Naar hoofdinhoud
Na de aanslag kwamen mensen in heel Europa op straat.

Suis-je toujours Charlie?

10 jaar geleden was de redactie van het satirische weekblad Charlie Hebdo in Parijs het doelwit van een bloedige terreuraanslag. Naast het verdriet voor de slachtoffers, overheerste in Frankrijk toen ook woede en misschien nog meer angst. Om die angst te bezweren en de woede te kanaliseren, schreeuwden miljoenen Fransen samen met tientallen wereldleiders enkele dagen erna, op een grote mars door de beroemde avenues van Parijs, "je suis Charlie". Durven we dat 10 jaar later nog te doen? Zijn we nog allemaal Charlie?

Gepubliceerd:

Ik herinner mij die donkere januari in 2015 nog als gisteren: de beelden van een vermoorde politie-agent op een trottoir, het nieuws van al die doden dat binnenkwam op onze redactie, de klopjacht op de terroristen, net op het moment dat een andere terrorist opnieuw in Parijs toeslaat, deze keer met een gijzeling in een Joodse supermarkt wat verderop.

Voor veel Europeanen, en zeker voor mij, betekende de aanslag op Charlie Hebdo het begin van een donkere periode vol ongeloof, verwarring en angst over wat er nog allemaal zou kunnen gebeuren. 

Meer dan een aanval op levens

De aanslag schokte niet alleen door het verlies van levens, maar ook door wat de daders wilden vernietigen: een idee. De aanval op Charlie Hebdo was een directe aanslag op de vrijheid van meningsuiting, opgeëist door een toen nog onbekende tak van Al-Qaeda. Zo verklaarde het radicale islamisme vanaf die dag officieel de oorlog aan onze westerse manier van leven.

Het veranderde onze manier van leven en zeker voor Frankrijk kwam een ‘avant’ en ‘après’. Charlie zorgde voor een omslag.

Frankrijk rolde vanaf 2015 een hele rist nieuwe antiterreurwetten uit. Er kwamen meer middelen voor de veiligheids- en inlichtingendiensten en alle diensten begonnen nog nauwer samen te werken om informatie beter en sneller met elkaar uit te wisselen.

Ook op straat was de strijd tegen terreur duidelijk merkbaar. De Franse politie kreeg de hulp van het leger. Opération Sentinelle ging van start. Op alle gevoelige locaties, van synagoges, scholen tot de Eiffeltoren, zag je nu militairen patrouilleren. Tot op vandaag houdt Frankrijk dat vol, ondanks kritiek dat het geldverslindend is, weinig effectief is en misschien juist aanslagen op soldaten uitlokt. Sinds de aanslag op Charlie Hebdo toont Frankrijk dat het bereid is om alle nodige middelen in te zetten om zijn burgers te beschermen. 

Na de aanslag verschenen er in Frankrijk militairen in het straatbeeld.

Liberté d’expression als heilige graal

In 2015 klonk overal de roep: “Niet toegeven aan terreur, de pen is machtiger dan het geweer." Maar de daaropvolgende aanslagen – op de Parijse terrassen en de Bataclan, in Brussel en Zaventem, op de Promenade des Anglais in Nice – lieten de twijfel groeien. Angst nam toe, en slogans en marsen voelden ontoereikend.

Voor Fransen blijft de vrijheid van meningsuiting echter een heilig principe: het recht om te zeggen, tekenen en bekritiseren wat je wilt, is onschendbaar. Toch loert zelfcensuur steeds nadrukkelijker om de hoek. Juist daarom organiseerde Charlie Hebdo voor de herdenking dit jaar een internationale wedstrijd onder de hashtag #RireDeDieu. Hiermee wil het blad de invloed van religies aankaarten.

Franse media pakken ook groot uit met thema-uitzendingen over vrije meningsuiting, en je kunt erop rekenen dat ze de New York Times – die in 2019 stopte met politieke cartoons – stevig op de korrel nemen. Fransen houden ervan om Amerikanen te tonen wie de wereldleider in morele kwesties is, ook al zijn veel Franse kranten en journalisten anno 2025 ook minder dapper dan tien jaar geleden. Tijden veranderen, niet waar, hoor je dan bij de opiniemakers en de intellectuele elite.

Religie als brandstof voor verhitte debatten

Het debat over religie en specifiek de rol van de islam in de Franse samenleving is sinds 2015 alleen maar scherper geworden. Aanvallen op de laïcité – de scheiding van Kerk en Staat, een pijler van de Franse Republiek – worden beschouwd als aanvallen op Frankrijk zelf. De moord op Samuel Paty in 2020, omdat hij een Mohammed-cartoon toonde tijdens een les over vrijheid van meningsuiting, heeft duidelijk gemaakt dat het gevaar niet geweken is.

In oktober 2023 vermoordde een islamitische terrorist opnieuw een leerkracht. Deze keer in Arras en het slachtoffer heette Dominique Bernard. Maar de verontwaardiging klonk al minder luid dan bij Paty en bij de aanslag op Charlie Hebdo. Gewenning of meer schrik? Wie zal het zeggen.

Na de moord op een leerkracht in Arras kwamen er ook mensen op straat.

Incidenten over religie – vaak over de islam – blijven zich voordoen in Franse klaslokalen, bijna elke dag is er ergens ophef in een Franse school. Frankrijk bestrijdt daarom feller dan ooit communautarisme: het opsluiten in je eigen gemeenschap ten koste van de bredere samenleving. De Republiek moet eendrachtig zijn, waarin iedereen gelijkwaardig is.

