Een ‘goeiemorgen’ zeggen én terugkrijgen doet deugd, zeker als dat gebeurt tussen wildvreemden. "Het zorgt ervoor dat we ons gezien en veilig voelen”, zegt psycholoog Hanne Raets. Daarom organiseert Radio2 op donderdag 23 januari voor de tweede keer de 'nationale goeiemorgendag'.
Radio2-luisteraar Raf Van de Velde gaat elke dag wandelen met zijn hond. “Ik zeg tegen iedereen die ik tegenkom ‘goeiemorgen’, maar ik krijg niet altijd een ‘goeiemorgen’ terug. Ik vind dat spijtig.” Raf deelde zijn frustratie met de redactie van ‘Goeiemorgen morgen!’, het ochtendprogramma van Radio2. En voilà: het idee van de ‘Nationale goeiemorgendag’ was geboren.
Dit jaar organiseert Radio2 al voor de 2e keer de ‘Nationale goeiemorgendag’, op donderdag 23 januari. “Geef toe: als iemand jou oprecht een ‘goeiemorgen’ wenst, dan word je daar toch énorm gelukkig van? Een ‘goeiemorgen’ kost ook gewoon niks en op die manier zorgen we met z’n allen voor meer warmte in Vlaanderen”, zegt Radio2-dj Peter Van de Veire.
Explosie aan gelukshormonen
Psycholoog Hanne Raets vindt het een goed idee om de dag in het leven te roepen. “Het loont om elkaar oprecht te begroeten. Het kan jezelf én de andere gelukkiger maken.”
Dat is enerzijds biologisch te verklaren. “Een vriendelijk contact heeft een positief effect op je gemoed. Wanneer iemand je gemeend een ‘goeiemorgen’ wenst, zorgt dat ervoor dat je jezelf veilig en rustig voelt. Een begroeting beïnvloedt ook onze emoties. We lachen terug en hierdoor komen er allemaal stofjes in ons hoofd vrij. Het zorgt voor een explosie aan gelukshormonen.”
Geen goeiemorgen zeggen, is geen afwijzing. Mensen sluiten zich af voor te veel prikkels.
Hanne Raets, psycholoog
Als een warme begroeting ons zo gelukkig maakt, waarom doen we het dan niet elke dag? “Dat is redelijk makkelijk te verklaren”, zegt Raets. “We leven in een zeer prikkelrijke omgeving. Die prikkels voortdurend laten binnenkomen, is vermoeiend. We sluiten ons af. Met ons hoofd naar beneden, haasten we ons naar de volgende afspraak.”
Wanneer iemand je ‘goeiemorgen’ niet beantwoordt, is dat dus niet per se een afwijzing. “We zijn soms zo gefocust op wat we die dag moeten doen, op wat onze zorgen zijn, dat we minder in connectie staan met de wereld. We beschermen onszelf door energiezuinig te zijn.”
Te raar
Volgens Raets is er nog een verklaring. “Bij het leggen van contacten gaan veel mensen er op voorhand al van uit dat de ander het niet zal willen. Ze zijn bang om te glimlachen, omdat ze denken dat de ander de glimlach niet zal beantwoorden en dat die ander hen raar zal vinden.”
Dat is ook wetenschappelijk onderzocht. “Mensen werden in een experiment aangemoedigd om medereizigers op het openbaar vervoer wat meer te groeten. Op voorhand voorspelden veel deelnemers dat de ander dit ongemakkelijk zou vinden en dat het eerder een onaangename ervaring zou zijn. Nadat ze de begroetingen deden, leek het voor velen beter mee te vallen dan gedacht. Sterker nog. De proefpersonen die verplícht werden om anderen te groeten, hielden aan hun rit een beter gevoel over dan de controlegroep die niet verplicht werd om anderen aan te spreken.”
De ingebakken onzekerheid om onbekenden te begroeten of aan te spreken, is volgens Raets een evolutionair gevolg. “Mensen zijn altijd sociale wezens geweest. Heel vroeger hadden we een groep nodig om te overleven. We gaan dus niets doen waardoor we het risico lopen om uit die groep te vallen. Je denkt dat je meer te verliezen hebt door afgewezen te worden, dan dat je wint door een positief contact. En dat klopt dus niet. Elkaar begroeten zorgt voor een mini-geluksmoment. Het is een voltreffer voor je gemoed.”
