Met de 'historische verklaring' van PKK-leider Abdullah Öcalan komt mogelijk een einde aan 40 jaar gewapend Koerdisch verzet tegen de Turkse staat. Wie zijn de Koerden, hoe is hun streven naar onafhankelijkheid ontstaan en hoe manifesteert zich dat in Turkije en zijn buurlanden?
De grootste etnische groep ter wereld zonder eigen land: dit zijn de Koerden
1. Wie zijn de Koerden?
Historisch vormen de Koerden een aparte bevolkingsgroep in het Nabije Oosten. Ze zouden afstammen van onder meer de Meden, een Indo-Arische stam uit de oudheid.
Van oudsher bewonen ze de geografische landstreek Koerdistan, een bergachtig gebied dat eeuwenlang is beheerst door de Perzen en de Ottomanen. Vandaag strekt het zich uit over het oosten van Turkije, het noordoosten van Syrië, het noorden van Irak en het noordwesten van Iran.
Wereldwijd zijn er naar schatting zo'n 40 tot 45 miljoen Koerden. De grootste groep, zo'n 15 miljoen, leeft in Turkije. Ook in Iran, Irak en Syrië vormen de Koerden een grote minderheid, met respectievelijk 12, ruim 8 en zo'n 3 miljoen inwoners.
Omdat ze vaak onderdrukt en verjaagd zijn, wonen veel Koerden vandaag in grote steden, niet langer vooral in afgelegen berggebied. Ook bestaat er een uitgebreide Koerdische diaspora. In Europa leven naar schatting 1,5 miljoen Koerden, vooral in Duitsland.
De Koerden spreken een Indo-Europese taal. Ze is verwant aan het Farsi (Perzisch) in Iran.
Vanaf de Arabische veroveringen in de vroege middeleeuwen hebben de meeste Koerden zich bekeerd tot de islam. Ze zijn overwegend, maar niet uitsluitend, soennitisch moslim.
Voordien hingen ze het zoroastrisme aan, de Oud-Iraanse leer van Zoroaster of Zarathoestra. Sommige zoroastristische tradities leven vandaag nog voort. Zo vieren de Koerden op 21 maart Newroz, het Koerdische nieuwjaar.
Elementen van het zoroastrisme, maar ook van het christendom, de islam en het jodendom maken ook deel uit van de godsdienst van de jezidi's. Zij vormen een vrij belangrijke religieuze minderheid bij de Koerden.
2. Waarom hebben de Koerden geen eigen land?
De Koerden staan bekend als de grootste etnische groep zonder eigen land. Dat was hen nochtans wel beloofd, meer dan 100 jaar geleden.
Na de Eerste Wereldoorlog lijkt het uiteenvallen van het multi-etnische Turks-Ottomaanse rijk, dat de kant van Duitsland heeft gekozen en dus mee tenondergaat, goed uit te draaien voor de Koerden. In het vredesverdrag van Sèvres uit 1920 stellen de westerse geallieerden hen een onafhankelijk Koerdistan in het vooruitzicht.
Het is weliswaar een afgezwakte versie van de ruimere krijtlijnen die de Koerden zelf hebben uitgetekend bij de vredesbesprekingen in Parijs in 1919. Het omvat een gebied rond Diyarbakir in het zuidoosten van Turkije (gebied in oranje).
De andere Koerdische gebieden worden opgenomen in het Britse mandaatgebied Mesopotamië (het huidige Irak) of de Franse tegenhanger in Syrië.
Maar die beloofde onafhankelijke staat komt er nooit. Mustafa Kemal Atatürk, de oprichter van het moderne Turkije, weigert het verdrag van Sèvres te aanvaarden. Het komt tot een oorlog met Griekenland, die door het Turkije van Atatürk wordt gewonnen.
Turkije komt daarop versterkt aan de onderhandelingstafel. Het vredesverdrag van Lausanne dat uiteindelijk in 1923 wordt gesloten, valt stukken gunstiger uit voor de nieuwe Turkse republiek.
Van een onafhankelijke Koerdische staat is geen sprake meer. De Koerden worden in het verdrag niet eens meer met naam vermeld. Van dan af worden ze minderheden in verschillende landen in het Midden-Oosten, die blijven dromen van een Koerdische staat.
Wat hun zaak ook niet vooruit helpt, zijn de grote hoeveelheden olie die in het Koerdische gebied aanwezig zijn, vooral in Iraaks Koerdistan. De grote mogendheden zien het olierijke Koerdistan liever niet onafhankelijk worden.
Toch blijft het Koerdische nationalisme zich manifesteren.
3. Hoe blijft de Koerdische kwestie zich manifesteren?
In Turkije
Na het vredesverdrag van Lausanne in 1923 vaart Kemal Atatürk in Turkije een nationalistische koers. De Koerden staan geregistreerd als 'berg-Turken', later wordt dat 'oostelijke Turken'. Verschillende Koerdische opstanden worden neergeslagen door het Turkse leger.
Veel Koerden blijven streven naar een onafhankelijke staat. In 1978 wordt de PKK (Partiya Karkerên Kurdistanê of Koerdische Arbeiderspartij) opgericht, een verzetsbeweging met een nationalistische en marxistische ideologie. Ze wordt geleid door Abdullah Öcalan.
De Turkse regering ziet de PKK als een terreurorganisatie. Ook de VS en de EU hebben de PKK op de lijst van terroristische organisaties gezet.
