Naar hoofdinhoud

Hoe streng is Europa voor de Belgische begroting?

De Europese ministers van Financiën leggen het vandaag vast in een Europese aanbeveling: België krijgt 4 jaar de tijd om het begrotingstekort terug te brengen van 4,6 procent naar 3 procent van het BBP (het bruto binnenlands product, de waarde van onze economie). Want als er niet wordt ingegrepen, blijft het tekort de komende jaren alleen maar toenemen. Maar: als België nog voor midden maart een degelijk onderbouwd budgettair-fiscaal plan indient, dan kan het 7 jaar krijgen om het tekort tot 3 procent te reduceren. Liefst had de Europese Commissie dat plan al in september vorig jaar ontvangen. Daarna kreeg België uitstel tot 31 december. En nu dus tot half maart. Is de Europese Commissie dan toch niet zo streng? 

Gepubliceerd:

Wat zijn de Europese begrotingsregels nu weer?

EU-lidstaten moeten in principe ervoor zorgen dat het tekort op hun begroting niet groter is dan 3 procent van hun BBP. Ze mogen ook geen overheidsschuld hebben die hoger is dan 60 procent van hun BBP.

Wie boven een van die twee normen (of allebei) zit, moet hier iets aan doen. Dat was vroeger al zo. Tijdens de coronacrisis werd het Europees toezicht tijdelijk on hold gezet, maar dat is nu voorbij. Tegelijk verloopt dat toezicht nu anders dan vroeger, want er zijn nieuwe regels.  

In juni kregen 17 van de 27 lidstaten een brief van de Europese Commissie. Hun begrotingstekort en overheidsschuld is heel uiteenlopend, maar wel te hoog. Griekenland heeft de hoogste overheidsschuld (153,9 procent van het BBP), maar een laag begrotingstekort (1,2 procent). Estland heeft dan weer de laagste overheidsschuld (21,4 procent van het BBP), maar een te hoog begrotingstekort (3,4 procent). België “overtreedt” beide criteria: Een schuld van 105 procent en een tekort van 4,4 procent (dat dreigt te stijgen als er niet wordt ingegrepen).

Voor elk van de 17 landen stippelde de Europese Commissie twee trajecten uit: een om het tekort in 4 jaar te doen dalen naar 3 procent, een ander om het in zeven jaar te doen. Wanneer het begrotingstekort daalt, moet een land minder geld gaan lenen, en zo daalt ook de overheidsschuld. 

Hoe moet het begrotingstekort omlaag?

Een tekort ontstaat wanneer er meer uitgaven zijn dan belastinginkomsten. Europa kijkt vooral naar de uitgavenzijde. Uitgaven mogen wel nog toenemen maar Europa legt een bovengrens vast. Voor België ligt die bovengrens op een stijging van de "netto-uitgaven"  van 2,4 procent in 2025 (en 1,9 procent in 2026,  en 2 procent in 2027).

Als de uitgaven nog mogen groeien, wat is dan het probleem? Wel: als de regering niets zou doen, zouden de uitgaven veel méér stijgen dan 2,4 procent. De regering moet dus maatregelen nemen, om onder dat percentage te blijven. Onder meer de kosten van de vergrijzing (pensioenen, gezondheidsuitgaven) nemen elk jaar toe, en zorgen ervoor dat de uitgaven hoger dreigen te liggen liggen dan de Europese norm.

Als de uitgaven mogen stijgen, hoe kan dan het tekort dalen? Dat heeft dan weer te maken met de manier waarop een begrotingstekort wordt uitgedrukt, namelijk de verhouding tussen het tekort en de totale waarde van het BBP. Het Belgische BBP bedroeg in 2023 585 miljard euro. Een tekort van alle Belgische overheden van 27 miljard komt neer op een tekort van 4,6 procent. Het BBP neemt elk jaar toe: door economische groei, en inflatie, samen meer dan 3 procent. Als je begrotingstekort (de teller) minder stijgt dan het BBP (de noemer), dan daalt je begrotingstekort (uitgedrukt in percentage ten opzichte van het BBP). Als het BBP stijgt naar 605 miljard, maar het tekort blijft bijvoorbeeld op 27 miljard, dan daalt het (in procenten) naar 4,5 procent. 

Welke uitgaven moeten omlaag? En wat met nieuwe belastingen?

In november vorig jaar schreef de Europese Commissie dat het Belgische begrotingstekort vooral toeneemt door kosten die met vergrijzing te maken hebben en andere sociale voordelen, én door stijgende rentelasten (die de overheid moet betalen om geld te lenen op de financiële markten). In de nieuwe begrotingsregels moeten lidstaten echter geen rekening houden met de stijgende (of dalende) rentelasten. Daar hebben lidstaten immers weinig vat op.  Als de rente stijgt, moeten ze dus niet extra gaan besparen.

