Experten wereldwijd hebben kritiek op het gebruik van de Body Mass Index (BMI). Ze vinden dat de formule nog te vaak wordt gebruikt als enige maatstaf voor ernstig overgewicht. Maar de BMI zegt weinig over hoe (on)gezond je bent.
Is de BMI achterhaald? "Buikomtrek is betere voorspeller van gezondheidsrisico's"
Veel mensen hebben ongetwijfeld hun BMI al eens berekend. Om te controleren of ze niet te veel wegen, bijvoorbeeld. Of hoeveel ze zouden moeten afvallen om weer een gezond gewicht te hebben.
Maar er klinkt al een hele tijd kritiek op de BMI. En die wordt nu opnieuw bevestigd.
In een publicatie in het gerenommeerde, wetenschappelijke tijdschrift 'The Lancet' roepen experten van over de hele wereld op om het gebruik van de BMI te herzien. Ze worden bijgestaan door 76 gezondheidsorganisaties.
Ook met een normale BMI kan je te veel vet hebben en gezondheidsrisico's lopen
Luc Van Gaal, endocrinoloog UZ Antwerpen
Ze vinden dat de BMI nog te vaak wordt gebruikt als enige maatstaf om te bepalen wie ernstig overgewicht of obesitas heeft. En dus gezondheidsrisico's loopt, zoals hart- en vaatziekten en diabetes type 2.
"De BMI geeft een goede indicatie over je lichaamsgewicht, maar het zegt niets over je vetmassa", zegt ook endocrinoloog Luc Van Gaal (UZA). "Ook iemand met een normale BMI kan te veel vet hebben en gezondheidsrisico's lopen. Het omgekeerde kan ook."
BMI?
De Body Mass Index (BMI) werd in de 19e eeuw ontwikkeld door de Gentse professor Adolphe Quetelet en wordt sinds jaar en dag wereldwijd gebruikt om te bepalen hoe gezond je gewicht is.
Je berekent je BMI met deze formule: gewicht (in kg) / (lengte (in meter) x lengte).
Een BMI tussen 18,5 en 25 staat voor een gezond gewicht. Tussen 25 en 30 heb je overgewicht, vanaf 30 heb je obesitas. Een BMI lager dan 18,5 staat voor ondergewicht.
Voor kinderen en jongeren bestaan er aangepaste BMI-tabellen .
Weg met de BMI?
Door enkel rekening te houden met de BMI kunnen mensen soms de verkeerde diagnose krijgen. En zo de juiste preventieve zorg of behandeling mislopen, zeggen de experten.
Ze pleiten er daarom voor om naast de BMI nog minstens 1 andere lichaamsmeting te doen, zoals de buikomtrek. Of om los van de BMI nog 2 metingen uit te voeren, zoals buik- en heupomtrek.
Ook professor Van Gaal, die niet betrokken is bij de publicatie, pleit er al jaren voor dat huisartsen vaker de buikomtrek van hun patiënten meten.
"We moeten de BMI niet afvoeren, maar uit onderzoek weten we dat de buikomtrek een betere voorspeller is om te bepalen wie risico loopt op diabetes en hart- en vaatziekten".
"We weten dat mensen met overtollig buikvet vaak ook vet hebben in de lever, in de spieren en - erger nog - in het hart, wat aanleiding kan geven tot hartfalen."
"Mensen met een normale BMI, maar met vet op plaatsen waar het niet thuishoort, hebben daardoor minstens evenveel gezondheidsrisico's als mensen met een BMI van 35, maar zonder dat overtollige vet."
Wat is een gezonde buikomtrek? En hoe meet je die?
Je middelomtrek meet je met een lintmeter tussen de onderste rib en de bovenkant van het bekken. Span de lintmeter niet aan en noteer het cijfer aan het einde van een normale uitademing.
Volgens Gezond Leven ligt een gezonde middelomtrek voor vrouwen idealiter tussen 68 en 80 cm. Met een middelomtrek tussen de 80 en 88 cm loop je als vrouw een verhoogd risico op onder meer hart- en vaatziektes. Vanaf 88 cm is dat een stérk verhoogd gezondheidsrisico. Een middelomtrek kleiner dan 68 cm geeft dan weer een groter risico op ondervoeding.
Voor mannen liggen de waarden wat anders. Dan ligt je middelomtrek best tussen 79 en 94 cm. Tussen 94 en 102 cm loop je een verhoogd risico op onder meer hart- en vaatziektes en vanaf 102 cm is er een sterk verhoogd risico. Is je middelomtrek kleiner dan 79 cm? Dan loop je een groter risico op ondervoeding.
(Bron: Gezond Leven )
BMI als criterium voor Ozempic
"De BMI berekenen is eenvoudig en kost niets. Daarom wordt er zo lang aan vastgehouden, ondanks de kritiek", zegt professor Van Gaal.
"Maar de BMI als enige maatstaf gebruiken voor chirurgische therapie, medicatie of om te bepalen wie aan klinische studies mag deelnemen, daar moeten we toch stilaan mee stoppen en meer precieze metingen voor gebruiken. Daarom is het belangrijk dat een oproep als deze er nog eens komt", besluit Van Gaal.