Vanaf de jaren 80 voert de PKK een gewelddadige strijd voor autonomie. Öcalan stuurt die aan vanuit Syrië, waar hij na de militaire staatsgreep van 1980 heen is gevlucht. Bij gevechten, bloedige aanslagen van de PKK en keiharde repressie door het Turkse leger vallen in 40 jaar tijd meer dan 40.000 doden.
Vooral de periode van midden jaren 80 tot eind jaren 90 is getekend door geweld. Maar hoewel PKK-leider Öcalan (die sinds 1999 in de cel zit) de laatste jaren meer dan eens heeft opgeroepen om de gewapende strijd te staken, is het conflict nooit echt gaan liggen. In 2015 is het zelfs opnieuw opgelaaid, een gevolg van de oorlog in buurland Syrië.
In Syrië
De oorlog in Syrië lijkt voor de Koerden, die ook in Syrië benadeeld zijn door een Arabisch nationalisme, aanvankelijk positief uit te draaien. Hij stelt hen in staat grote delen in het noordoosten en oosten van het land in te nemen.
De Koerden stichten daar een eigen autonoom gebied. Het wordt Rojava (West-Koerdistan) genoemd, of Noord- en Oost-Syrië (omdat in de regio ook Arabieren en andere minderheden leven).
Tijdens de oorlog vormen Koerdische milities de ruggengraat van de strijd tegen IS, daarbij gesteund door de VS. Ze bevrijden in 2014 het stadje Kobani bij de grens met Turkije. 3 jaar later slagen ze er in het IS-bolwerk Raqqa in te nemen.
Het levert hen (westerse) steun op en sympathie voor het bestuurlijke experiment in hun gebied. De Koerden proberen daar een seculiere en pluralistische maatschappij uit te bouwen. Op termijn is onafhankelijkheid misschien wel mogelijk, spiegelt het Westen hen voor.
Maar dat is absoluut niet naar de zin van Turkije, dat de Koerdische milities beschouwt als een arm van de PKK. Vanaf 2016 start het Turkse leger operaties om delen van het Koerdische gebied in Syrië in te nemen.
Turkije krijgt het nog makkelijker wanneer president Donald Trump in 2018 beslist om de meeste Amerikaanse troepen terug te trekken. De Koerden voelen zich door hun bondgenoten in de steek gelaten.
Veel steun moeten ze ook niet verwachten nu Turkije na de val van Bashar al-Assad zijn positie in Syrië aanzienlijk heeft versterkt. Turkije geldt als een steunpilaar van HTS (Hayat Tahrir al-Sham), de rebellengroep die Assad heeft verdreven. Turkije financiert en traint ook het SNA (Syrisch Nationaal Leger), dat strijdt tegen de Koerden. Het heeft zijn militaire activiteit in het Syrisch-Koerdische gebied ook opgedreven na de val van Assad.
In Irak
Syrië is niet het eerste land waar de Koerden een eigen autonome regio hebben verkregen. In Irak is dat al langer het geval.
De facto sinds 1991, ten tijde van de Eerste Golfoorlog. De Amerikaanse president George Bush sr. creëert dan een no-fly zone. Die is bedoeld om de Koerden, die - aangemoedigd door de VS - in opstand zijn gekomen tegen president Saddam Hoessein, te beschermen tegen vergelding.
De opstand is lang niet de eerste. Tijdens het regime van Saddam hebben de onderdrukte Koerden in conflicten steevast de kant gekozen van de vijanden van Saddam, zoals in de oorlog met Iran.
In 1988 komt hen dat hard te staan, wanneer het regime wraak neemt met de beruchte gifgasmoordpartij in het stadje Halabja. Veel Iraakse Koerden vluchten naar Iran en Turkije, waar ze een impuls geven aan het Koerdisch nationalisme.
Na de val van Saddam Hoessein in 2005 wordt de schaduwstaat die de Koerden in Irak hebben opgebouwd gelegaliseerd door de nieuwe Iraakse grondwet. In de federale republiek is plaats voor een Koerdisch Autonoom Gebied.
Maar de meeste Koerden hopen nog altijd op méér. In een referendum dat in 2017 tegen het advies van Bagdad én de internationale gemeenschap wordt gehouden, spreekt een overweldigende meerderheid zich uit voor afscheiding.
Als vergelding neemt de centrale overheid betwiste gebieden terug van de Koerden. Het gaat met name om het olierijke gebied rond Kirkoek. Dat ligt buiten de grenzen van de Koerdische Autonome Regio, maar de peshmerga, de Koerdische strijders, hebben het in 2014 buitgemaakt op IS. Net zoals in Syrië zijn het ook in Irak vooral de Koerden geweest die de opmars van IS hebben kunnen stuiten.
In Iran
Ook in Iran zijn de Koerden sinds de Eerste Wereldoorlog altijd een achtergestelde minderheid geweest. Tegelijk kennen ze net als in de naburige landen een geschiedenis van verzet tegen de centrale macht.
De Koerdische provincies in het westen van het land worden gezien als een opstandige regio die een bedreiging vormt voor het regime.
Het is ook daar dat in 2022 protest uitbreekt na de gewelddadige dood van Mahsa Amini, de jonge vrouw die is opgepakt omdat ze haar hoofddoek niet volgens de voorschriften draagt. De betogingen groeien uit tot een massale protestgolf die het regime van de ayatollah's maandenlang op zijn grondvesten doet beven.
Mahsa Amini is zelf Koerdisch. In haar eigen familie wordt ze Jina genoemd, maar die Koerdische naam mag in Iran niet in het geboorteregister worden opgenomen. De vrouw groeit uit tot een symbool van verzet tegen het regime.


