Wat onthult paus Franciscus in zijn autobiografie? Ruslandkenner Sjeng Scheijen beeldt zich een Rusland in zonder Poetin. Alleenstaande moeder Houwink ten Cate doorprikt de mythe van het kerngezin als maatstaf. Er is een nieuwe vertaling van 'De kwellingen van de jonge Werther', Goethes wereldroman over een noodlottige liefde. Tenslotte brengt schaakjournalist Peter Doggers verhalen samen over het iconische bordspel. Dit zijn de boeken die VRT NWS deze week tipt.
De autobiografie van de paus, Rusland zonder Poetin en de nieuwe vertaling van een Duitse klassieker: dit zijn de 5 boeken van de week
Deze week verscheen wereldwijd en in meerdere talen de autobiografie van paus Franciscus. 'Hoop' (uitgeverij Ambo/Anthos) toont een geestelijke leider van vlees en bloed.
Zo is hij in zijn jonge jaren een paar keer verliefd geweest, houdt hij van Italiaanse film - met Fellini op kop - en van voetbal. "Het is zijn morele testament: met naast een hoop meningen en stokpaardjes, ook wat opvallende weetjes", schrijft VRT NWS-journalist Peter Decroubele in zijn recensie.
Ook kerkjurist Rik Torfs las de autobiografie: "Het is een boek dat niet zozeer over de Kerk gaat, maar wel over wie de paus is als persoon", vertelt hij in De Afspraak.
Paus Franciscus kreeg, als zoon van Italiaanse emigranten in Buenos Aires, te maken met de militaire dictatuur. "Je ziet hoe de paus toen leefde en in feite is hij altijd blijven denken over migratie en oorlog."
Toch blijft hij vaak steken in de analyse en komt hij niet met oplossingen, aldus Torfs. "Waar hij dan wel heel sterk in is, is in zijn hoop en optimisme. Hoop is iets dat mensen altijd kracht geeft om te overleven. Christelijke hoop, dat drukt hij enorm mooi uit, is ook de gedachte dat als wij geboren worden, we nooit meer zullen sterven. De zekerheid daarvan."
Meer over 'Hoop' hoor je van Vaticaankenners Hendro Munsterman in De Ochtend en Tom Zwaenepoel in Nieuwe Feiten op Radio 1.
In 'Een ander Rusland. Bouwstenen voor een vreedzaam Europa ná Poetin' (uitgeverij Prometheus) weerlegt Sjeng Scheijen de westerse mythes die vaak over Rusland circuleren. Hij heeft er enkele jaren gewoond en zijn dochter is er geboren. "Het doet me pijn om er niet te zijn, maar na het schrijven van dit boek gaat dat al helemaal niet meer gebeuren", vertelt hij op Klara.
Scheijen probeert in zijn boek een genuanceerder beeld van het land te schetsen. Hij wil breken met het idee dat Rusland altijd een autoritaire staat is geweest die Europa bedreigde en andersdenkenden onderdrukte.
"Ik beweer niet dat er geen lange traditie van repressie is, maar de geschiedenis is veel complexer dan we denken", stelt hij.
Historici leggen vaak de nadruk op continuïteit in de geschiedenis, maar volgens Scheijen is die net vaak discontinu. "Het stalinisme was een grote uitzondering in de Russische geschiedenis, eerder dan dat ze die zou typeren."
Scheijen wijst erop dat het idee van de 'Russische ziel', vaak gebruikt door Poetin om volgzaamheid af te dwingen, ook door tegenstanders wordt bevestigd als vijandsbeeld. Dit verhindert een constructieve dialoog tussen de twee.
Toch zou het in het veranderende geopolitieke landschap goed zijn om betere relaties met Rusland op te bouwen. Hij ziet mogelijke bouwstenen in de samenleving en bij de kunstenaars voor dat andere Rusland. "Het land heeft enorm veel potentieel, een goed opgeleide bevolking en een rijke intellectuele cultuur waar we veel van kunnen leren."
Lotte Houwink ten Cate zet in 'De mythe van het gezin' (uitgeverij Pluim) enkele kanttekeningen bij de sociale constructie van het gezin als hoeksteen van de samenleving. "Ik ben niet tegen het traditionele gezin, maar de privileges die het geniet, zouden moeten gelden voor iedereen die kinderen opvoedt." De auteur ijvert voor een beter wettelijk kader voor andere opvoedingspatronen.
