De grote hoogte en de uitgestrekte landschappen van de Tibetaanse hoogvlakte, de regio die door een zware aardbeving is getroffen, bemoeilijken de zoektocht naar overlevenden van de ramp. Dat zegt Geert Gijs, die al vaak heeft deelgenomen aan reddingsoperaties in aardbevingsgebied. "De operatie zal zowel fysiek als mentaal erg lastig zijn."
Reddingswerker na aardbeving in Tibet: "Hoogte en reikwijdte van gebied bemoeilijken zoektocht naar overlevenden"
"Na een aardbeving is er altijd chaos, zeker bij een zwaardere beving zoals deze in Tibet", vertelt reddingswerker en ervaringsdeskundige Geert Gijs in de podcast Het Kwartier. De afgelopen jaren werd hij meerdere malen ingezet in rampengebied, eerst voor het Belgische interventieteam B-FAST, later ook voor de reddingsdiensten van de Verenigde Naties.
"De beving van afgelopen nacht was ook niet zo diep (op zo'n 10 kilometer van het aardoppervlak, red.), wat maakt dat de impact ervan groter is. De lemen huizen in Tibet zijn bovendien een stuk kwetsbaarder en ze kunnen bij aardbevingen sneller instorten."
Lokale reddingsteams
In een eerste fase van het reddingsplan komen vooral nationale reddingsteams in actie. "Die zouden nu eigenlijk al onderweg moeten zijn", meent Gijs. "Het is erg bergachtig gebied, en ze hebben teams die speciaal daarvoor opgeleid zijn. De laatste jaren werden er door de internationale gemeenschap meer inspanningen geleverd om die lokale teams op te leiden en uit te rusten met goed materiaal."
Die aanpak werpt zijn vruchten af. De meeste mensen worden gered door die nationale teams. "Ze kunnen de situatie beter herkennen en hebben ook een sneller overzicht van de ernst van de situatie. Ze kunnen bijgevolg sneller prioriteiten stellen, bijvoorbeeld over waar er grote gebouwen als scholen gelegen zijn en welke teams daar ingezet moeten worden."
Maar toch ziet reddingswerker Geert Gijs ook enkele moeilijkheden met betrekking tot de operatie. De Tibetaanse hoogvlakte ligt gemiddeld op een hoogte van meer dan 4.500 meter boven zeeniveau. De strenge winters en de droge, uitgestrekte landschappen maken het 1 van de minst dichtbevolkte regio's ter wereld. "Die elementen bemoeilijken de reddingswerken", vertelt hij.
Fysiek en mentaal lastig
Door de hoogte is het er op dit moment erg koud. Februari is traditioneel ook de koudste maand in Tibet, met temperaturen die overdag schommelen rond het vriespunt, maar 's nachts dalen tot ver onder 0. "Dat maakt de missie niet alleen fysiek moeilijk, maar ook mentaal erg lastig."
Eerst en vooral is het door de koude en de sneeuwval voor de reddingsteams niet eenvoudig om zich naar het rampgebied te verplaatsen. "De koude vergt meer persoonlijke beschermingsmiddelen en materieel. Samen met alle andere hulpgoederen spreken we al snel over enkele duizenden kilo's, die allemaal per helikopter vervoerd moeten worden naar verschillende locaties. Dat leidt tot heel wat uitdagingen op logistiek vlak."
Daarbovenop is de reddingsmissie ook op psychologisch vlak erg zwaar. "De teams zijn daar speciaal voor opgeleid, maar het blijft moeilijk. Op zo'n hoogte zit er minder zuurstof in de lucht, dus dat beperkt de duur van je mogelijkheden. Maar ook het vele leed dat je ziet, heeft een grote impact op je mentaal welzijn."
Toch geeft de missie, zeker als je mensen van onder puin kan redden, wel een zekere voldoening, zegt Gijs. "Daar doen we het uiteindelijk voor: om mensen te redden en voor de dankbaarheid van de bevolking.
De laatste jaren merkt Gijs dat er steeds vaker technologische hulpmiddelen, zoals drones met infraroodcamera's, worden ingezet in rampgebieden. "Zulke tools zijn een groot hulpmiddel, maar uiteindelijk blijven het de reddingswerkers op het terrein die mensen van onder het puin moeten bevrijden."
De erfenis van Jean-Marie Le Pen, reddingsactie in Tibet en 10 jaar na #jesuischarlie