Politieke polarisatie

Sowieso voelde je vanaf 2015, ook in de meest open en diverse milieus van Parijs, de polarisatie tussen de verschillende bevolkingsgroepen toenemen. Parijs is de stad met de grootste moslim-, joodse en christelijke gemeenschappen van Europa. Sommige opiniemakers verklaarden het geweld als het resultaat van een mislukte integratie van moslims of door de economische achterstand van veel nieuwkomers.

De spanningen in de maatschappij vertaalden zich natuurlijk ook politiek. Aan de ene kant was er een grote groep Fransen die genoeg had van de islam, de moslims en elke migrant of vluchteling die het land binnenkwam. En aan de andere kant was er een groep Fransen, al dan niet met zelf een migratie-verleden, die vond dat de Republiek discrimineert, uitsluit, achterstelt, vergeet en niks geeft om niet-blanke inwoners. Beide groepen zagen hun ideeën, overtuigingen en deels ook hun angsten terug in het leiderschap van radicaal-links en radicaal-rechts.

Natuurlijk zocht de partij van Marine Le Pen, eerst onder de naam Front national en later als het Rassemblement national, de stemmen van al wie ontgoocheld was in de Republiek die haar onderdanen niet kon beschermen tegen terreur en geweld. Geen wonder dat ze zowel in 2017 als in 2022 de 2e ronde haalde in de presidentsverkiezingen.

De aanslag op Charlie Hebdo werd gebruikt tijdens de presidentscampagne in 2017.

Maar niet vergeten dat ook iemand als Jean-Luc Mélenchon, de kopman van La France Insoumise, profiteerde van de angst en woede die bij veel Fransen heerste over een Republiek die geen kansen geeft aan minderheden en fouten uit het verleden niet wil rechtzetten.

De erfenis van Charlie Hebdo schemert dus ook door in een politiek verdeeld Frankrijk dat met zichzelf en zijn verleden worstelt. Het land zoekt vandaag nog altijd naar een nieuwe samenlevingsvorm waar iedereen zich evenwaardig en goed bij voelt.

Charlie ou pas, ce n’est pas la question

“Charlie zijn” betekent niet dat je de cartoons van het weekblad goedkeurt. Het betekent geloven in de waarden van de Republiek, de democratie, en vrijheid van meningsuiting. Maar hoe ver gaat die vrijheid? Toen Charlie Hebdo een spotprent publiceerde over de aardbeving in Turkije en Syrië, of harde grappen maakte over verkrachtingsslachtoffer Gisèle Pelicot, verloor het blad weer wat sympathie.

‘Charlie-zijn’ is opkomen voor de vrije meningsuiting, maar tegelijk kan je als verdediger van Charlie het grondig oneens zijn met de toon, smaak of gepastheid van veel cartoons en spotprenten in het weekblad. De week na de aanslag, op 14 januari 2015, verscheen het blad op bijna 8 miljoen exemplaren, terwijl er daarvoor zo’n 30.000 over de toonbank gingen. Veel mediagroepen steunden, ook financieel, het onafhankelijke weekblad, maar ondertussen daalden de verkoopcijfers opnieuw naar normalere oplagen en krijgt Charlie opnieuw kritiek van moslims, joden en christenen.

De erfenis van Charlie Hebdo is echter duidelijk: vrijheid van meningsuiting mag niet worden opgeofferd aan terreur, maar het besef groeit dat absolute vrijheid ook kan leiden tot uitwassen.

Een week na de aanslag kwam Charlie Hebdo al met een nieuwe editie.

Tout a changé, rien n’a changé

Misschien is dat wel de verdienste van Charlie, tonen in hoeverre we opgeschoven zijn in onze zogenaamde ‘beschaafdheid’, of noem het liever mogelijkheid tot ‘geraaktheid.’ Vandaag beseffen veel Fransen dat een absolute vrije meningsuiting kan leiden tot kwetsend gedrag als mildste vorm of tot haatzaaierij in de extreemste vorm. Willen we dat wel?

De critici van Charlie Hebdo vinden het blad ook vandaag nog te grof, te plat, te seksistisch, te gericht op beledigen om te provoceren. Veel anderen vinden dat de zelfcensuur, de politieke correctheid, ja, zelfs het woke-zijn de Franse esprit van het vrije woord bedreigt.

Vandaag huist de redactie van Charlie Hebdo nog altijd op een geheime locatie, krijgen veel van hun redacteurs, tekenaars en journalisten nog politiebescherming, is de dreiging van een islamitisch geïnspireerde aanslag niet weg, blijven veiligheidsdiensten waakzaam en liggen veel Fransen wakker van waar het politiek naartoe moet met hun land.

De dreiging is dus niet verdwenen, maar Frankrijk blijft waakzaam. Zoals een Parijzenaar het mij treffend zei: "Na Charlie Hebdo was ik bang dat Parijs een Beiroet van het Westen zou worden, met dagelijkse aanslagen. Die angst heb ik niet meer. Maar het blijft vreemd: in dictaturen controleren veiligheidsdiensten journalisten om te voorkomen dat ze publiceren. In Frankrijk beschermen leger en politie journalisten, zodat ze wél kunnen publiceren. Een rare wereld, maar ik verkies die laatste."

Achteruitkijken en herdenken blijft belangrijk, maar leren van het verleden om de toekomst vorm te geven, is de echte opdracht.

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"