In de Duitse deelstaat Brandenburg, in het oosten van het land, is een uitbraak vastgesteld van mond-en-klauwzeer. Drie waterbuffels zijn er aan de ziekte gestorven. Er wordt nog gezocht naar de oorsprong van de uitbraak. Het virus was bijna 40 jaar verdwenen uit Duitsland. Het federaal Voedselagentschap bij ons roept op tot waakzaamheid
Uitbraak van mond-en-klauwzeer in Duitsland, Belgisch voedselagentschap roept op tot waakzaamheid
De uitbraak werd vastgesteld in een boerderij in het Duitse dorp Hönow, in de deelstaat Brandenburg, in de buurt van Berlijn.
Drie waterbuffels zijn al overleden, de overige 11 dieren worden uit voorzorg gedood. De oorsprong van de uitbraak is nog niet bekend.
Het Duitse ministerie van Landbouw heeft een verbod afgekondigd voor deelstaat Brandenburg op "alle verplaatsingen van dieren gedurende 72 uur voor evenhoevige dieren", zoals runderen, varkens, schapen, geiten en herten. Ook in boerderijen en bij veehouders in de buurt wordt gezocht naar mogelijke besmettingen.
Mond-en-klauwzeer is een zeer besmettelijke virusziekte, die voorkomt bij runderen, varkens, schapen, geiten en herten. De ziekte is ongeneeslijk.
Als er ook maar één dier ziek wordt op een boerderij, wordt uit voorzorg de hele veestapel van het bedrijf gedood. Voor mensen is het virus ongevaarlijk.
Eerste uitbraak in bijna 40 jaar in Duitsland
De laatste besmetting in Duitsland dateert van 1988. In heel de Europese Unie is er sinds 2011, in Bulgarije, geen uitbraak meer geweest.
In onder andere Turkije, het Midden-Oosten, Afrika en delen van Azië en Zuid-Amerika komt de virusziekte wel nog regelmatig voor. Illegaal ingevoerde dierlijke producten uit deze landen vormen dan ook een constante bedreiging voor de Europese landbouw.
De laatste grote uitbraak in Europa was in 2001. Toen moesten in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk in totaal enkele miljoenen dieren worden afgemaakt om verdere verspreiding te voorkomen.
België werd toen, net als Duitsland overigens, niet getroffen door de uitbraak. Volgens het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) dateert het laatste geval op ons grondgebied uit de jaren 1970.
Waakzaamheid geboden
In ons land worden er voorlopig nog geen maatregelen genomen. Het FAVV roept veehouders wel op om waakzaam te zijn. "We volgen de situatie op de voet", zegt woordvoerster Hélène Bonte.
"De consumptie van besmet vlees is voor mensen niet gevaarlijk. Maar als het virus begint te circuleren, kan het wel verregaande gevolgen hebben voor veehouders. Het is dus belangrijk om de verspreiding te stoppen."
Impact voor veehouders kan groot zijn als het virus weer begint te circuleren
Hélène Bonte, woordvoerder Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
Ook de Boerenbond roept op tot waakzaamheid. "De impact van het mond-en-klauwzeervirus is potentieel erg groot voor de landbouwsector", klinkt het in een schriftelijke mededeling.
"Boerenbond vraagt daarom waakzaamheid en vraagt landbouwers om elk onnodig contact met dieren te mijden en om de bioveiligheidsmaatregelen in acht te nemen. Mensen die bijvoorbeeld niet in de stallen moeten zijn, blijven best buiten."

