In 2024 namen voor het eerst gemiddeld 100.000 ouders per maand ouderschapsverlof op. Dat blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) tot en met november. De meeste ouders kiezen daarbij voor een vier vijfde werkweek.
Ook in 2024 blijft ouderschapsverlof aan populariteit winnen. De onderbrekingsvergoedingen zijn op weg naar een nieuw record.
Tijdens de eerste 11 maanden van 2024 maakten maandelijks gemiddeld 102.110 mensen gebruik van ouderschapsverlof. Dat aantal ligt fors hoger dan het gemiddelde van heel 2023, toen het om 93.876 en eveneens een record ging.
Het coronaverlof
Vooral sinds de coronapandemie raakt het stelsel almaar meer ingeburgerd. In mei 2020 - aan het einde van de eerste coronalockdown - voerde de toenmalige regering-Wilmès het zogenaamde coronaverlof in: een extra vorm van ouderschapsverlof voor werkende ouders met jonge kinderen die toen soms op thuisonderwijs aangewezen waren.
Met effect: terwijl er in 2019 gemiddeld 68.688 onderbrekingsuitkeringen per maand waren voor ouderschapsverlof, snelde dat aantal tegen eind 2020 naar 90.339.
Sindsdien lagen de gemiddelden stelselmatig hoger dan voor corona, om uiteindelijk vorig jaar dus zelfs de coronapiek te overtreffen.
Steeds meer mannen
Daarbij valt opnieuw op dat steeds meer mannen ouderschapsverlof opnemen. Zo steeg tussen september en november het aantal uitkeringen bij mannen op jaarbasis met 10 procent, tegenover 3,6 procent bij vrouwen.
Al blijven in absolute cijfers wel aanzienlijk meer vrouwen dan mannen ouderschapsverlof opnemen. In dezelfde periode gaat het per maand om gemiddeld 62.840 moeders tegenover 38.283 vaders.
Werknemers hebben voor ieder kind tot 12 jaar recht op maximaal 4 maanden ouderschapsverlof. Zij krijgen dan een vervangingsinkomen van de RVA.
Het gros van de mensen die ouderschapsverlof opnemen, kiest ervoor om vier vijfde te gaan werken. Traditioneel piekt het aantal uitkeringen in de zomermaanden.