Hetzelfde geldt als er een plotse toename zou zijn van de werkloosheid: ook die extra uitgaven worden dan niet meegerekend. Anderzijds tellen onverwachte belastingmeevallers ook niet mee: die mag je niet gebruiken om je vaste kosten te betalen, maar dienen om een buffer te maken.

Het zijn dus eigenlijk alleen de “vaste kosten”, die te voorzien zijn, waar moet worden ingegrepen. Als lidstaten die vaste kosten toch nog langer willen laten stijgen, mogen ze ook op zoek gaan naar extra belastingen om die te kunnen blijven financieren. Een btw-verhoging, een meerwaardebelasting op aandelen, een vermogens(winst)belasting: dat is een keuze die de Arizona-partijen aan de onderhandelingstafel moeten maken. 

Hoe 6 miljard euro minder besparen?

België heeft nog tot half maart de tijd om een “verlenging” van het besparingstraject te vragen. In dat geval zou het tekort niet in 4 jaar maar in 7 jaar naar 3 procent moeten worden gebracht. Dat scheelt een stevige slok op de borrel: de uitgavengroei zou minder ingeperkt moeten worden (tot gemiddeld 2,5 procent, in plaats van 2 procent). In miljarden komt dat neer op 5 à 6 miljard euro die er in de eerste 4 jaar minder bespaard moet worden. Logisch dat de Arizona-partijen uitgaan van een traject van 7 jaar (anders zouden ze nog meer miljarden moeten zoeken).

Om zo’n verlenging te krijgen, is er een degelijk plan nodig. Daarin moeten bijvoorbeeld hervormingen staan die men wil doorvoeren aan het pensioensysteem, of de arbeidsmarkt: dat zijn zaken die Europa al jaren aanbeveelt aan België.  Of extra uitgaven die men wil doen in de vorm van investeringen die Europa vraagt, om klimaatdoelstellingen te halen bijvoorbeeld, of inzake defensie. De Europese Commissie heeft toch enkele weken tijd nodig om dat allemaal te bestuderen. En ze wil eind april klaar zijn met haar beoordeling, om het licht op groen te kunnen zetten voor dat traject van 7 jaar. 

Krijgt België een Europese boete?

Die timing is niet toevallig: België zit immers ook op het fameuze “strafbankje”, samen met zeven andere landen, omdat ons tekort (ver) boven de drie procent zit.  België moet halfjaarlijks rapporteren, de eerste keer eind april. Dan moet België maatregelen kunnen voorleggen die aantonen dat de uitgaven in (in eerste instantie) 2025 onder controle worden gehouden. 

Wanneer een land op het strafbankje zit maar niets of onvoldoende doet, kan er een boete volgen, van 0,05 procent van het BBP.  Voor België is dat een kleine 300 miljoen euro. Die boete moet elk half jaar betaald worden, tot de andere lidstaten vinden dat het land in kwestie voldoende maatregelen heeft genomen. 

Moeten Brussel, Wallonië en Vlaanderen ook besparen?

Europa kijkt naar de begrotingstoestand van België als geheel. Hoe die inspanning intern verdeeld moet worden, dat moeten de overheden in België maar uitmaken. Europa vraagt al lang dat ze daar afspraken over zouden maken, maar dat is nog niet gebeurd. De Hoge Raad voor Financiën heeft, op vraag van ontslagnemend staatssecretaris voor Begroting Alexia Bertrand (Open VLD), een poging gedaan om een verdeelsleutel van de inspanningen te maken.

In het verslag van de Hoge Raad vallen de grote verschillen op. Terwijl de netto-uitgaven van de federale overheid nog met 2,4 procent (of zelfs 2,8 procent bij een traject van 7 jaar) mogen stijgen, ligt de uitgavenlimiet voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op 0 procent. Daar dringen zich dus forse ingrepen op, als er ooit een regering wordt gevormd (die zich neerlegt bij de verdeelsleutel van de Hoge Raad). 

Soepelheid voor Frankrijk, dus ook voor België?

Frankrijk zit in een gelijkaardige situatie als België: een zeer hoog begrotingstekort, een oplopende overheidsschuld. Frankrijk diende (op tijd!) een plan in voor een traject van 7 jaar, en ook een begrotingsontwerp voor 2025. De Europese Commissie gaf ze allebei een goede beoordeling. Premier Michel Barnier kreeg zijn begrotingsplan echter niet door het Franse parlement, hij moest opstappen, en werd vervangen door François Bayrou als premier. Die heeft een aantal besparingen en hervormingen voor dit jaar teruggeschroefd. Vanuit Brussel kwam er geen bezwaar van de Europese Commissie, de aangepaste plannen worden vandaag goedgekeurd door de Europese ministers van Financiën. Het toont aan dat er best wel wat begrip is voor de grote politieke obstakels die er in de lidstaten zijn om te hervormen en te besparen. Of om een regering te vormen. 

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"