Nieuw DNA-onderzoek bevestigt het bestaan van 'matrilokale' gemeenschappen bij de Kelten in de IJzertijd in wat vandaag het Verenigd Koninkrijk is. In die maatschappelijke structuur verhuist de man in functie van de vrouw, wat het belang van de vrouw erin suggereert. "Dat is uitzonderlijk in de menselijke geschiedenis", reageert Koenraad Verboven, professor Geschiedenis van de Klassieke Oudheid aan de Universiteit Gent.
Meisjes aan de macht? DNA-onderzoek suggereert dat mannen hun vrouwen volgden bij Kelten in Verenigd Koninkrijk
In een aantal Romeinse teksten worden Keltische vrouwen als krachtig en vrij voorgesteld. In Caesars befaamde 'De bello gallico', bijvoorbeeld. "Hij beweerde dat Britse vrouwen vaak mannen deelden, tot wel 10 mannen per vrouw", zegt Koenraad Verboven, professor Geschiedenis van de Klassieke Oudheid aan de Universiteit Gent, in 'Nieuwe feiten' op Radio 1.
De Romeinse schrijver Tacitus beschrijft dan weer de opstand van koningin Boudica tegen keizer Nero. "In de toespraak van Boudica aan haar troepen opent ze door te zeggen dat het normaal is bij de Britten dat vrouwen de krijgers leiden." En zij was niet de enige sterke vrouwelijke figuur in de Keltische geschiedenis. Tacitus schetste ook het portret van Cartimandua, die haar echtgenoot van de troon stootte en regeerde over de Brigantes.
Aan sterke vrouwelijke figuren onder de Britse Kelten lijkt dus geen gebrek. "Maar die teksten zijn niet altijd even betrouwbaar. We hebben daar toch altijd vraagtekens bij geplaatst", benadrukt Verboven.
(On)betrouwbaar?
Dat de teksten niet blindelings voor waarheid werden aangenomen, heeft te maken met het feit dat het vaak om propaganda ging. Met dergelijke geschiedschrijving wilden de Romeinen hun eigen beschaving hoger zetten dan die van andere volkeren. Stereotypen schuwden ze allerminst.
Beluister: Professor geschiedenis Koenraad Verboven heeft het in 'Nieuwe feiten' over het belang van de vrouw bij de Britse Kelten
"De Romeinen beschrijven de 'barbaren' op een stereotiepe manier, als 'minder beschaafd'." Daar hoorden, voor de Romeinen die een negatieve kijk hadden op vrouwen die veel konden en mochten, sterke vrouwenfiguren bij.
Toch lijkt er een kern van waarheid te zijn. Nieuw onderzoek gepubliceerd in vakblad Nature lijkt die sterke(re) positie van de vrouw in de pre-Romeinse samenleving in Engeland te bevestigen. Geen geschreven bronnen die wel eens aangedikt kunnen zijn deze keer, maar DNA-onderzoek.
Matrilokaliteit
"Het gaat om DNA-onderzoek uitgevoerd op een aantal skeletten gevonden in Dorset, het zuidwesten van Engeland", zegt Verboven. Die behoorden tot de Keltische stam van de Durotriges.
"Ze hebben enerzijds het mitochondriaal DNA bestudeerd. Dat is DNA dat enkel via de moeder wordt doorgegeven, waardoor je de vrouwelijke lijn kan volgen. Anderzijds hebben ze ook het DNA op de Y-chromosomen bekeken, die enkel van vader op zoon worden doorgegeven."
Uit het onderzoek blijkt dit een heel specifiek fenomeen voor Groot-Brittannië in de ijzertijd te zijn
professor Geschiedenis van de Klassieke Oudheid aan de Universiteit Gent
Wat de wetenschappers ontdekten, was een grote continuïteit in het mitochondriaal DNA. "Dat wijst erop dat vrouwen in die gemeenschap enkele honderden jaren ter plaatse bleven, terwijl de mannen voortdurend veranderden. De echtgenoten verhuisden dus naar de gemeenschap van hun vrouw." Die manier van samenleven wordt aangeduid met de term 'matrilokaliteit'.
Uitzonderlijk
"De onderzoekers hebben ook andere grafvelden, 156 andere sites, bekeken. Het blijkt een heel specifiek fenomeen te zijn voor het Verenigd Koninkrijk in de IJzertijd. Daar komt het veel meer voor dan op het vasteland: daar is er maar één voorbeeld, in Hongarije", zegt Verboven. "Het blijkt ook in de bronstijd nog niet zo te zijn. Het fenomeen is echt in de IJzertijd ontstaan."
"Matrilokaliteit is zeer uitzonderlijk in de menselijke geschiedenis. Het komt wel nog voor, maar het blijft opmerkelijk." In de meeste culturen is patrilokaliteit aan de orde, waarbij vrouwen zich schikken naar de positie van de man.
Dat matrilokaliteit hier aan de orde was, suggereert dat vrouwen toch op zijn minst een belangrijke positie hadden in de maatschappij. Al neem je de beweringen van Caesar toch best met een korreltje zout.