De auteur is zelf alleenstaande moeder, en krijgt daar heel wat neerbuigende reacties op vanuit haar omgeving. "Ik wil af van die waardeoordelen", vertelt Houwink ten Cate op Radio 1.
Zelf ziet ze vooral de voordelen van haar situatie. "Ik merkte een discrepantie tussen hoe ik het beleefde en hoe de maatschappij ernaar keek. Dat bracht me aan het denken: waarom moet alles volgens hetzelfde plaatje verlopen?"
Het traditionele gezin is nog helemaal niet zo oud. Het kreeg vorm tijdens de industrialisering, toen mannen buitenshuis gingen werken en vrouwen thuisbleven om voor de kinderen te zorgen. Maar waarom blijven we ons er zo aan vastklampen? Volgens de auteur is het gezin een plek waar je gezien wordt voor wie je bent. "Het is een soort droombeeld waarin we willen geloven."
'Die Leiden des jungen Werther' van Johann Wolfgang von Goethe zorgde bij haar verschijnen in 1774 voor een ware zelfmoordgolf, zo wil toch de mythe. Christophe Vekeman las de nieuwe vertaling van 'De kwellingen van de jonge Werther' (uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts).
Het zou onterecht zijn het verhaal van de brievenroman te reduceren tot een onmogelijke liefde met een noodlottige afloop, vindt Vekeman. Het is in de eerste plaats het verhaal van hartstocht: 'Ik heb iemand leren kennen die me na aan het hart ligt (…) een van de beminnelijkste wezens ter wereld’, vertelt Werther aan zijn goede vriend Wilhelm. ‘Ze is een engel!’. Lotte is haar naam, maar is verloofd met Albert, 'een heel brave man.'
Werthers vurige liefde voor Lotte heeft ook een hoofse kant. Lotte vermoedt dat Werther zich alleen maar tot haar aangetrokken voelt omdat hij haar niet kan krijgen. De roman past in de toen heersende 'Sturm und Drang': grote gevoelens en grote woorden over de oprechtheid van emoties en meer bepaald van de liefde.
Werther, die lijdt aan stemmingswisselingen, is "een van de bekendste melancholici uit de wereldliteratuur en een soort van flierefluiter of good old playboy", aldus Vekeman op Klara.
Humphrey Bogart, Stanley Kubrick, Napoleon, Marcel Duchamp en Pep Guardiola: allemaal houden ze van een potje schaken. De sport is rijk aan verhalen die samenkomen in 'De schaakrevolutie' (uitgeverij Unieboek/Het Spectrum). "Veel boeken verdiepen zich in de techniek, maar weinig ervan belichten de schaakwereld en zijn geschiedenis", vertelt schaakjournalist en auteur Peter Doggers op Radio 1.
Schaken vindt zijn oorsprong in het Indiase spel 'Chaturanga' en wordt al 1.500 jaar gespeeld. Dankzij de druk bekeken Netflix-serie 'The queen’s gambit' won het bordspel opnieuw aan populariteit, ook onder vrouwen. Maar de invloed van schaken reikt veel verder.
Zo was het wereldkampioenschap van 1972 tussen de Amerikaan Bobby Fischer en de Rus Boris Spasski niet alleen een sportief hoogtepunt, maar midden de Koude Oorlog ook een politieke gebeurtenis. Toen Fischer weigerde te spelen, hebben president Nixon en Henry Kissinger hem persoonlijk overhaald. "Dat toont hoe groot de impact van die match was", aldus Doggers.
Wie zichzelf een grootmeester in het schaken wil noemen, moet voldoen aan twee vereisten: een FIDE-rating van 2.500 én 3 uitzonderlijke prestaties tegen andere grootmeesters. Doggers benadrukt dat oefenen belangrijker is dan talent: "De Amerikaanse grootmeester Sam Shankland gaf toe dat hij niet bijzonder getalenteerd is, maar dankzij 20 jaar hard werken toch de top 100 heeft bereikt."
Doggers blikt niet alleen terug, maar probeert ook de evolutie van het eeuwenoude bordspel in te schatten: wat is de impact van schaakcomputers en artificiële intelligentie (AI)?

