Een UGent-masterscriptie toont aan dat er in de late middeleeuwen meer licht in huis was dan tot nu toe werd aangenomen. "Mensen konden voldoende licht maken om ook 's avonds nog binnenshuis te werken", verklaart archeoloog Natan Heidbüchel. Hij trok voor zijn onderzoek naar Bokrijk en maakte onder meer ook middeleeuwse kaarsen na.
Duistere middeleeuwen? Experimenteel onderzoek van UGent-student in Bokrijk bewijst tegendeel
"Veel mensen hebben het idee dat de middeleeuwen letterlijk een duistere periode was. Dat wordt versterkt door series en reeksen, zoals bijvoorbeeld Game of Thrones, waar heel wat donkere middeleeuwse settings opduiken. Ik vroeg me af of het in die tijd echt zo donker was binnen", legt Natan Heidbüchel uit. Hij studeerde af in de Archeologie aan de UGent met een scriptie over het onderwerp.
"Het grootste probleem in mijn onderzoek was dat licht enkel in het heden bestaat. Dat maakt het natuurlijk niet makkelijk voor een archeoloog, die normaal gezien aangewezen is op de studie van bewaarde sporen in de bodem. Ik heb daarom zelf een methode bedacht om het licht te reconstrueren."
Ik heb vlastouw gekocht in een doe-het-zelfzaak, was gesmolten op het vuur in mijn appartement en dan op een middeleeuwse manier kaarsen gemaakt.
archeoloog Natan Heidbüchel
Heidbüchel onderzocht historische bronnen, bekeek schilderijen en miniaturen om de lichtinval in te schatten en ging ook zelf aan de slag. "Ik heb op een middeleeuwse manier kaarsen nagemaakt met vlas en bijenwas of talg. Dat laatste is in feite dierlijk vet, het maken van de kaars verspreidde een vreselijke stank." Heidbüchel experimenteerde met de kaarsen om de lichtsterkte te meten.
Middeleeuwse woningen in Bokrijk als testplaats
Voor deze testen trok de archeoloog naar Bokrijk, waar enkele woningen in laatmiddeleeuwse stijl te vinden zijn. "Ik heb er luiken open en dicht gedaan, ook het weer en de oriëntatie van de zon speelden een rol. Er waren glas-in-loodramen en ramen met geolied linnen. Mensen gebruikten niet enkel kaarsen, maar ook olielampjes en kienspaanhouders (brandende latjes hout op een staander, nvdr)."
Het haardvuur was er vooral voor de warmte, maar gaf eigenlijk amper bruikbaar en helder licht.
archeoloog Natan Heidbüchel
"Ik kon vaststellen dat de doorsnee late middeleeuwer zeker in staat was om zijn huis voldoende te verlichten. Hij kon allerlei dagelijkse en ambachtelijke activiteiten uitvoeren. Niet alleen overdag dus, maar ook 's avonds. Dat werpt een totaal ander licht op wat we tot nu toe dachten."
Heidbüchel won met zijn scriptie 'De rol van licht in 15e-eeuwse stadswoningen' de Jacques Nenquinprijs voor de beste archeologische masterproef aan de VUB en UGent. Een publicatie over het onderzoek, die hij maakte met doctor Maxime Poulain en professor Wim De Clercq, werd door het toonaangevende vaktijdschrift 'Medieval Archaeology' uitgeroepen tot beste artikel van het jaar.
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen

