil Simon dit andere leven? Hoewel hij professioneel succesvol is, is hij allesbehalve gelukkig. "En zo ontstaat er een detectiveverhaal, waarbij Simon in flashbacks terugkeert naar de momenten waarop zijn leven zich vertakt heeft."
"Dit boek draait om de liefdesrelatie tussen Simon en zijn dochter Romy", vertelt de auteur, zelf vader van een dochter met een beperking. Hun relatie staat centraal in het boek. Hun gezamenlijke zoektocht naar wat er aan de hand is, zorgt ervoor dat zij weer dichter naar elkaar toegroeien.
In 'Twee papa’s: een ongewone weg naar een gewoon gezin' (uitgeverij Lannoo) brengt Ann Peuteman een romantisch, uitdagend en overweldigend verhaal over ouderschap via een draagmoeder.
Door het gebrek aan regelgeving in België, trokken topdokter Guy T'Sjoen en zijn man Milan Vansevenant naar Californië. Daar worden ze door een rechtelijke uitspraak de wettelijke ouders van hun ongeboren kind.
In de VS brengen gespecialiseerde agentschappen eiceldonoren, draagmoeders en wensouders samen. "De screenings van de draagmoeders zijn er heel strikt, slechts 2 à 3% slaagt," vertelt Peuteman op Radio 1. Zo komen T'Sjoen en Vansevenant in contact met hun draagmoeder Ashley, die ook aan het woord komt in het boek.
"Toen ik met haar praatte, voelde ik sterk dat zij iets zinvols voor de samenleving wilde doen." Na de geboorte van hun zoon bezochten Guy en Milan Ashley en haar gezin. "We zien hen als familie en vinden het belangrijk om het contact te onderhouden."
Het traject heeft een stevig prijskaartje: 150.000 euro, waarvan 35.000 euro naar Ashley gaat. De rest wordt besteed aan de medische kosten in Californië, zoals ziekenhuisopnames en fertiliteitsbehandelingen.
"Dit is niet voor iedereen haalbaar", zegt het koppel. "Daarom is het zo belangrijk dat België een eigen regelgeving ontwikkelt, zodat mensen niet naar het buitenland hoeven."
Wat doet het met een mens om de aarde gade te slaan vanuit een ruimtevaartuig? Dit is het uitgangspunt van de Britse schrijfster Samantha Harvey in 'Orbital'. De met de Booker Prize bekroonde roman is nu uit in het Nederlands met de titel 'In orbit' (uitgeverij De Bezige Bij).
In de besloten wereld van een ISS-ruimtestation vormen 6 personages een internationaal team. De astronauten en kosmonauten verzamelen meteorologische gegevens, voeren wetenschappelijke experimenten uit, maar bovenal observeren ze samen de planeet aarde.
In een tijdspanne van 24 uur wordt het 16 keer ochtend, schuiven continenten met smeltende gletsjers, woestijnen en oceanen voorbij en nemen ze meerdere seizoenen waar.
In de ruimte vrezen ze de gevolgen van een supertyfoon voor hun geliefden en voeren ze gesprekken over de kwetsbaarheid van het menselijk leven, hun angsten en hun dromen.
Volgens Christophe Vekeman op Klara moet het boek het vooral hebben van mooie alinea’s als 'Vanaf het ruimtestation is de mensheid een wezen dat alleen ’s nachts naar buiten komt. De mensheid is het licht van steden en de gloeidraden van wegen. Overdag is ze weg. Ze verbergt zich in het volle zicht.'
Vekeman maakt evengoed deze kanttekening: "Net als in de ruimte zelf zweeft er in de vorm van wijdlopige poëtische passages nogal wat onbestemde rommel door deze roman."
Betje Wolff (1738 - 1804) is één van de eerste vrouwen die opduikt in de Nederlandse literatuurgeschiedenis. In ‘Een vrije geest’ (uitgeverij Pelckmans) schetst Marita Mathijsen het uitzonderlijke leven van een schrijfster die het opnam tegen slavernij, dierenmishandeling en de onderdrukking van de vrouw.
Wolff is vooral bekend van het schrijversduo dat zij vormde met Aagje Deken. Nog voor ze elkaar ontmoeten, heeft Wolff al een turbulent leven én een indrukwekkende schrijversloopbaan achter de rug.
Op haar 17e slaat ze op de vlucht met een militair om samen de vrije liefde te beleven, tot grote woede van haar vader. Hij weigert haar de toegang tot het geld van haar overleden moeder. Bij terugkeer wordt ze publiekelijk uit de Protestantse Kerk gezet en krijgt ze de vernederende bijnaam "het vuile ding".
Drie jaar later trouwt ze met de 52-jarige dominee Adriaan Wolff. Tijdens dit huwelijk schrijft ze haar debuutbundel 'Bespiegelingen van het genoegen' en waagt ze zich aan spottende brieven gericht aan orthodoxe gelovigen.
"Ik ken geen vrouw uit de 18e eeuw die het zo aandurfde om tegen de orthodoxie in te gaan", vertelt Mathijsen op Klara.
Na de dood van haar echtgenoot besluit Betje samen met vriendin Aagje Deken een prachtig huis te kopen in Beverwijk. Daar schrijven ze hun baanbrekende brievenroman 'De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart'. Hun vooruitstrevende ideeën doen hen naar Frankrijk vluchten, maar geldnood dwingt hen later terug te keren naar Nederland.
In de reeks 'Een kleine filosofie van grote emoties' (uitgeverij Pelckmans) boog Erwin Mortier zich eerder over 'liefde' en Saskia De Coster over 'jaloezie'. Nu is kunsthistorica Barbara Baert aan de beurt met het begeesterend essay 'Enthousiasme'.
Enthousiasme is afkomstig van het Griekse Entheos en verwijst naar een toestand van goddelijke inspiratie, die via de ademhaling wordt geïnhaleerd. Denk ook aan het scheppingsverhaal, waar God verrukking over de wateren blaast. "Voor mij is enthousiasme de begeestering, de wens en de wil te maken, te creëren, iets uit te voeren, iets te doen. Een actie eigenlijk", licht Baert toe op Radio 1.
Baert reflecteert ook over de vooroordelen rond vrouwelijke begeestering. Wanneer de moderator bij een lezing haar bedankt voor haar enthousiasme, ergert ze zich eraan dat de inhoud zelf niet wordt erkend.
"In de Verlichting werd het enthousiasme van vrouwen gezien als een belemmering voor de rede, terwijl dat van mannen de rede juist versterkte", vertelt ze.
Volgens Baert is melancholie de tegenhanger van enthousiasme, al kunnen beide emoties elkaar opvolgen.
Ze illustreert dit met een persoonlijke ervaring: "Als ik les geef, dan zijn alle blikken op mij gericht. Dat gevoel vult de ruimte. Thuis aangekomen, moet ik indalen naar de introversie. Een permanente staat van enthousiasme is onmogelijk. Het is een cyclus."
